PlusOnverdoofd

Henk van Straten: ‘Ik heb het nodig om af en toe alles kapot te maken’

Schrijver Henk van Straten (40) worstelt van jongs af aan met een onrustige geest. Om de somberte te verjagen drinkt hij. Maar net zo goed oefent hij het inhouden van zijn adem, ligt hij op een spijkermat, neemt hij koude douches en sport hij fanatiek. ‘Echt blij ben ik nooit.’

Henk van Straten: ‘Wat ik probeer, is niet in een gat te vallen waarin labiel en somber zijn de overhand heeft en ik alle controle verlies.’ Beeld Marc Driessen
Henk van Straten: ‘Wat ik probeer, is niet in een gat te vallen waarin labiel en somber zijn de overhand heeft en ik alle controle verlies.’Beeld Marc Driessen

Henk van Straten draagt zijn laatste boek, Ernest Hemingway is ­gecanceld, op aan jeugdvriend ­Selim Lemouchi, die zeven jaar ­geleden op 33-­jarige leeftijd een einde aan zijn leven maakte. Lemouchi werd ­beroemd als frontman van de occulte rockband The Devil’s Blood, maar zat daarvoor met Van Straten in een punkbandje waarmee ze door ­Europa tourden. “Zaten we samen achter in een busje, allebei een kater en dan in korte broek met de blote bovenbenen tegen elkaar. Ik mis dat nog steeds: de kameraadschap, het ongedwongene.”

Het vak van schrijver is daarmee misschien wel het eenzaamste dat hij had kunnen ­kiezen. Toch is het voor Van Straten een uitkomst. “Door jou geïnterviewd worden is overzichtelijk, het heeft een doel en als we klaar zijn rij ik terug naar Eindhoven. Als we alleen maar voor de gezelligheid zouden hebben afgesproken, zou ik steeds denken: is het al tijd om op te stappen? Gaan we nog samen eten straks? Heb ik het leuk? Bén ik leuk?” Omgaan met mensen kost Van Straten veel energie. In gezelschap loopt het ‘energiemetertje’ snel leeg, met wat biertjes op gaat het beter.

Drieënhalf jaar geleden zei Van Straten in een interview met de Volkskrant dat hij zichzelf een leukere vader vond als hij ‘wat Duveltjes’ op had. Hij zou er ‘vlotter, zorgelozer en grappiger’ van worden, ook richting zijn zoons, die in­middels 13 en 10 jaar oud zijn. Ik vond het een moeilijk te verteren uitspraak, omdat ik destijds al een paar jaar droog stond en bang was dat ik zonder de Duveltjes dus een minder leuke vader zou zijn. Meer mensen waren kritisch. “Som­migen vonden dat ik te koop liep met mijn alcoholisme, maar ik bedoelde het genuanceerder. Ik ben neurotisch, gestrest, onrustig, en mijn jongens hebben daar soms last van. Met twee Duvels op wordt dat minder, kan er wat meer, word ik jovialer.”

“De verdoving heeft voordelen, maar ik walg er ook van. Het werkt bewustzijnsvernauwend en bovendien ga ik vaak door als ik eenmaal drink, met als gevolg een kater de volgende dag. Die volgt op een periode waarin ik gezond heb geleefd en veel heb gesport, wat ik dan allemaal teniet heb gedaan voor mijn gevoel. Kan ik weer opnieuw beginnen met opbouwen. Soms mijd ik sociale settings, puur omdat ik niet wil drinken, dat vind ik wel heftig.”

Placebo-effect

Vanaf jonge leeftijd is Van Straten op zoek naar ‘een soort van verlossing’. “Echt blij ben ik nooit. Wat ik probeer, is niet in een gat te vallen waarin labiel en somber zijn de overhand heeft en ik alle controle verlies. Dat ligt altijd op de loer, ik ben er blijvend mee in gevecht.”

Hij vertelt over een belangrijk begrip in het boeddhisme dat ‘dukkha’ heet, wat betekent: ­lijden is een onlosmakelijk onderdeel van het ­leven. “Iedereen gaat op zijn eigen manier met dat lijden om. Sommigen kopen een nieuwe bank, anderen gebruiken drank of andere verdovende middelen om hun angst voor dat lijden te onderdrukken. Er is ook de mogelijkheid om verlossing te vinden in dat lijden, met als gevolg dat je beter gedijt, in de wereld, in je hoofd en in je lichaam. Dat spreekt me aan, en is de reden waarom ik het gebruik van psychedelica in­teressant vind: om mijn geest te verkennen, nieuwe inzichten op te doen. En ook waarom ik een keukenkastje heb vol voedingssupplementen. Iets in mij denkt dat dat iets voor mij kan doen. Als ik een potje met saffraanextract in handen houd, weet ik ook wel dat het gebruik ­alleen maar een placebo-effect heeft. Maar hé, een placebo-effect is óók een effect.”

Het is een van zijn vele pogingen om de somberte te bestrijden. Hij ligt regelmatig op een spijkermatje dat vanwege de pijnsensatie moet zorgen voor de aanmaak van endorfine. Van Wim Hof alias The Iceman kwam de weldaad van koud douchen en van de adem lang inhouden om zo meer controle te krijgen over lichaam en geest.

Als voormalig hyperventilatiepatiënt krijg ik van Van Straten uitleg hoe je een keer of dertig, veertig, diep moet in- en uitademen, net zolang tot je je raar in het hoofd voelt. Vervolgens hou je je adem zo lang mogelijk in – Van Straten houdt het 4,5 minuut vol na inademing en 3 minuut 10 na uitademing. “In de westerse wereld ademen we vanuit stress: te kort en te hoog. Die zou er moeten zijn als je wordt opgejaagd door een leeuw. Door lang je adem in te houden ga je bewuster en rustiger ademen, word je kalmer, voel je je beter. Die hyperventilatie die jij hebt gehad, wordt een monster dat je kent, wat een stuk minder eng is dan een monster dat je niet kent en je altijd kan bespringen.”

Routines

Het intrigeert me, dit zoeken naar verlossing zonder echt te weten of het helpt. Misschien gaat het er niet eens om dát het helpt, is het zoeken al genoeg. Niet koud douchen aan het begin van de dag is een nederlaag, het wel doen is winst: het maakt het leven op z’n minst overzichtelijker. Euforisch maakt het Van Straten niet. “Met routines als koud douchen en je adem inhouden probeer ik over de lijn te lopen die boven dat gat van somberte gespannen is.”

Zodra hij over het gat begint, voel ik de herkenning. Zo vaak ben ik bang om erin te vallen, al weet ik niet eens wat het gat precies inhoudt. Het lonkt als routines worden doorbroken, in mijn geval als ik even niet kan hardlopen, voor Van Straten als in tijden van lockdown de sportscholen dichtgaan. Daar ging hij drie tot vier keer per week naartoe. De spierkracht die hij opbouwde, beschouwt hij als een metafoor voor zijn kracht in het algemeen. De paniek die er is als de sportschool sluit, is niet in lijn met het boeddhisme en het principe van loslaten. “Ooit schrijf ik een boek met als titel: Ik ben de slechtste boeddhist die ik ken,” zegt hij lachend. “Ik blijf maar gevangen in het Wiel van Samsara, een begrip dat staat voor al het niet-wenselijke proberen af te stoten. Of het nu het sluiten van de sportschool is of het onvermijdelijke van de dood, waar het op neerkomt, is dat ik probeer te controleren wat ik niet kan controleren.”

Oerstaat

Terug naar de zelfverkozen dood van Selim ­Lemouchi, die volgens Van Straten te maken heeft met het satanisme dat zijn jeugdvriend aanhing en het verlangen om terug te keren tot een staat van vormloosheid. “God heeft de mens in een vorm gedwongen en in die hoedanigheid lijdt de mens. Hij verlangt naar het loslaten van alle moleculen, naar terug naar de oerstaat gaan. Vormloos worden is een extreme vorm van ontspannen, alles loslaten en dan zo… de kosmos in. Ik kan niet namens Selim spreken, want we zagen elkaar al een tijdje niet meer, maar de dood kan een ultieme uitademing zijn, vanuit een diep verlangen naar echt ontspannen.”

Zelf wil hij leven. “De hoofdpersoon in mijn nieuwste roman komt uiteindelijk in de gevangenis terecht, dat is misschien nog een alter­natief. Alles kwijt zijn, op vaste tijden eten, ­genoeg lichaamsbeweging en helemaal geen opties meer hebben. Het is een soort zelfmoord, alleen leef je wel door.”

Een simpel en onverdoofd leven, zoals in een gevangenis of als een boeddhist in een klooster, ziet Van Straten zeker als een mogelijkheid. “Is het bedtijd, dan ga je naar bed. Wil je aan je boek werken, dan is dat wat je gaat doen. Als je verlangt naar de roes, zoals jij na acht jaar droogstaan nog steeds weleens hebt, dan mag dat er gewoon zijn. Ga je lekker een rondje hardlopen, niet als vervanging voor de Duvel, maar als iets wat je gewoon dóét. Ik zou het kunnen, zo leven.”

Al moet zijn drankprobleem nog net iets groter worden dan nu, erkent hij. “Dat is het nu nog niet, nu drink ik en vervloek ik mezelf de volgende dag. Die walging is na twee dagen weer weggeëbd en dan ben ik vergeten hoe erg het was. Ik heb het blijkbaar nodig om af en toe alles kapot te maken, zodat ik vervolgens als een feniks uit de as kan herrijzen. Als ik te lang nuchter ben, word ik op een gegeven moment gek van die onverdoofde geest. Ik vind mijn nuchtere ik op een gegeven moment gewoon een enorme zeikerd.”

Reacties zijn welkom op onverdoofd@parool.nl

Onverdoofd

Paroolcolumnist Erik Jan Harmens (1970) stopte acht jaar geleden met drinken en schreef daar onder meer de autobiografische roman Hallo muur over. Hij leeft niet langer in het donker, maar het licht is ­eigenlijk té licht en het verlangen naar bedwelming nooit helemaal weg. In gesprekken met veel­gebruikers en gematigden, te lezen in de krant en te beluisteren als podcast, zoekt hij antwoord op de vraag: Is het mogelijk om onverdoofd te leven?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden