PlusCabaretrecensie

Herman van Veen in Carré voelt anno 2021 als een reis terug in de tijd

Herman van Veen.  Beeld Maarten Ederveen
Herman van Veen.Beeld Maarten Ederveen

Herman van Veen zou vorig jaar zijn 75ste verjaardag vieren in Carré. Omdat die voorstellingenreeks door bekende omstandigheden werd uitgesteld, krijgt hij nu een ander jubileum in de schoot geworpen. Op 29 juli aanstaande is het namelijk 50 jaar geleden dat Van Veen voor het eerst in het theater aan de Amstel optrad. In de halve eeuw die volgde, groeide hij uit tot veelbespeler.

Dat lukt alleen als je constant kwaliteit levert. En dat doet Van Veen, ook in dit verlate feestprogramma. Je zou het een abstract-biografische voorstelling kunnen noemen, met de luchtige diepgang die hem zo eigen is. “Mijn vader heette lieverd, mijn moeder schat”, begint hij over zijn ouders te vertellen. De kleine Herman was een hoopbaby, verwekt op de dag dat de geallieerden bij Normandië aan wal kwamen. Even verwacht je misschien een chronologisch levensverhaal, maar dat is niet des Veens. Hij grasduint lukraak door anekdotes en zijn eigen oeuvre. Zo schetst hij een beeld van zichzelf zonder volledig grijpbaar te worden. Soms komen er slechts een paar zinnen van een bekend lied voorbij. Na het intro van Hilversum III schakelt hij zelfs doodleuk over op De Zevensprong.

Dat kan, als je Herman van Veen heet. Die flarden zijn genoeg om de sfeer van hele nummers op te roepen en houden de voorstelling speels. Ze voorkomen dat het een al te gewichtige bedoening wordt. Van Veen, 76 dus, is nog altijd het kind dat meer waarde hecht aan verwondering dan aan het eren van zijn eigen prestaties. Kun je het hem kwalijk nemen dat die verwondering wat voorspelbaar is geworden? Nauwelijks, al schuurt de scène waarin hij ons meeneemt naar het circus in al zijn theatraliteit wel erg dicht tegen kitsch aan.

Veel mooier zijn de persoonlijke herinneringen, zoals die over het eerste vriendje van zijn dochter. Hij wijst deze knaap de deur, maar komt hem later toch tegen in de badkamer. Of meneer een onderbroek mag lenen. Van Veen speelt aanvankelijk de clichématig beschermende vader, maar geeft het verhaal een ontroerende twist.

Een bezoek aan Herman van Veen voelt anno 2021 als een reis terug in de tijd. Deels omdat zelfs zijn stoutste grappen naar de huidige maatstaven erg braaf aandoen, maar ook omdat zijn performance in marmer gegoten lijkt. Van Veen is nog altijd uitstekend bij stem en gooit er her en der zelfs een kinderlijk dansje uit. Het samenspel met zijn muzikanten Kees Dijkstra, Jannemien Cnossen en Edith Leerkes heeft bovendien iets aandoenlijks. Naast prachtige solo’s zijn er ook dolletjes en plagerijtjes. Zacht. Lief.

Dat de jaren gaan tellen, blijkt vooral uit wat er om hem heen gebeurt. Van Veen memoreert als altijd pianist Erik van der Wurff, met wie hij ruim een halve eeuw op het toneel stond. En hij draagt de evergreen Liefde van Later dit keer op aan een recent aan corona overleden vriend. Van Veen zong dat lied 50 jaar geleden ook al, die allereerste keer in Carré.

Sommige tradities zijn het waard om in ere te houden.

cabaret

76 - ‘Dat kun je wel zien dat is hij’

Door Herman van Veen

Gezien 11 juli in Carré

Nog te zien aldaar, 21-25/7 en 1, 4, 8/8

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden