Plus Ten Slotte

Herman Krebbers (1923-2018) was een wonderkind

De superlatieven zullen er niet om liegen in de necrologieën die kranten en andere media vandaag en later wijden aan Herman Krebbers.

In 1940, op zijn zeventiende werd hij concertmeester van de Arnhemsche Orkestvereeniging. Beeld anp

En terecht, want Krebbers, die woensdag op 94-jarige leeftijd is overleden, was misschien wel de edelste violist die Nederland ooit heeft gehad.

"Verdomme, Herman, je bent een meester," zei Bernard Haitink ooit na afloop van een uitvoering van Mendelssohns Vioolconcert bij het Concertgebouworkest, met Krebbers als solist. De anekdote is mooi, omdat de dirigent zowel verbazing als oprechte bewondering liet blijken. Het punt was dat men geneigd was Krebbers te onderschatten. Hij verdiende immers zijn brood als concertmeester, onderhield daarnaast een publicitair nauwelijks flamboyante te noemen solistencarrière en had vooral een reputatie als pedagoog - een functie op de achtergrond, in dienst van andermans talent.

Wie doet hem dit na?

Hoe goed hij was, viel te horen op de Philips-uitgave Herman Krebbers 75 jaar, waarop hij onder meer het Eerste vioolconcert van Bruch speelt (een opname uit 1964 met het Brabants orkest onder Hein Jordans nota bene) waarbij de rillingen je over de rug lopen, maar ook het vioolconcert van Brahms, met het Concertgebouworkest en Haitink, waarvan je denkt: wie doet hem dit na? En ook: waarom is hij lang niet zo beroemd geworden als Heifetz, Milstein, Oistrakh, Stern, Menuhin, Grumiaux en noem al die grootheden maar op?

Simpel. Hij had er het karakter niet voor. Hij vond het al moeilijk genoeg om én concertmeester te zijn, én lid van het Guarneri Trio, én soloconcerten te geven, én een lespraktijk te onderhouden. Hij ervoer dit bestaan naar eigen zeggen als 'gespleten' en vond dat hij ná zijn ongeluk in 1979, toen zijn rechterarm bekneld raakte tussen zeilboot en wallekant en hij vier jaar niet zou kunnen spelen, uiteindelijk een betere violist was geworden. Alleen, we hoorden hem niet niet meer, want na dat ongeval was zijn actieve carrière opgehouden te bestaan. Hij gaf nadien alleen nog maar les. Onder de violisten die bij hem langskwamen zitten klinkende namen als Emmy Verhey, Frank Peter Zimmermann, Vera Beths, Liza Ferschtman, Rudolf Koelman, en, de beroemdste van allemaal, André Rieu. Door dat lesgeven had 'de kameleon eindelijk kleur gekregen,' zei Krebbers.

Wonderkind

Er is een prachtige anekdote van Willem Vos, de inmiddels ook al weer overleden klassiekemuziekman van de Avro, die in 1998 naar de net 75 geworden Krebbers toog, in het Sweelinck Conservatorium waar hij les gaf. Op de gang hoorde hij op Krebbers' kamer een violist het eerste deel van het Brahmsconcert spelen. Onvoorstelbaar mooi. Een jong supertalent, dacht Vos. Maar toen hij de deur open deed, zag hij dat het Krebbers zelf was.

Herman Krebbers was een wonderkind. Geboren in Hengelo. Vader Krebbers speelde sax in een bioscooporkest. Hij stuurde kleine Herman op zijn vierde naar vioolles. De leraar, Maas van Wagensveld, schrok zo van dit jonge talent, dat hij hem al na een paar maanden doorschoof naar Marcelle Kan, een leerlinge van de grote pedagoog Oscar Back. Op zijn negende maakte Herman zijn debuut in Bruchs Vioolconcert. Twee jaar later kwam hij terecht bij Oscar Back in de Jacob Obrechtstraat, waar hij Theo Olof ontmoette en een muzikale vriendschap voor het leven ontstond. Back speelde beide talenten knap tegen elkaar uit. "Hoort u dat, Olof, zo moet dat klinken. Neemt u een voorbeeld aan Krebbers." Een week later zei hij precies het omgekeerde.

Leraar

In 1940, op zijn zeventiende werd hij concertmeester van de Arnhemsche Orkestvereeniging. Datzelfde jaar speelde hij een keer voor Seyss-Inquart, wat hem na de oorlog door scherpslijpers kwalijk werd genomen. In 1943 werd hij door de Duitsers gearresteerd en tewerkgesteld. Na een ontsnapping dook hij onder in het Museum Kröller-Müller, dat tot een ziekenhuis was omgevormd, waar Krebbers concerten gaf voor de zieken.

In 1959 werd hij samen met Olof door Willem van Otterloo benoemd tot concertmeester bij het Residentie Orkest. Daar bleef hij tot 1962. Daarna verhuisde hij naar het Concertgebouworkest, waar Olof hem in 1970 volgde.

Aan de hereniging en aan uitvoeringen van hun beroemdste duostuk, het Concert voor twee violen van Bach, BWV 1043, kwam door dat ongeluk een einde, maar Krebbers heeft dat einde nooit betreurd. Als leraar had hij immers zijn bestemming gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.