PlusAchtergrond

Helpers en helden: een kleine geschiedenis van de filmhond

De nieuwste Lassie, met zijn menselijke filmvriend Flo (Nico Marischka).

De nieuwe Duitse versie van Lassie laat zien dat dappere filmhonden het altijd goed doen. In de begindagen van de cinema schopten sommige het zelfs bijna tot beste acteur bij de Oscars.

Je hebt hondenmensen en je hebt kattenmensen. En ­misschien heb je, vergelijkbaar daarmee, ook wel hondenlanden en kattenlanden. Afgaand op de nationale films is Nederland dan een kattenland. Wij hebben de kinderklassieker Minoes (Vincent Bal, 2001) en stadskat Abatutu uit De wilde stad (Mark Verkerk, 2018), die begin oktober op Werelddierendag centraal staat in maar liefst twee nieuwe films: Poeslief en Katwalk.

In Amerikaanse films is de hoofdrol veel vaker voor de hond. En dat is niet zo vreemd: de chaotische eigengereidheid van de kat is misschien leuk voor Nederlandse documentairemakers, maar het lopendebandwerk van het Amerikaanse studiosysteem vereist een hogere mate van discipline en volgzaamheid. Dus is het de hond die in Hollywood op een voetstuk staat.

De eerste fictiefilm waarin een hond acte de présence gaf, is voor zover bekend The Whole Dam Family and the Dam Dog, in 1905 door filmpionier Edwin S. Porter gemaakt voor de Edisonstudio. Het zwijgende kortfilmpje, gebaseerd op populaire humoristische ansichtkaarten uit die tijd, toont een simpele grap rond de platvloerse familie, wier achternaam uiteraard net iets schokkender is als hij hardop wordt uitgesproken. Nadat de acht gezinsleden één voor één zijn geïntroduceerd (met als uitsmijter ‘and the Dam Dog’), zien we ze samen aan de eettafel. Wanneer de hond door de vader des huizes van de stoel aan het hoofd van de tafel wordt gejaagd, neemt hij zijn wraak door het tafelkleed mee te sleuren, met een flinke ravage tot gevolg.

Eigen villa

Waar de eerste filmhond dus voor chaos zorgde, bouwden de trouwe viervoeters al snel een reputatie als helpers en helden op. De eerste hond die een filmster werd, was collie Jean – ook wel bekend als de ‘Vitagraphhond’, vernoemd naar de studio waarvoor ze in tientallen avonturen speelde.

Jean was de eerste van een imposante reeks heldhaftige blaffers. Tussen de ruim tweeduizend beroemdheden die worden geëerd met een ster op de legendarische Hollywood Walk of Fame, prijken liefst drie filmhonden: Strongheart, Rin Tin Tin en Lassie. Alle drie kunnen ook bogen op levensverhalen om u tegen te zeggen.

Strongheart, filmpseudoniem van de Duitse herder Etzel von Oeringen, was in Duitsland politiehond. Hij diende bij het Rode Kruis tijdens de Eerste Wereldoorlog, voor hij in de jaren twintig onder de hoede van Laurence Trimble (eerder ook de trainer van Jean) in Hollywood belandde. Daar was hij al snel succesvol genoeg om een villa in de Hollywood Hills te kopen – los van die van zijn baasjes.

Strongheart werd op de voeten gevolgd door Rin Tin Tin, die hem al snel voorbijstreefde in succes en populariteit. Ook deze hond kwam na de Eerste Wereldoorlog uit Europa naar Amerika: hij werd als puppy door een Amerikaanse soldaat meegenomen uit Frankrijk. De tientallen films die Rin Tin Tin in Hollywood maakte waren zo succesvol dat ze studio Warner Bros meermalen uit de financiële problemen redden. Naar verluidt was hij zelfs zo populair dat hij bij de allereerste Oscaruitreikingen in 1929 de meeste stemmen ontving in de categorie beste acteur. Omdat de Oscarorganisatie serieus over wilde komen, werd opnieuw gestemd, met enkele menselijke acteurs op de keuzelijst.

Maar de uitzonderlijkste filmcarrière was onge­twijfeld voor Lassie, die met recht een van de grote Hollywood­dynastieën is te noemen. Lassie werd bedacht door de ­Engelse schrijver Eric Knight voor zijn kinderboek ­Lassie Come Home uit 1940, dat in 1943 door studio MGM werd verfilmd. De hoofdrol was voor Pal – overigens een mannetje in de als vrouwtje geschreven rol. Pal zou Lassie meer dan tien jaar blijven spelen. Toen hij te oud werd voor het filmwerk bleef de rol in de familie: van de klassieke tv-serie die liep van 1954 tot 1973 tot aan recente nieuwe versies, werd Lassie vrijwel altijd gespeeld door nazaten van Pal; inmiddels zijn we aan de tiende generatie toe.

‘Vechten’ met boeven

Overigens was er ook in kattenland Nederland wel enig succes voor filmhonden. Zoals in Drie jongens en een hond, een jeugdfilm uit 1951 van Henk van der Linden. Het was de eerste film die hij voor de bioscoop maakte, en het immense succes ervan vormde de basis voor zijn productiebedrijf. De daaropvolgende decennia werd hij vanuit zijn bescheiden thuisbasis in Limburg stilletjes de productiefste en succesvolste filmmaker van Nederland.

In zijn onlangs verschenen autobiografie Tussen de filmrollen memoreert Van der Linden de zoektocht naar de hoofdrolspelers voor Drie jongens en een hond: ‘Ik vond al snel een stel leuke knapen. Nu nog een herdershond. Dat viel niet mee, want het moest een goed getraind dier zijn. In het scenario had ik allerhande spannende situaties ­gecreëerd en dat vooral in de scènes met de hond. Tot mijn geluk vond ik in Frits van Wenkop, van beroep mijnwerker, een geweldige dresseur. Hij wist Nero, zo heette de hond, prachtige stunts te laten doen en gevechten tussen de ‘boeven’ en de hond te ensceneren.’

Nero en andere honden van Van Wenkop zouden in de volgende jaren nog meerdere malen opdraven in de jeugdfilms van Van der Linden, in titels als Trouwe ­kameraden (1956) en Vier rakkers en een oude jeep (1958). Daarbij werd het geblaf en gegrom van de dieren op de soundtrack verzorgd door de vader van de regisseur, die de geluidseffecten voor al diens films ­verzorgde. ‘Hij imiteerde het dier zo goed dat er nooit iemand heeft gemerkt dat de hond niet zelf blafte’, schrijft Van der Linden.

Honden uit de computer

Tegenwoordig komen de meeste filmhonden uit de ­computer, met wisselend succes. Voor de live-action ­remake van de klassieke animatiefilm Lady and the Tramp koos Disney ervoor echte honden te gebruiken op de set, maar hun ogen en monden via computeranimaties te ­laten bewegen, zodat de dieren konden ‘praten’. Het resultaat werd gemengd ontvangen. De film haalde de bioscopen niet – hij werd ingezet om het nieuwe streamingplatform Disney+ te lanceren.

De Jack Londonverfilming Call of the Wild ging een stap verder en animeerde een complete hond: de sint-­bernard Buck, die ten tijde van de goudkoorts in de wildernis van Yukon een reeks avonturen beleeft. Ook hier laat de geloofwaardigheid vaak te wensen over, ook al omdat de film in komisch bedoelde scènes Bucks anatomie tot cartooneske proporties oprekt. De hond werd in motion-capture overigens belichaamd door stuntman en bewegingscoach Terry Notary, die eerder al apen (Planet of the Apes) en orks (The Hobbit) speelde.

De nieuwe Duitse jeugdfilm Lassie, een eigentijdse ­remake van het oorspronkelijke Lassieverhaal van Eric Knight, die vanaf woensdag in Nederland draait, pakt het ­gelukkig ouderwets aan: Lassie wordt gespeeld door een getrainde hond. Het is geen nazaat van Pal dit keer – hoofdrolspeler Bandit is een Duitse hond van de ‘Film-Tier-Ranch’ van trainer Renate Hiltl. Een andere traditie blijft wel in ere: ook nu weer wordt het brave ‘Mädchen’ in de film gespeeld door een reu.

Lassie is te zien in Arena, Euroscoop en De Munt.

Herdershond Nero en weesjongen Henk in Trouwe kameraden (1956).
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden