PlusBoekrecensie

Heeft Rebecca Solnit in haar memoires haar ouders of zichzelf willen sparen?

In Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid geeft schrijver en feministe Rebecca Solnit (1961) een inkijkje in de achtergrond van haar interesse in gendergerelateerd geweld, de ruimte die mannen innemen, wandelen en landschapskunst; zaken die allemaal nauw met elkaar verweven zijn. Echt intiem willen haar memoires niet worden.

Dieuwertje Mertens
Rebecca Solnit schetst haar levensloop in grove en daarmee ongevaarlijke lijnen.  Beeld Trent Davis Bailey
Rebecca Solnit schetst haar levensloop in grove en daarmee ongevaarlijke lijnen.Beeld Trent Davis Bailey

Een loodgieter stond me onlangs omstandig uit te leggen dat de leiding onder de douche waarschijnlijk verstopt was met haren en dat hij met z’n rioolontstopper ging proberen om de verstopping te verhelpen. Misschien was het ongeduld in mijn ogen af te lezen, want hij besloot zijn verhandeling met de opmerking: ‘Mansplaining.’ “Precies,” zei ik lachend. Beter bewijs van de volledige inburgering van een feministisch begrip is er niet. ‘Van alles wat ik ooit heb gedaan heeft dat waarschijnlijk de grootste impact gehad, dat essay dat ik in één ochtendje schreef,’ schrijft de Amerikaanse Rebecca Solnit in haar memoires. Het begrip ‘mansplaining’ is overigens niet afkomstig van Solnit, maar van een van de anonieme commentatoren onder haar befaamde essay Mannen leggen me altijd alles uit (2014); haar doorbraak bij het grote publiek.

Spiegelbeeld

In Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid blikt ze terug op de ervaringen die haar als schrijver hebben gevormd of ‘hoe ik mijn eigen stem vond’. Haar memoires beginnen met een herinnering aan een blik in een passpiegel toen ze een jonge vrouw was. Solnit zag haar spiegelbeeld donkerder worden, vervagen en vervolgens oplossen – ze viel flauw. Een veelbetekenende herinnering voor Solnit, die in die tijd voortdurend verwikkeld was in pogingen om zowel zichtbaar (als schrijver) als onzichtbaar (als vrouw op straat) te zijn.

Het schrijven van memoires lijkt voor Solnit, essayist met voorrang, een wat onwennige exercitie. Solnit schetst haar levensloop in grove en daarmee ongevaarlijke lijnen; zelden is ze specifiek of echt persoonlijk. Ze heeft bijvoorbeeld veel geschreven over gendergerelateerd geweld; een fascinatie die voortkomt vanuit een diepgeworteld gevoel van onveiligheid. Een vrouw die (in het donker) door de stad wandelt is zich altijd bewust van de dreiging te worden lastiggevallen, verkracht en/of vermoord en Solnit is gek op wandelen (zie ook Wanderlust, 2000). Twee of drie keer geeft ze aan dat ze uit een gewelddadig nest komt. En passant schrijft ze: ‘Ik ben geboren uit een slachtoffer en haar dader’ – geen geringe uitspraak – om zich vervolgens te verliezen in een verhandeling over Blauwbaard en het belang van het vertellen van verhalen. Heeft ze haar ouders of zichzelf willen sparen? Ze tikt haar persoonlijke geschiedenis aan, maar gaat er niet dieper op in. Ook veelzeggend.

Blik naar buiten

Dat ongemak verklaart wellicht het moeizame begin van de memoires. Als Solnit 21 is, vindt ze een goedkoop én prachtig appartement in een zwarte achterstandsbuurt in San Francisco. Ze beschrijft hoe de buurt gentrificeert en hoe zij als (weliswaar arme) ‘bleekneus’ daar waarschijnlijk aan heeft bijgedragen. In deze generiek aandoende terugblik stapelt ze cliché op cliché; de winkels ‘van weleer’ waren excentrieker, de buurt had meer karakter enzovoort. In die periode kwam ze tot het besef dat ‘(..) ik (..) in opstand [kon] komen, tot leven komen en voldoende in mijn kracht gaan staan om verhalen te durven vertellen, zowel de mijne als die van anderen’. Ieder zichzelf respecterende schrijver zou bepaalde uitdrukkingen moeten vermijden en al helemaal zorgverlenersjargon dat is overgewaaid naar het bedrijfsleven, zoals ‘in mijn kracht staan’ (een vertaling van ‘stand in my strength’?). Enfin, een kwestie van smaak.

Halverwege haar memoires komt ze eindelijk op stoom. Als ze beschrijft hoe ze als student een bijbaantje bij het San Francisco Museum of Modern Art vindt en over kunst begint te schrijven, is het alsof haar geest zich opent en ze van de vrijheid geniet om met veel enthousiasme te schrijven over kunstprojecten, reizen en bijzondere vriendschappen. Dat komt ook haar stijl ten goede. Ze voelt zich duidelijk meer op haar gemak als ze haar blik naar buiten richt. Zichtbaar worden is misschien bovenal je durven overgeven aan dat wat je werkelijk belangrijk vindt en voor Solnit zijn dat de verhalen van anderen die ze graag analyseert en in groter maatschappelijk verband of systeem plaatst.

Ze besluit: ‘Een van de dingen die ik wilde bereiken met de stem die ik als schrijver verworven had (..) was, dat de wereld door wat ik schreef en zei in combinatie met wat anderen schreven en zeiden daadwerkelijk veranderde.’ Daar heeft ze aan bijgedragen.

null Beeld

Herinneringen aan mijn onzichtbaarheid

Rebecca Solnit
vertaald door Lette Vos
Uitgeverij Podium, €25
320 blz.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden