PlusTheater

Hé, daar ben ik opgegroeid, dat heb ik óók meegemaakt

Orville Breeveld bracht een deel van zijn jeugd in de Bijlmer door, George Elias Tobal groeide op in een azc. Beiden gaan ze het theater in met boekbewerkingen die hen terugvoeren naar die tijd: Wees onzichtbaar en Hoe ik talent voor het leven kreeg.

Wees onzichtbaar door Theater Rast.Beeld Geert Snoeijer

In het azc

George Elias Tobal (33): “Ik speel Semmier Kariem, de ik-figuur in de roman Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi. Door zijn ogen zien we het azc en dan merk je hoe het voelt, zo lang wachten, wat dat met een mens doet. Ik kende het boek al voordat het idee voor de voorstelling ontstond. Het was een feest van herkenning: o, dat heeft hij ook meegemaakt!

Voor mij is bijzonder aan het boek dat ik in datzelfde azc in Appelscha heb gezeten als Rodaan toen ik met mijn ouders vanuit Syrië in Nederland aankwam. Maar zijn perspectief is wel heel anders. Hij is veel ouder.

Ik was twaalf. Voor mij is het azc de plek waar ik ben opgegroeid, voor hem was het de plek waar hij moest wachten. Die twee perspectieven raakten wel in conflict tijdens het lezen, ik had dingen anders beleefd dan hij. Als hij het heeft over een kind dat geboren wordt in het azc, heeft hij het als het ware over mij. Voor mij is het de plek waar ik vandaan kom, meer dan het land van mijn ouders.”

Vluchtelingen

“Mijn voorstellingen gingen altijd over vluchtelingen, altijd met mijn eigen leven als uitgangspunt. Wat ik wilde vertellen heb ik verteld.

Die jongen in het azc in Vertreks­vergunning, de vlucht zelf in Woestijnjasmijntjes en de reden om te vluchten in Kinderen van Aleppo.

We spelen nu met acteurs, maar ook met dertig nieuwkomers. Ze komen overal vandaan: zo is er een Iraniër bij, Afghanen, een jongen uit Georgië, mensen uit Syrië, Egypte. Dat is een heel schizofrene situatie, want je speelt een personage en naast je staat iemand die dat echt heeft meegemaakt. Dat emotioneert heel erg. Dan zie je hoe belangrijk het is dat iemand in je gelooft en je het podium geeft. Het was een uitdaging om acteurs, spelersgroep, muzikanten et cetera bij elkaar te laten komen tot één samenhangend geheel. Dat is goed gelukt.

In de voorstelling komen dans, muziek en humor, maar ook somberheid samen. We wilden de luchtigheid uit het boek van Rodaan laten terugkomen in de voorstelling en het azc neerzetten als een soort dorp, maar we focussen wel op een systeem dat we met zijn allen hebben bedacht en wat de uitwerking daarvan is op mensen. Het kafkaëske daarvan. Hoe kun je zo humaan mogelijk omgaan met vluchtelingen, zonder dat je nou iedereen moet toelaten? Als je iedereen toelaat ben je naïef, als je niemand toelaat ben je een hufter.”

Op school in Zuidoost

Orville Breeveld (42): “Ik heb de muziek geschreven voor de toneel­bewerking van Wees onzichtbaar van Murat Isik. Ik had het boek ooit cadeau gedaan aan mijn moeder, maar het toen niet zelf gelezen. Nu natuurlijk wel, als voorbereiding op de voorstelling. Ik was er blij mee.

Ik ben opgegroeid in Zuidoost en zat op dezelfde scholengemeenschap Reigersbos als Murat. De hoofd­persoon Metin heeft er geen toptijd, maar wat je wel tussen de regels doorleest: Murat houdt ontzettend veel van de Bijlmer, het is niet vanuit woede of frustratie geschreven.

lk vond het moedig om het op papier te zetten; het is toch je familie en volgens mij is het grotendeels autobiografisch. Maar hoe onfortuinlijk de situatie thuis ook was met die vader die zijn eigen gang gaat, de hoofdpersoon kan aan het eind wel zeggen: ‘Kijk, ik heb het gered!’ en zijn moeder en zijn broer en zus ook.

Zuidoost is een heel levende community, ik hou van die wijk, maar er gebeuren zaken achter de voordeur waar je geen idee van hebt – het boek en de voorstelling doen die deur voor je open.”

Hannah Belliot

“Ik hoorde meteen de muziek die ik in de voorstelling wilde. Zuidoost is muzikaal een snoepwinkel. Dan kwam ik bij vriendjes thuis en dan hoorde je van alles, jongen! De één kwam uit Egypte, een ander weer uit Suriname, dat klonk dan door het huis. En thuis had ik een goeie basis gekregen. Mijn vader leeft niet meer, maar dat was muzikant Clarence Breeveld en mijn moeder is Hannah Belliot – de eerste stadsdeelvoor­zitter van Zuidoost, maar vroeger zangeres dus alles kwam voorbij. Klassiek, jazz, pop, Sonneveld noem maar op!

In de voorstelling komen allerlei genres samen, want het is geen Turks verhaal. Het is: wij zijn Nederlanders met heel veel verschillende invloeden, wat altijd al kenmerkend is geweest voor Nederland. Al die invloeden verrijken ons. Ik vind het mooi daar een onderdeel van te zijn als Zuidoostenaar. We gaan ook in het Bijlmerparktheater staan en onze oude school, inmiddels Lely Lyceum, is op de hoogte. Ik denk dat we op die manier die kinderen kunt laten voelen dat ze trots mogen zijn op waar ze wonen. Houden van de plek waar je bent is heel belangrijk.”

Hoe ik talent voor het leven kreeg – Wat We Doen/het Amsterdams Andalusisch Orkest/George & Eran Producties/ICK Amsterdam. Première vrijdagavond in ITA, aldaar t/m 15/2. Daarna on tour t/m 19/4. talentvoorhetleven.nl

Wees onzichtbaar – Theater Rast. Première zaterdag Podium Mozaïek, ­aldaar t/m 16/2. Daarna on tour t/m 25/4. rast.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden