Review

Haruki Murakami - Blinde wilg, slapende vrouw. Verhalen. ***

Haruki Murakami. Foto AP Beeld
Haruki Murakami. Foto AP

Terwijl in Japan, begin juni, in twee weken liefst één miljoen exemplaren werden verkocht van zijn nieuwe grote roman, getiteld IQ84 (echt groot, meer dan duizend pagina's dik), is hier een verhalenbundel van Haruki Murakami (60) in vertaling verschenen.

Hij schreef de verhalen in Blinde wilg, slapende vrouw tussen 1983 en 2005. Wellicht dat daarmee meteen een reden is gegeven voor de nogal wisselvallige kwaliteit. Hoe subliem enkele verhalen ook zijn, er zit ook een aantal duidelijke missers tussen - en dat voor een auteur van de buitencategorie.

Het spaghetti-jaar bijvoorbeeld, uit 1983. Het verhaal mag met 'Ik wilde nergens in verwikkeld raken' één van de kernzinnen van de bundel in huis hebben, het is verder zo flauw dat het als schoolopstel amper een voldoende zou verdienen. Slordig is Dodaars. De verteller kan in een donkere gang zijn eigen hand niet eens zien, maar hij leest er zonder moeite een verfomfaaide kaart.

Murakami is een schrijver die kernzinnen op diverse plaatsen laat terugkeren. Ze typeren nu eenmaal de personages die zijn oeuvre bevolken. De mannen die erin figureren, zijn veelal van één en hetzelfde slag. Toeschouwers in plaats van deelnemers. Vaak voelen ze zich misplaatst en kennen ze zichzelf amper. 'Ik was er niet zeker van wie ik altijd geweest was.'
De bundel krijgt eenheid door de kernzinnen, en ook door quasinonchalante details. Het is een sport om te noteren welke zaken in twee of meer verhalen opduiken. Het kunnen plaatsnamen zijn, het bezoek aan een dierentuin, de muziek van Richard Strauss en ook het belang van iemands twintigste verjaardag.

In de opbouw van de verhalen zit een element dat vaker dan twee keer opduikt. Dat is wat we het doorvertelde verhaal zullen noemen. De verteller zegt dat hij van een vriend, neef of kennis een verhaal heeft gehoord, waarna dat verhaal dan volgt. Alsof de schrijver wil laten zien dat het lichte surrealisme van alledag niet exclusief aan hem is voorbehouden. De verteller - hier en daar laat de auteur zijn eigen achternaam vallen - wil laten zien dat hij niet de enige aparte vogel op Planet Murakami is.

Murakami gedijt het best in het schier grenzeloze heelal van een roman. Als geen ander is hij daar in staat, in grote delen van zo'n veelomvattend verhaal, lang niets te laten gebeuren zelfs. Hij kan de lezer boeien door hem in slaap te wiegen zoals Italiaanse voetbalploegen dat kunnen met hun tegenstanders, om ineens toe te slaan. Daarvoor is het verhaal ten enenmale ongeschikt. Wat hij in het verhaal wel heel goed kan, is extra nadruk geven aan de details waarvan de lezer denkt dat ze onmogelijk nutteloos kunnen zijn en die dat aan het eind toch blijken te zijn. Zoals in het prachtige openings- en titelverhaal. Daar zit een club van vijftien bejaarden in een normaliter zo lege lijnbus. Dat zal toch wel van enig belang zijn, méér dan tijdelijke vervreemding? Niet dus.

Het beste verhaal uit de bundel is Mensetende katten, uit 1991, dat een grimmigheid in zich heeft die je zelden bij Murakami aantreft. Het zit propvol verwijzingen naar ander werk, ook buiten de bundel. (THEO HAKKERT)

Haruki Murakami: Blinde wilg, slapende vrouw. Verhalen.
Vertaald door Elbrich
Fennema, Atlas, €19,90.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden