PlusBoekrecensie

Herman Vuijsje onderzocht religie in Suriname, waar 92 procent gelovig is

Non-fictie. Walburg Pers, €19,99, 224 blz.

In 1969 reden Herman Vuijsje en andere Amsterdamse studenten op brommertjes over het platteland van Suriname. In de plaatselijke pers werden ze verdacht gemaakt als spionnen voor de CIA, maar ze deden braaf sociologisch onderzoek voor hun hoogleraar, G.J. Kruijer, die een boek over het land schreef. Vuijsje nam het onderwerp godsdienst voor zijn rekening, dat hem, zoals we uit zijn publicaties weten, altijd heeft gefascineerd.

Vijftig jaar later keert hij terug in Suriname en constateert hij dat het, anders dan het sterk geseculariseerde Nederland, nog altijd een van ­religie doortrokken land is. Slechts 8 procent van de Surinamers zegt zich tot geen godsdienst te bekennen en iedereen spreekt vrijmoedig over zijn geloofsbeleving. Alleen in de loges van de vrijmetselaars kwam Vuijsje niet binnen.

Hij verkent de hele godsdienstige staalkaart van het land: van christelijke, islamitische, hindoeïstische en joodse stromingen tot winti. Winti is het geestengeloof van de Marrons, de vrijgevochten slaven, waarvan de rituelen in 1969 in het openbaar nog verboden waren. Die fijnmazige religieuze verkaveling van het land lijkt nu minder dan toen te leiden tot wederzijdse opsluiting in een ‘strafhok’, zoals schrijfster Bea Vianen de Surinaamse samenleving typeerde.

In sommige opzichten vindt Vuijsje dat Nederland zelfs een voorbeeld aan zijn vroegere kolonie kan nemen, maar hij gebruikt daarvoor niet het cliché van de moskee en de synagoge, die in het centrum van Paramaribo broederlijk naast elkaar staan. Die wederzijds tolerantie komt er volgens hem vooral op neer dat men elkaars parkeerterrein mag gebruiken.

Er is nu meer verkeer tussen geloofsgemeenschappen en meer souplesse erbinnen. De overheid betaalt de voorgangers van alle stromingen, ook de wintipriesters, niet alleen omdat Bouterse de steun van de Marrons goed kan gebruiken, maar ook uit hoofde van religieuze gelijkheid.

De hamvraag die Vuijsje stelt is of die grote religiositeit vloek of zegen is. Kan het zo zijn dat het sakafasi (neergeslagen ogen) waarmee Duitse Hernhutterzendelingen de Evangelische Broedergemeente indoctrineerden en de door Winti aangewakkerde zekerheid en angst dat geesten ons regeren, bijdragen tot de lijdzaamheid waarmee het Surinaamse volk zijn rampen ondergaat: economische stagnatie, wijdverbreide corruptie, het regime van Bouterse? Vuijsje beantwoordt die vraag terecht niet, anders zou hij in speculaties vervallen, maar te denken geeft het.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden