Plus

Herman Koch: 'Bestseller is een scheldwoord'

'Zodra je werk de grenzen over gaat, wordt het verdacht. Dat vind ik bizar.' Verder gaat alles goed met Herman Koch (63), zijn succes levert vooral vrijheid op. Dinsdag verschijnt zijn nieuwe roman met als hoofdpersoon de burgemeester van Amsterdam.

'Ik vind het jammer dat de Nederlandse literatuur blijkbaar synoniem is met: alleen geschikt voor Nederland'Beeld Martin Dijkstra

Herman Koch eet een caesarsalade in Dauphine. Hij houdt van dit Amsterdamse restaurant in de voormalige Renault­garage, zegt hij. Geen gedoe. En doordat het een grote zaak is, kan hij hier ook redelijk anoniem van het eten genieten. "Dat is wel zo prettig."

Dauphine is ook een belangrijke locatie in De Greppel, Kochs nieuwe roman over vooroordelen, angst en afbrokkelend vertrouwen. Ook Elsa's in Oost en café Schiller aan het Rembrandtplein komen in het boek voorbij ­- Koch houdt het graag dicht bij huis.

"Ik ben niet zo'n schrijver die denkt: ik ga een boek schrijven dat zich in Alaska afspeelt, dus ik moet maar eens naar Alaska. Ik zou hooguit iets in Alaska situeren als ik er een langere tijd had doorgebracht. Ik kom daarom snel uit op Amsterdam, de stad die ik op mijn duimpje ken. Dat geeft een steun. Dat je weet: mijn personage is nu daar - en dat ik dat dan tot in detail voor me zie."

"Al ben ik ook weer niet geobsedeerd door de feiten. Mijn hoofdpersoon, de burgemeester van Amsterdam, gooit op een gegeven moment wijnflessen in de glasbak schuin tegenover zijn ambtswoning. Ik weet heus wel dat er in het centrum helemaal geen vuilcontainers en glasbakken zijn. Dan denk ik: so what?"

Bent u niet bang dat uw internationale lezerspubliek de weg kwijtraakt in die Amsterdamse straten?
"Wij lezen hier toch ook net zo makkelijk boeken uit Colombia of Mexico? Zonder die landen per se te kennen? Je moet het gevoel hebben dat de schrijver weet waar hij is."

"Een huis mag dan wel verzonnen zijn, maar het moet wel kloppen. Dat je niet op pagina 98 een trap afgaat die er op pagina 14 niet was."

Zoals u al zei: de hoofdpersoon is de burgemeester van Amsterdam. Hij denkt dat zijn vrouw vreemdgaat. Waarom eigenlijk?
"Dat is zo ontstaan. Het begin van dit boek ontstond tijdens het schrijven van Geachte heer M., mijn vorige roman. Toen kwam ik op het idee van een buitenlandse echtgenote. Maar dat had meer ruimte nodig. Daar­om heb ik het bewaard voor deze roman. De volgende stap was dat er iets was met die buitenlandse vrouw. Dat gegeven breng ik dan weer in combinatie met een echtgenoot die een publieke functie bekleedt, en die dus snel in opspraak kan raken."

U hebt zelf een Spaanse vrouw.
"Het is een boek over demonen, over angsten die zomaar het zicht op de werkelijkheid kunnen overnemen. Daar heeft toch iedereen last van? Zo gaat Het Diner over mijn angst dat mijn kind ooit dingen zou gaan doen waarvan je hoopt dat ze nooit gebeuren. Ik heb inderdaad zelf een Spaanse vrouw. In haar heb ik trouwens een groot vertrouwen, net zoals in mezelf."

"Maar er zit wel iets in van: als je denkt dat je een ideale relatie hebt, kan er ook altijd iets heel erg kapotgaan. De burgemeester wordt door zijn vermoedens dat zijn vrouw een ander heeft een deerniswekkend persoon. Hij denkt echt dat zijn wereld ten einde komt als het waar is wat hij bevroedt."

Dan voert u ook nog ouders op, negentigers, die een einde aan hun leven willen maken.
"Samen eruit stappen nu het nog goed gaat. Dat is een typisch Nederlandse gedachte. In dit land moet alles lollig en prettig zijn, zegt Sylvia, de vrouwelijke hoofdpersoon in mijn boek. Die mening deel ik. Trouwen gaat hier steevast gepaard met ironie en vette knipogen. En begraven is 'het leven vieren', waarbij iedereen al bezopen moet zijn voordat de kist op de schouders wordt genomen."

"Een totale ontkenning van de werkelijkheid. Het zal wel te maken hebben met het feit dat we in dit land al lang zijn gevrijwaard van echte conflicten, op die vijf vreselijke oorlogsjaren na. Nederlanders weten niet wat vechten is. Elke vorm van tegenslag wordt met een grap weggewuifd. Ook euthanasie is in dit land een onderdeel van het pretpakket."

Dat klinkt voor een Nederlandse schrijver nogal conservatief.
"Ik vind dat mensen die echt lijden de kans moeten krijgen om een einde te maken aan het leven. Maar dat betekent niet dat
iedereen onmiddellijk na een slechtnieuws-gesprek een draaiboek moet maken voor een vrolijke begrafenis, compleet met playlist en een videodagboek waarbij de overledene de bezoekers nog één keer grappig toespreekt. Ik denk dat een beetje wegdommelen, met de kinderen om je heen, zo slecht nog niet is."

Hebben die ouders met hun euthanasiewens te maken met uw persoonlijke leven? U werd zelf wees toen u 25 was.
"Ik heb niet geleden onder het Prince Charlessyndroom. Mijn moeder ging dood toen ik zeventien was en mijn vader overleed acht jaar later."

'Als je denkt dat je een ideale relatie hebt, kan er ook altijd iets heel erg kapotgaan'Beeld Martin Dijkstra

"Na de aanvankelijke shock realiseerde ik me dat dit me ook veel vrijheid gaf. Ik hoefde op jonge leeftijd al niets meer te verantwoorden en ik hoefde ook niet meer een vader of een moeder te pleasen. Ik had een goede relatie met mijn ouders, maar na hun dood kon ik doen en laten wat ik wilde. Ik ben daardoor sneller volwassen geworden. Het was voor mij als vrij snel: dit ben ik en zo ga ik het leven in. Zonder een permanent aanwezige slagschaduw die alles eerst toch even moet goedkeuren."

"Ik heb vrienden die al best op leeftijd zijn en nog steeds hun ouders hebben. Dat betekent dat je ook nog altijd een beetje kind bent, ook al ben je voorbij de zestig. Het is dan altijd maar hopen dat je vader of moeder tevreden is met de beslissingen die je neemt. Want zo werkt dat. Kinderen willen bevestiging van hun ouders."

De Greppel is een boek over vooroordelen en de angst voor het onbekende. In die zin is het een boek over nu.
"Ik zou zelf nooit een boek schrijven over het in huis nemen van een Syrische vluchteling, en ook niet over een terroristische aanslag. Ik neem liever iets wat de tijdgeest beheerst en door ons hoofd spookt. Daarbij heb ik als voordeel dat ik dus een buitenlandse vrouw heb. Uit een leuk land, welteverstaan. Tenminste, dat vinden we dan. Zuid-Europeanen zien we nog wel als gezellig."

Heeft zij na haar verhuizing geen last gehad van vooroordelen?
"Dat was een stuk minder dan wanneer ze een hoofddoekje had gedragen. Maar ook een Spaanse vrouw wordt hier geconfronteerd met clichés. Er hangt toch een sfeer van: Spanje? Leuk land om op vakantie naartoe te gaan, maar verder moeten we het niet serieus nemen met die mañana mañana-mentaliteit. Het is hier trouwens ook doodnormaal dat mensen meteen hard tegen je gaan schreeuwen als je met een accent praat." Met luide stem: "Weet je wat ik bedoel?"

U woonde zelf zeven jaar in Spanje.
"Daarom weet ik dat ons superioriteits­gevoel niet terecht is. De best georganiseerde Olympische Spelen ooit waren die van Barcelona in 1992. Want wat blijkt nou?"

"Het is in Spanje wel zo dat niet elke afslag van de weg helemaal op tijd klaar is, maar daardoor kunnen de Spanjaarden ontzettend goed improviseren. Dus zijn er nooit echt problemen. Hier is alles tot in de puntjes geregeld, maar als er dan iets misgaat, kunnen we niet zo goed improviseren."

Wat hebben die Spaanse jaren u gebracht?
"Ik was 31 en dacht: nu kan ik nog zoiets doen. Ik wilde een half jaar blijven. Maar doordat ik mijn vrouw ontmoette, ben ik langer gebleven: van 1985 tot 1992. Het is de periode dat in Barceloneta, op het strand van Barcelona, nog vistentjes aan de waterkant stonden, terwijl even verderop de fabrieken het afvalwater rechtstreeks in zee loodsten. Ook daar is de boel enorm opgepoetst."

Denkt u nog weleens aan de tijd waarin u nog alleen nog maar droomde van het grote schrijverschap?
"Er is wel iets veranderd, ja. Ik durf mezelf nu toe te staan om te denken: de komende jaren kan ik gewoon door met schrijven. Omdat het financieel goed gaat, kan ik ook selectiever zijn. Die vrijheid is bijzonder."

Volgens uw uitgever verkocht u zo'n drie miljoen exemplaren van Het Diner. Dat moet toch een machtig gevoel zijn?
"Ik was deze zomer in Australië en in Nieuw-Zeeland en dan staat daar ook zo'n lange rij die mijn boek gesigneerd wil hebben. Ze kennen je daar dan. Pas als ik dat publiek zie, denk ik: het is dus echt waar."

"Aan de andere kant verdwijnt er ook iets. Als je in de bestsellerhoek terechtkomt, wordt al snel gedacht dat jouw boeken eigenlijk niet echt goed kunnen zijn. Een schrijver die een boek maakt dat zo veel mensen kunnen lezen, moet wel een commerciële knieval hebben gemaakt - dat is de opinie onder de fijnproevers. Totale onzin, natuurlijk. Anders zouden tientallen schrijvers vandaag nog zonder enige gewetensbezwaar die knieval maken."

U stond met Het Diner in de bestsellerlijst van The New York Times. Het boek wordt nog altijd vertaald, nu weer in China. Waarom toch die ergernis?
"Het is geen ergernis. Maar ik kijk er wel van op. Ik hoef niet ingedeeld te worden bij een bepaalde canon of zo, maar ik vind het jammer dat de Nederlandse literatuur blijkbaar synoniem is met: alleen geschikt voor Nederland."

Jeugdfoto Herman KochBeeld Privéarchief

"Oftewel: werk dat alleen in deze kleine provincie begrepen kan worden. Zodra het de grenzen over gaat, wordt het verdacht. Dat vind ik bizar."

U had ook al voor uw succes moeite met 'het vak': met gewichtigdoenerij heeft u niets. Dat leverde destijds regelmatig een venijnige alinea of column op. Maar nu zou ik, als ik u was, toch denken: wat kan mij het allemaal schelen?
"Voor alle duidelijkheid: de leuke kant overheerst. Maar die andere kant is er ook. Als ik minder succes had, zouden mijn boeken hoger worden aangeslagen. Zo werkt dat. Dat weet ik zeker."

"In de jaren zeventig moesten we op een gegeven moment allemaal Gabriel García Márquez' 100 jaar eenzaamheid lezen. Toen dacht ik zelf ook: ik moet nog maar even zien of dat echt iets voorstelt."

"Bestseller is een scheldwoord geworden. Let maar eens op hoe mensen over de boeken op Schiphol praten. Daar verkopen ze alleen maar van die bestsellers, hoor je dan. Alsof het een genre is. Jhumpa Lahiri is een bestsellerschrijver. Evenals Elena Ferrante. Prachtige boeken. Maar er wordt al snel gezegd: dat is meer iets voor het strand."

Schrijven deed u altijd al, maar na de middelbare school ging u bewust geen Nederlands studeren...
"Ik had het idee: die vijf boeken die ertoe doen in de Nederlandse literatuur, heb ik al wel gezien. Toen ik een jaar of zeventien was, las ik Jan Wolkers, Jan Cremer. Maar die las je eigenlijk alleen om de hitsige stukken. Toen las ik Op weg naar het einde van Gerard Reve. Dat was een schok: dat kan dus óók. Literatuur die leuk kan zijn."

"Vanaf toen heb ik alles van Reve gelezen. Ik vind hem een voorbeeld van iemand die een eigen humor heeft én zijn eigen stempel drukt op de stijl."

Uw loopbaan verliep wonderlijk. U was schrijver, maar werd vooral bekend door Jiskefet.
"Het leven laat zich niet regisseren. Al is die achtergrond minder aanwezig nu mijn publiek zich overal bevindt."

"In het buitenland heeft niemand het over mijn verleden bij de televisie. Daar gaat het honderd procent over mijn boeken. Dat ervaar ik als een voordeel."

In De Greppel toont u zich opnieuw een vileine waarnemer. Wim Pijbes maakt zijn opwachting als een ijdele, op de buitenkant gerichte museumdirecteur en Amsterdam wordt geschetst als een stad waar het vuil nogal aanwezig is.
"Als ik De Greppel later had geschreven, was het wel meer over het toerisme gegaan. Dat zit er nu zijdelings in. Amsterdam is een provinciehoofdstad, maar wel een leuke. Het feit dat hier vierhonderd toneelvoorstellingen per dag in première gaan, maakt Amsterdam nog geen Parijs of Madrid."

Toch laat u Robert, de burgemeester, trots zijn op zijn stad...
"Weet je wat het is? De echte Amsterdammer zit nergens mee. De grote monden komen van de mensen die oorspronkelijk van buiten komen, met in hun hoofd de droom van de grote stad. Die wanen zich in een wereld­stad. Ik zeg het nog maar een keer: dat is het niet."

Heeft u nooit overwogen om de stad te verlaten?
"Welnee zeg. Ik heb het hier juist prima naar mijn zin. Ik vind het predicaat provinciestad ook niet negatief."

Heeft de roem u veranderd?
"Je kan wel dénken van niet, maar dat is toch niet zo. Maar ik voel geen druk meer, eerder voel ik me bevrijd. Ik denk nu tijdens het schrijven: laten we maar eens zien waar ik uitkom. Maar in de dagelijkse praktijk is er niet echt veel veranderd. Ik schrijf boeken. Dat deed ik en dat doe ik."

"En ik moet niet gaan denken dat ik weer eens een Diner-achtig boek moet gaan schrijven. Dat zou ik treurig vinden. Het is alleen wel zo dat je je na zo'n klapper wel wat makkelijker kunt veroorloven om een minder boek te schrijven. Dat hoort er toch ook bij? Dat de lezers zeggen: die nieuwe is net iets minder dan zijn derde boek."

De constante in uw leven was de drang om schrijver te worden. Knijpt u zich weleens in uw arm?
"Niet meer. Maar ik heb lang genoeg geploeterd om te weten dat het ook veel minder prettig had kunnen zijn."

'Het is wel zo dat je je na zo'n klapper wel wat makkelijker kunt veroorloven om een minder boek te schrijven'Beeld Martin Dijkstra

Herman Koch

Geboren
5 september 1953, Arnhem

1965-1969
Montessori Lyceum Amsterdam-Zuid

1969-1972
Spinoza Lyceum

1973
Werkt half jaar op een boerderij in Finland

1973
Studeert drie maanden Russisch

1984-1989
Vaste medewerker van radioprogram­ma Borát

1989
Debuut Red Ons, Maria Montanelli

1990-2005
Jiskefet

2009
Het Diner. Volgend jaar komt de Amerikaanse boekverfilming uit, met onder anderen Richard Gere

Herman Koch is getrouwd met Amalia. Zij hebben een zoon: Pablo (22)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden