Plus

Het Cuba-dagboek van Eddy Terstall: 'Een reisfilm tonen in dit land, is dat gepast?

De Amsterdamse filmmaker Eddy Terstall is net terug van drie dagen in Cuba voor de vertoning van zijn reisfilm Meet Me In Venice. Hij hield een dagboek bij. 'Een week achter slagbomen. Ik weet het niet...'

Een van de talloze auto's op Cuba die ouder zijn dan de revolutie Beeld -

Dag 1

Ik probeer in het vliegtuig van Parijs naar Havana te tellen hoe vaak ik op Cuba ben geweest. Een keer of vijf of zes moet het zijn geweest. Ik weet wel dat ik er voor de eerste keer was in 1994.

De Sovjet-Unie had Cuba toen net alleen gelaten omdat het strategisch van minder belang was geworden. Er waren geen goedkope goederen meer vanuit de USSR, geen sponsoring meer door te hoge prijzen die de Sovjets voor Cubaanse producten betaalden. De onlogische Cubaanse economie stond er alleen voor en klapte mede door de Amerikaanse blokkade in elkaar.

Cuba is nu, 23 jaar later, enigszins geopend en meer ingesteld op reizigers van buiten. Die zijn een belangrijke bron van inkomsten.

We gaan er nu heen om onze film Meet Me In Venice te vertonen. Het is de derde keer dat ik er een film laat zien. Ook Rent-a-Friend en Simon zijn al aan een Cubaans publiek vertoond.

Nu dus onze reisfilm over een Nederlandse dochter en haar Italiaanse vader over de route van de Oriënt Express. Een reisfilm. In het land waar mensen niet zomaar vrij kunnen reizen naar andere landen.

Samen met Roberta Petzoldt, hoofdrolspeelster in de film, zit ik in het vliegtuig, op weg naar Havana. Vaak zijn we met een grotere groep, maar medemaker Erik Wünsch en acteur Beppe Costa waren verhinderd.

Als Beppe mee zou zijn gereisd, had hij zeker vanavond een instrument gepakt om de muzikanten te ondersteunen die ons toezingen op het terras van ons hotel Inglaterra. Oude kelen zingen ons voor uit in het buitenland bekend Cubaans repertoire. Dan bedje in als in Nederland de haan al uren daarvoor heeft gekraaid.

Dag 2

Wakker worden in Havana in een lowbudget­hotel waar ik 23 jaar geleden ook logeerde. Het ligt op Prado, de flaneerboulevard van koloniaal en post-koloniaal Havana.

Net als in het midden van de jaren negentig flaneren er door gebrekkige verlichting ook nu 's avonds alleen schimmen.

Overdag lijkt centraal Havana nog op hoe het er tien jaar geleden uitzag, toen ik er mijn films Rent-a-Friend en Simon kwam vertonen.

Op bepaalde straathoeken waar wifi-punten zijn, is met name de Cubaanse jeugd stevig met smartphones in de weer. Steeds meer dure hotels in het centrum rond Parque Central.

Als je werkt in een van deze hotels of sowieso in de toeristenindustrie, heb je door fooien en regelklusjes toegang tot vreemde valuta.

Nog steeds werken er op die lucratieve plekken veel meer blanke mensen dan het straatbeeld rechtvaardigt. Alsof de donkere Cubanen niet meer dan straatfiguranten zijn.

Een donkere huid hebben is nergens in Zuid-Amerika een maatschappelijk voordeel, maar op Cuba is het erger.

Een keer, midden jaren negentig, reed een blanke chauffeur ons vanaf Havana over, als gevolg van de oliecrisis, volkomen lege en met mos begroeide snelwegen richting het oosten.

Op een gegeven moment stopte hij langs de kant van de weg. Hij wilde suikerriet kappen om het ons te laten proeven.

Toen wij met een stronk riet in de hand stonden, begon hij met zijn machete als een wilde rietstengels door midden te slaan. "Ik stel me voor dat dit negers zijn" zei hij.

Ik bespreek dit voorval met mijn Britse vriend, de gewetensvrijheidactivist Maajid Nawaz, die in Havana is als verjaardagscadeau van zijn vrouw.

Maajid vecht al jaren tegen het extremisme van links en rechts, tegen islamisme en racisme. "Mensen zijn tribaal, een van de pijnlijkere facts of life." Biologie is een dingetje, helaas.

'Terug in de wagen naar Havana denk ik al na over de vraag van de schoolleiding of ik volgend jaar een week les wil geven' Beeld -

Dag 3

De volgende dag is de dag van de filmvertoning. Een lange rit het binnenland in. We nemen Maajid en zijn vrouw mee naar de filmacademie, op anderhalf uur rijden van Havana. Althans, als je het direct kunt vinden via de donkere wegen.

De academie ligt op een afgesloten terrein met slagbomen. Studenten uit veel verschillende landen zitten er intern en leven in barakken. ­Er hangt een jarenzestigsfeer op de binnenplaats. Studenten, meestal met baard, en studentes, bijna allemaal in spijkerbroek, klitten samen, drinken een biertje en roken.

En ze zingen ook. Dat doen ze ook gemeenschappelijk. In de Latijnse wereld is dat bijna usance. Ook in Pakistan, het land van Maajids ouders, is samenzang onder studenten heel gewoon, zegt Maajid. Mannen en vrouwen gescheiden uiteraard, en vaak zonder muziek - dat wel. Muziek is er op veel plekken haram.

De vertoning is in een zaal met een stoffige mufheid die je ook in bioscopen op de Balkan of in India tegen komt. Ik ben er gek op.

Maar een reisfilm in een land waar mensen niet uit mogen reizen. Is dat gepast?

De meeste studenten komen wel van buiten Cuba. Veel Latijns-Amerikanen, Egyptenaren, Vietnamezen, Indiërs.

De student die na de officiële vragentijd na de film het langst door blijft vragen, is een regiestudent uit Colombia. Eerstejaars. Technische vragen over camera en spelregie.

Ik wil hem graag ook wat dingen vragen. Over hoe het voelt in the middle of nowhere op Cuba op een half uur lopen van het dichtstbijzijnde dorp. Een opleiding achter slagbomen. Slapen achter slagbomen. Niet het echte Cuba zien.

Maar onze chauffeur staat al klaar voor de terugreis naar Havana. In een oude Chevrolet. Een van de talloze auto's op Cuba die ouder zijn dan de revolutie. Amerikaanse auto's uit de fifties.

Maajid heeft de vragen die ik de Colombiaan wilde stellen aan de leraar gesteld. Hij zei dat een uitstapje naar het slaperige nabije dorpje voor de studenten na maanden intern voelt als een trip naar Manhattan. En wat ze naast het filmen doen al die tijd achter de slagbomen? Drinken, roken, zingen en... 'het zijn jongens en meisjes, dus met de verveling valt het wel mee'.

Terug in de wagen naar Havana denk ik al na over de vraag van de schoolleiding of ik volgend jaar een week les wil geven. Een week achter slagbomen. Ik weet het niet...

De rest van de donkere rit gaat het over wie hoeveel sigaren voor het thuisfront in Amsterdam en Londen wil meenemen. Het korte chillen in Havana zit erop. Morgen weer aan boord van de vaderlandse trots in Franse handen, terug naar 2017.

Cuba is enigszins geopend en meer ingesteld op reizigers van buiten Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden