PlusInterview

Herman van Veen denkt niet aan stoppen: ‘Ik heb geen haast met ouder worden’

Herman van Veen staat weer in het theater met zijn voorstelling 75 ‘Dat kun je wel zien dat is hij’. De muzikant, schrijver en schilder denkt in deze onzekere tijd niet aan stoppen.

Beeld STUDIO-HAGEDORN

Op 14 maart vierde Herman van Veen zijn 75ste verjaardag, precies rond het moment dat het coronavirus serieuze vormen aannam. Het is vooral het ongewisse dat het lastig maakt, zegt Van Veen zes maanden later over het leven van nu. “Het ontbreken van een duidelijk perspectief.”

Uw nieuwe voorstelling is getiteld 75 ‘Dat kun je wel zien dat is hij’. Verwijst die titel naar het kinderlijke dat nooit verloren mag gaan?

“Ja, dat klopt wel. Tevens refereert het aan mijn opgetogen gezicht vanwege het feit dat ik er nog ben.”

Wat wilt u vertellen op het podium?

“Dramaturgisch functioneert het als een dagboek, in de vorm van een tijdreis. Het laveert tussen wat was, is en wellicht kan komen, met oud en nieuw werk door elkaar. Er is veel muziek uiteraard en veel om te lachen ook. Elke avond wordt een beetje anders.”

Hoe ervaart u het ouder worden?

“Ouder worden gaat vanzelf en het gaat ook vanzelf weer over. Je hoeft ervoor niet op cursus. Het gebeurt je. Het is een slijtageproces. Is dat erg? Nee. Ik heb er geen haast mee, het is een kwestie van aanvaarding.”

Kunt u uw eerste publieke optreden nog voor de geest halen?

“Jazeker. Onze allereerste grotemensenvoorstelling speelden wij in Singer Concertzaal in Laren. Dat was een programma over een concertpianist, geïntroduceerd door de schrijver Godfried Bomans en was mede geschreven door Sas Bunge. Recensent Jan Mul schreef toen in de Volkskrant: ‘Een eenvoudige, goed gebrachte voorstelling, bijzonder geschikt voor een gezellig intiem theater, waar het plezierig is om alles en iedereen bij de neus te zien nemen, zonder knijpen, maar wel gevoelig’.”

Wat is het voornaamste verschil tussen de Herman van toen en die van nu?

“Die veranderingen zie ik alleen in de spiegel. Ik zou het liefst zeggen: ik ben nu een jongeling met 75 jaar ervaring.”

Hoe zorgt u ervoor om op uw 75ste fris, energiek en bij de tijd te blijven?

“Het spelen houdt me fit. Ik ben niet van de sportschool. Maar ik ben nieuwsgierig van aard en altijd in de weer de bladzijde om te slaan, kennis te vergaren en om te zetten in taal, muziek en schilderijen. En ik ben graag onder de mensen. Ik heb een stel lieven om mij heen gespaard. U gaat mij niet horen mopperen.”

Op uw laatste album, Een keuze, live thuis, staan veel bewerkingen van bestaande liedjes. Is het maken van nieuwe versies van oude liedjes voor u een manier om jong van geest te blijven?

“Misschien, maar ik wilde vooral een verbinding maken. Ik zing die liedjes als het ware in één adem. Ze bestrijken een periode van 52 jaar die ik nu met één stem heb gevangen.”

U heeft veel mooie covers gemaakt. Welk bestaand lied staat er nog op uw lijstje?

“In dezelfde kwaliteit als Liefde van later, een bewerking van een lied van Jacques Brel dat ik altijd moeiteloos voor mijn ouders kan zingen, bestaat er een ander lied van Brel dat ik prachtig vind: Quand on n’a que l’amour. Dat is overigens ook weergaloos gezongen door Céline Dion.”

En met wie zou u graag nog eens een duet opnemen?

“Met Cecilia Bartoli. Ik vind dat zij, na Callas, een van de mooiste stemmen ooit heeft.”

Welk thema heeft u het meest bezongen, denkt u zelf?

“Alles wat valt onder het woord ‘koesteren’, het zorg dragen.”

Herman van Veen is tot en met december te zien in de Nederlandse theaters en speelt van 23/10 t/m 6/12 in Carré. Het verzamelalbum Een keuze, live thuis is onlangs verschenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden