Plus Achtergrond

Hendrik Lorentz, nestor van de natuurkunde en vriend van Einstein

De Rijkstelegraafdienst werd op 4 februari 1928 drie minuten stilgelegd, uit eerbied voor de dood van de grote natuurkundige Hendrik Lorentz. Maar wie was Lorentz?

Hendrik Lorentz in 1925 in de Universiteit Leiden. Beeld Nationaal Archief

Anne Kox maakt in zijn biografie van deze in­ternationaal georiënteerde wegbereider van de relativiteitstheorie van Einstein duidelijk hoe Lorentz uitgroeide tot de nestor van de natuurkunde. Lorentz kreeg in 1902 de Nobelprijs voor zijn onderzoek naar elektromagnetische eigenschappen van materie. Zijn voormalige student Pieter Zeeman kon deze theorie door middel van laboratoriumexperimenten bevestigen, daarom kregen ze beiden de Nobelprijs.

Al op 24-jarige leeftijd was Lorentz hoogleraar geworden in Leiden, en hij was een van de eersten die zich toelegden op de theoretische natuurkunde: een vakgebied dat een duidelijke scheiding maakt tussen de ‘materie’, die bestaat uit kleine deeltjes, en de ‘ether’, de ‘tussenstof’ die als drager fungeert van de elektromagnetische werking. De Nederlandse natuurkunde stond rond 1900 internationaal in hoog aanzien. ­Tussen 1901 en 1913 kregen vijf Nederlanders de Nobelprijs.

In die tijd was het bijzonder, zeker in de natuurkunde, dat Lorentz ettelijke vrouwelijke promovendi tot doctor kon benoemen. En niemand keek er blijkbaar van op dat ook zijn ei­gen dochter Berta bij hem promoveerde.

Lo­rentz ging met vervroegd emeritaat als gewoon hoogleraar om als curator in dienst te treden van het Teylers Museum in Haarlem. Hij kreeg daar een eigen natuurkundig onderzoekslaboratorium. In Leiden was het ontbreken van een goed ‘lokaal voor proeven’ altijd een kleine ergernis geweest.

Hendrik Antoon Lorentz, natuurkundige van Anne J. Kox.

Sluizen in de Afsluitdijk

Lorentz was ondanks zijn drukke werkzaam­heden voor Teylers en de Leidse universiteit (hij bleef colleges geven) en zijn vele internationale publicaties een man met een groot maatschappelijk hart. Dat begon al thuis. Zijn vrouw Aletta Kaiser was feminist en een van de op­richters van de Nederlandsche Bond voor ­Vrouwenkiesrecht. Lorentz zelf was actief in de Vrijzinnig Democratische Bond. Mede door zijn toedoen werd in 1910 de eerste Openbare Bibliotheek in Leiden geopend.

Ook speelde hij een belangrijke rol in de internationale pogingen de Duitse natuurkundigen tijdens de Eerste Wereldoorlog bij wetenschappelijke congressen te houden. Dat lukte niet, maar evenzogoed was hij een van de initiatiefnemers om na afloop van die oorlog zijn Duitse vakgenoten weer opgenomen te krijgen in de internationale academische gemeenschap.

Zijn meest blijvende en zichtbare publieke betrokkenheid is tot op de dag van vandaag nog prominent zichtbaar: de Lorentzsluizen in de Afsluitdijk. Van 1918 tot 1926 was hij actief in de Zuiderzeecommissie. Grappig is te lezen dat Lorentz zich aanvankelijk ook bemoeide met de ingewikkelde berekeningen die nodig waren om de Zuiderzee af te sluiten van de Noordzee, maar daarmee volgens Kox ophield omdat hij te veel rekenfouten maakte.

Verbrande brieven

Waarschijnlijk is Lorentz vooral bekend gebleven vanwege zijn vriendschap met Albert Einstein. Niet in de laatste plaats omdat Einstein de dag na Lorentzs begrafenis in Leiden een rede hield waarin hij Lorentz karakteriseerde als ‘zoowel de edelste en krachtigste persoonlijkheid, als de grootste en sterkste mensch dien ik gekend heb’.

Albert Einstein en Hendrik Lorentz.

De biograaf concludeert dat Lorentz geen man van groot emotioneel vertoon was, ‘af en toe op het saaie af’. Helaas verbrandde zijn weduwe (op zijn verzoek) drie pakken brieven die dit beeld hadden kunnen weerspreken. Gelukkig bleef er nog veel correspondentie over en daarmee illustreert Kox hoe Lorentz met de internationale gemeenschap van natuurkun­digen omging. Met Einstein was hij het niet altijd eens, maar hun contact was uiterst hartelijk. Er werd met tal van vakgenoten enthousiast gecorrespondeerd over nieuwe inzichten en formules. In een brief aan een vriend schreef Einstein: ‘Ik bewonder deze man als geen ander, ik zou willen zeggen, ik houd van hem.’

Wonderlijk genoeg is deze maand nóg een biografie van Lorentz verschenen, geschreven door Frits Berends en Dirk van Delft. Zij zijn wat langer van stof dan Kox, maar ze schrijven wel met meer schwung. Kox gebruikt in zijn wat schools geformuleerde verhaal omslachtige formuleringen als ‘Het is zinvol nog even terug te blikken op het hier behandelde werk’ en ‘Zoals aan het begin van dit hoofdstuk al is gezegd’. Voordeel van deze stijl is dan weer wel dat de ingewikkelde theorieën van Lorentz voor niet-natuurkundigen helder worden uitgelegd.

Berends en Van Delft hebben wat meer aandacht voor petite histoire; zo stippen ze aan dat het Teylers Museum nogal slordig met de erfenis van Lorentz is omgegaan. In de jaren vijftig werd bijna de hele inventaris van zijn onderzoekslaboratorium op een veiling verkocht. Enfin, wie het hele verhaal wil, moet beide boeken lezen.

Lorentz, gevierd fysicus, geboren verzoener van Frits Berends en Dirk van Delft.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden