PlusKlapstoel

Helmert Woudenberg: 'Toneelspelen was overleven'

Helmert Woudenberg (1945) is acteur, toneelregisseur en schrijver. In zijn solo Landverrader kijkt hij naar de Tweede Wereldoorlog door de ogen van zijn grootvader, die NSB'er was.

Woudenberg: 'Ik kon meer mezelf zijn als ik deed of ik iemand anders was dan een bleek oorlogsweesje'Beeld Harmen De Jong

Elspe

"Duitsland. Ik ben er geboren, maar ik ben een wees. Mijn vader was SS'er en is gesneuveld aan het oostfront, en mijn moeder stierf aan een borstinfectie toen ik zeven maanden was."

"Mijn grootvader Hendrik Jan collaboreerde met de Duitsers, als leider van het Nederlands Arbeidsfront. Na Dolle Dinsdag heeft hij de vrouwen in zijn familie veiliggesteld in een pension in Elspe, ook zijn zwangere schoondochter."

Moeder

"In dat pension raakten ze allemaal vreselijk in de war, die vrouwen. Het was een paar maanden voor de bevrijding, voor hen stortte de wereld in. Ondanks die infectie hield mijn moeder vol dat ik moedermelk moest drinken, omdat ik anders niet van haar zou houden."

"Ze is psychotisch geworden en overgeplaatst naar een inrichting. Ze was 21 nog maar, een kind, en overstuur en balsturig. Als er luchtalarm was, wilde ze niet naar de schuilkelders maar ging ze met mij door de gangen rennen."

"Ik meen me te herinneren dat ik in haar armen lig, dat we snel voortbewegen, dat ik het plafond zie. Misschien verbeeld ik het me. Maar ik heb nog zo'n herinnering: dat ik wakker schiet, in een volle trein met soldaten, op de schoot van mijn oma."

Pleeggezin

"Ik was tegen een jaar oud toen ik bij de familie Van Dijk kwam, in Hoofddorp. Ze hadden zeven kinderen, de jongste was zestien. Ik ben er buitengewoon liefdevol verzorgd."

"Mijn oma is een maand naar mijn moeder op zoek geweest en toen bleek ze overleden. Ze kwam met mij in Kamp Vught terecht, waar ik ondervoed en op sterven na dood aankwam. Mijn grootvader, die in Aalsmeer in een kamp zat, kreeg te horen dat zijn schoondochter was overleden en dat het met zijn kleinzoon heel slecht ging."

"Mijn latere pleegzus Jo, een meisje nog, zei tegen hem: hij kan wel bij ons op de boerderij komen. Mijn ouders heb ik niet gemist, helemaal nooit, ik had er ook niets mee. Ik was zo dapper dat ik zei: ik ben niet geboren, ik ben opgericht."

Toneelschool

"Ik was een vreemde eend in de bijt. Toen ik vijf was, wist ik al dat ik toneelspeler wilde worden. Ik was zwak en ziekelijk geweest, had de Engelse ziekte gehad, ze hebben me er daar op de boerderij weer bovenop gekregen met veel ­boter en melk."

"Maar mijn fantasiewereld was heel sterk. Ik speelde cowboytje en indiaantje, sleepte daar alle buurkinderen in mee. Mijn broers moesten lachen. Voerde ik een groep blozende boerenjongens aan: 'Bleekgezichten, volg mij!' Maar het enige bleekgezicht was ik."

"Toneelspelen was voor mij over­leven, ik kon meer mezelf zijn als ik deed of ik iemand anders was dan een bleek oorlogsweesje. Dat toneelspeler een beroep was en dat je daarvoor naar een school kon, wisten ze op de boerderij niet. Maar ik was uitgesproken, er was geen houden aan. Nog steeds niet. Ik speel niet om te leven, ik leef om te spelen."

Zwarte weduwe

"De weduwe Rost van Tonningen. Die kwam na de oorlog bij mijn grootvader over de vloer, klaverjassen. Hij had nauw met haar man samengewerkt. Mijn grootvader had levenslang gekregen, maar dat werd elf jaar, hij kreeg strafvermindering toen Juliana koningin werd."

"Toen ik naar de toneelschool ging, heb ik bij hem in Amsterdam ingewoond. Het is toch anders als je de gezichten van de oorlog in de huiskamer hebt meegemaakt. Mijn grootvader was een slimme, heel filosofische man. En al was ze fanatiek, zij was ook niet alleen maar die zwarte weduwe van in de krant."

Fout

"Mijn oma zette altijd de pot met roomboter op de kachel, om die smeuïger te maken. Mijn grootvader stak dan twee vingers in de boter en smeerde die uit over zijn kale hoofd, om het glad te houden denk ik. Dan hoorde ik mijn oma: 'En je doet het niet meer! Je hebt al genoeg boter op je hoofd!'"

"Ik heb veel met hem ­gewandeld door de stad en hij probeerde van ­alles uit te leggen en te verklaren. Maar ik had er geen boodschap aan, aan die ellende. Ik ­wilde dat van mijn grootvader nooit horen. Ze waren fout geweest en dat was voorbij."

Übermensch

"De Tweede Wereldoorlog heeft uiteindelijk wel een bepaalde plek in mijn leven gekregen, je kunt dat toch niet wegzetten. Ik heb er voorstellingen over gemaakt, Hannie Schaft, De ­Jodenverraadsters en toen De Hel, over mijn ­ouders."

"Ik kreeg toen ik vijftig was toch de behoefte om me in hen te verdiepen. Ze zijn 25 en 21 geworden, kinderen waren het. Sindsdien ben ik elke dag nog met mijn ouders bezig."

"Ik maakte Übermensch over Hitler, ik raakte ­gefascineerd door het interbellum: hoe functioneert de democratie, hoe fáált de democratie als er een financiële crisis is? Buitengewoon ­actueel, als je ziet hoe dan het volksbewustzijn groeit, de nationale trots. Ik wilde een solo maken over de opkomst van het nationaalsocialisme in Duitsland, maar plotseling dacht ik: ik moet het dichter bij huis zoeken."

"Ik heb bij het Niod alles wat over mijn groot­vader was uitgeplozen. Ik heb de processtukken gelezen en de verantwoording die hij had nagelaten, zó'n pak getypte A4'tjes. En dat is Landverrader geworden."

"Ik kan me nu wel voor mijn kop slaan voor mijn afstandelijke houding van in mijn puberteit. Nu zou ik hem de oren van het hoofd vragen. Maar ik heb wel zeventig moeten worden om dit met de juiste afstand te kunnen maken."

Werkteater

"Ik heb een heel eigenzinnige manier van toneelspelen, vanuit mijn jeugd, het spel op straat. Maar de toneelwereld was heel traditioneel, grote gezelschappen met grote hiërarchie waar acteurs werden gezien als louter reproducerende kunstenaars. Toen kwam de Aktie ­Tomaat, er werd gediscussieerd, het Werkteater werd opgezet als collectief. Het was hop, het toneel op en doen, improviseren."

"Die vrijheid sloot zo aan bij hoe ik als kind had gespeeld, het is essentieel voor mijn loopbaan geweest. Die hiërarchie is later keihard reactionair teruggekomen. Ik ben nog leider geweest van een repertoiregezelschap, maar dat is niet gelukt."

"Toen dacht ik: als niemand met me theater wil maken zoals ik het wil, dan doe ik wel solo's. Ik heb er nu vijftien gemaakt, met wisselend succes, maar toch. Ze hebben me tot de grootmeester van het solotoneel gemaakt, zoals een recensent opmerkte."

Blue Movie

"Ja, hahahaha. Pim de la Parra en Wim Verstappen, die aan de lopende band films maakten. Pim belde mij voor de rol van reclasseringsambtenaar op vrijdagavond, ik moest meteen de volgende dag aan de bak. Pas gaandeweg begreep ik dat seks in de film een heel belangrijke rol speelde."

"Ik werd er op straat later wel op aangesproken, terwijl ik zelf niet uit de kleren ging. Ik heb Pim ook weleens iets geweigerd. In een film met Olga Zuiderhoek en Willeke van Ammelrooy moest ik een man spelen die een trio wil en dat lukt dan niet."

"Maar Olga en Willeke vinden elkaar, zogezegd, en dan gaat hij zich daarbij aftrekken. Dat ging me te ver. Maar Pim zat daar niet mee, deed het gewoon zelf. Ik heb met veel grote filmmakers gewerkt. Maar met niemand was het zo leuk als met Pim en Wim."

Gezin

"Marja Kok en ik kregen bij het Werkteater een relatie en al snel werd onze oudste zoon Jan geboren. Tot mijn grote vreugde, want tot die tijd was ik alleen maar opgericht en alleen op de wereld."

"Met Jan kwam er iemand die van mijn vlees en bloed was, echt een wonder. Daarna kwam Tijmes. Ik had geen vaderbeeld, als ze echt leiding nodig hadden kon ik weinig voor ze doen, ik kon moeilijk grenzen stellen als een ­patriarch. Maar ik heb wel voor ze gevochten en ze ondersteund, op soms onorthodoxe wijze."

"Marja en ik zijn uit elkaar gegaan, mijn dochter Mose heeft een andere moeder. Ik woon nu alleen. Voor mij gaat mijn werk altijd door, ook thuis. Door de concentratie daarvan ben ik er wel, maar ben ik er ook niet. Als je samenleeft met zo iemand - ik kan begrijpen dat dat nijpt."

"Toch vormen we absoluut nog een gezin, Mose heeft goed contact met Marja en met onze zoons. En van Tijmes heb ik inmiddels een kleinzoon, Nemo. Op wie ik heel erg gesteld en trots ben."

Flikken Maastricht

"Net als Blue Movie iets waar ik ingerold ben. Oorspronkelijk was de commissaris van politie een vrouw, gespeeld door Will van Kralingen. Maar ze werd ziek, van de ene dag op de andere dag moest ik het overnemen."

"Ik had niks gelezen, niks gezien, maar ik zei: dat is goed. Ik hou ervan als dingen meteen, morgen, moeten. Dus de volgende dag stond ik in politie-uniform op de vloer. En hoe het werkt: mensen kennen je dan van televisie. En komen naar het theater omdat ze Flikken Maastricht hebben gezien."

Donald Trump

"Ja ongelooflijk. On-ge-loof-lijk! Ik ben helemaal niet zo politiek geïnteresseerd, maar heb toch voor de debatten de wekker gezet. Ongelooflijk dat zo'n man zo hoog komt. Terwijl: wat is dit? Een clown, een horrorclown! Je kunt je gewoon niet voorstellen dat hij president wordt, dan wordt het een burgeroorlog."

Sterk

"De avondwinkel. Als ik iets nodig heb om half elf hoef ik alleen maar naar beneden. Mijn huissleutels liggen er ook. Laatst dacht ik dat ik de kraan aan had laten staan. Dan bel ik ze en gaan ze kijken."

Jimmy Nelson

"Die ken ik helemaal niet. Nou ja, een beetje van die te gekke foto van Harmen de Jong van vorige week. Maar hij is verder voor mij een onbekende grootheid - en ik waarschijnlijk ook voor hem."

Landverrader van Helmert Woudenberg, 9 november De Omval, Diemen, 12 en 13 november theater Oostblok, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden