Plus Recensie

Heldere zinnen, troebele motieven bij Oek de Jong

Bijna vijfhonderd pagina’s lang beeldt De Jong zijn personages en hun relaties haarscherp af. Beeld Getty Images

In 1985 kwam een bezwete, hijgende Frans Kellendonk zijn vriend Oek de Jong tegen op de Hoogte Kadijk in ­Amsterdam. Kellendonk, middenin zijn hardlooprondje, sprak lovend over De Jongs roman Cirkel in het gras. Later die dag legde Kellendonk in een brief uit wát hij er precies zo goed aan vond, en waarom. Bij wijze van afsluiting schreef hij: ‘je [hebt] laten zien dat je de kneepjes van het romanvak zo perfect beheerst dat je nu eigenlijk een nieuw genre zou moeten uitvinden.’

Cirkel in het gras was De Jongs tweede roman. Zwarte schuur is zijn vijfde. In de krappe 35 jaar daar tussenin schreef De Jong essays over zijn literaire en anderszins kunstzinnige voorbeelden, over de romankunst in het algemeen, hij schreef autobiografische verhalen en een dagboek. Maar Kellendonks aansporing legde hij naast zich neer: hij vond geen nieuw genre uit. Wel verstevigde hij de fundamenten onder het oude. Pier en oceaan, verschenen in 2012, was een soort superroman. Een even krachtige als karakteristieke vertegenwoordiger van de soort.

Ook met Zwarte schuur laat De Jong zien dat we niet zozeer een nieuw genre nodig hebben, als wel meer van dit soort romans: langdurig meeslepend, soms adembenemend, verbluffend inzichtelijk en échter dan de meeste dagen in je leven. Zwarte schuur begint in een taxi naar het Stedelijk Museum en eindigt op de veerboot naar Texel.

Fictie Oek de Jong Zwarte Schuur Atlas Contact, €24,99 496 blz.

Tussen die twee tripjes volgen we succesvol schilder Maris Coppoolse en zijn ook al succesvolle vrouw Fran door een huwelijkscrisis. We reizen met hen naar de Elzas, La Gomera, Stromboli, New York, en Zuid-Beveland, we gaan terug naar eerdere relaties, naar hun vroegste jeugd en diepste trauma’s, de gebeurtenissen die hen voor altijd gevormd – of vérvormd – hebben.

De Jong laat ons de bron van hun huidige conflicten zien, maar hij suggereert nergens dat alles simpelweg dáárvandaan komt. De huiselijke zwijg- en verwijtoorlog is net zo goed een dubbele persoonlijke crisis, als een doodgewone huwelijkscrisis: een onvermijdelijk dal in een lange, overwegend gelukkige liefdesrelatie.

Bos bloemen

Dat doodgewone maakt het dal niet minder diep, natuurlijk. De pijn, de wederzijdse gekwetstheid, de chronische verongelijktheid, soms moedwillig, soms tegen alle goede voornemens in, is voelbaar in vrijwel elke interactie. Ook in de ogenschijnlijk onschuldige. Deze bijvoorbeeld, als Maris Fran een bos bloemen geeft.

‘Ze schrok toen ze Maris zag binnenkomen met het boeket. In een oogwenk zag ze dat het prachtig was, ze zag hém erin, zijn kleurgevoel, maar ook zichzelf, precies dat wat ze mooi vond, en ze begreep dat ze ervan schrok omdat ze bang was voor nieuwe pijn.

“Dat is lang geleden,” zei ze stroef.’

In zulke interacties is De Jong misschien wel op zijn best. Simpele, heldere zinnen die complexe, troebele motieven onthullen – zonder die motieven overduidelijk te benoemen of verklaren. We zien hoe goed Maris en Fran elkaar aanvoelen, en toch mijlenver van elkaar af staan. Juist die combinatie van wederzijds begrip en onbedwingbare onvrede maakt hun verwijdering zo pijnlijk: onvermogen is veel tragischer dan onwil.

Overbodig

Bijna vijfhonderd pagina’s lang beeldt De Jong zijn personages en hun relaties haarscherp af – en tegelijkertijd diept hij ze in vrijwel elke scène of achtergrondschets uit. Dat uitdiepen leidt uiteindelijk wel tot het enige serieuze zwaktebod van Zwarte schuur.

Na de eerste twee delen, die tintelen en bruisen van suspense en vaart, volgt een derde deel waarin De Jong terugkeert naar zijpaden in Maris’ leven. Belangrijke zijpaden, dat wel,­ maar je krijgt al snel het gevoel dat de schrijver ze wel erg ver afloopt, en daarbij veel tijd uittrekt voor beschrijvingen die weinig toevoegen aan de eerdere, springlevende karakterschetsen. De Jong diept, kortom, uit wat helemaal niet uitgediept had hoeven worden, in elk geval niet zo lang. Dat maakt het middendeel niet zozeer slecht, als wel overbodig.

Maar: volhouden, doorzetten – de schrijver beloont zijn geduldige lezers ruimhartig. Deel vier en het laatste, kortere deel zijn weer net zo verbluffend raak als de eerste twee. Wat de indruk versterkt dat het middendeel een misstap is, die met één stevige schrapsessie en een paar kleine aanpassingen voorkomen had kunnen worden.

Ook daarmee toont De Jong andermaal Kellendonks ongelijk aan: het romangenre schittert, leeft, is allesbehalve voltooid, en biedt nog volop uitdagingen – zelfs voor een overduidelijke meester in het vak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden