Plus

Harry de Winter: 'Ik was haantje de voorste, nu ben ik aan het afbouwen'

Als pionier schudde producent Harry de Winter 40 jaar geleden het tuttige Hilversum op. Hij werd het gezicht van IDTV en Een Ander Joods Geluid. 'Als je een grote mond hebt over dingen, moet je ook iets doen.'

Harry de Winter: 'Als je kritiek op Israël levert, ben je in de ogen van sommige Joden een verrader. Ik werd als querulant gezien'Beeld Valentina Vos

'Hij drukte maar liefst 40 jaar lang een groot stempel op het Nederlandse medialandschap en treedt nog één keer in de openbaarheid,' staat in het ronkende pers­bericht van een pr-bureau, waarin het 40-jarige jubileum wordt ­aangekondigd van Harry de Winter, de 'eigenzinnige oprichter van IDTV' en 'de eerste on­afhankelijke tv-producent van Nederland'. 'Harry de Winter is ook beschikbaar voor een interview', sluit het perscommuniqué af.

"Zo lijkt het net alsof ik doodga," zegt De Winter enigszins beschaamd. "Maar dit is wel het begin van mijn afscheid als televisiemaker. Veertig jaar lang was ik haantje de voorste, nu ben ik aan het afbouwen. En omdat ik bij een 50-jarig jubileum bijna 80 ben, vier ik het nu maar." Dus pakt De Winter uit met een middag in het Instituut voor Beeld en Geluid, een feest in de Melkweg en een nieuwe jaarlijkse prijs voor jonge producenten.

Niet-ambitieuze kunstenaar.
Harry de Winter (68) is nog maar zes maanden per jaar in Amsterdam, de rest van de tijd woont hij in Spanje of Bonaire. Via Facetime houdt hij contact met de partners van zijn twee productiebedrijven, Sarphatimedia en David & Co, maar hij geniet vooral van de vrijheid om niets meer te moeten.

"Ik rommel wat in mijn atelier als niet-ambitieuze kunstenaar. Ik maak kistjes van spullen die ik op rommelmarkten verzamel. Hoe zou je het noemen, tableaux vivants? Het is een beetje pionieren wat ik doe."

Een pionier was De Winter al toen hij in 1977 begon met het produceren van televisie­programma's. Omroepen maakten in die tijd hun eigen programma's, onafhankelijke producenten bestonden niet.

Toen stond opeens een lefgozertje op de stoep in Hilversum die zei dat hij dat voor hen ging doen. Na lang aandringen ging de Vara overstag: IDTV mocht een jongerenprogramma voor ze maken. De Winter wordt nog enthousiast als hij erover vertelt. "Het was een juichmoment. Zonder het te weten had ik een business uitgevonden."

Waarom kozen ze voor u?
"We waren een echt Amsterdams bedrijf en we zetten ons af tegen dat tuttige Hilversum. We waren jong, hip en een beetje anarchistisch. Het paste bij die tijd."

Waren die beginjaren ook het leukste?
"Als ik eerlijk ben: ja. We konden in volledige vrijheid dingen bedenken, de waarderingcijfers waren belangrijker dan de kijkcijfers. Dat veranderde met de komst van commerciële televisie, eind jaren tachtig. Toen werd het allemaal veel harder en kwam er veel concurrentie bij."

"Ook bij de publieke omroep moest men opeens veel commerciëler gaan denken. De Vara vroeg mij om een spelletje te maken. Zo is Lingo geboren, een format dat ook internationaal aansloeg. Dat was de voorloper van de latere successen van Joop van den Ende en John de Mol."

U verkocht IDTV voor 60 miljoen gulden.
"Je kunt het mensen nu niet meer uitleggen, maar we waren echt niet met geld bezig in die tijd. Ik had honderd mensen voor mij werken en betaalde mezelf 2200 gulden salaris uit. Ik had geen idee dat het bedrijf iets waard kon zijn. Toen iemand mij vroeg om IDTV te verkopen en ik het bedrag hoorde, voelde ik mij zo'n boer onder wiens land een olieveld is gevonden. Het veranderde veel: we kregen opeens te maken met aandeelhouders, met accountants en juristen. Dan is de spielerei wel voorbij."

Wat deed het geld met u persoonlijk?
"Het duurt even voordat je eraan gewend bent. Ik had in die tijd twee vrienden die hetzelfde was overkomen, we noemden het de PIC: de positieve identiteitscrisis."

"Mensen gaan je opeens anders benaderen en je ontwikkelt een antenne voor mensen die iets van je willen. Opeens krijg je allemaal bedelbrieven en kloppen verre ­kennissen bij je aan om geld te lenen. In het begin weet je niet hoe je nee moet zeggen, ik heb in die eerste jaren bij elkaar wel een ton uit­geleend en nooit meer teruggekregen."

Veranderde het uw mensbeeld?
"Nee, al kende ik die kant van mensen nog niet. Maar ik snap ze wel. Nog steeds krijg ik bijna wekelijks brieven. Die worden nu afgehandeld door mijn stichting, die als doel heeft jong talent te stimuleren en vrede in het Midden-Oosten te bevorderen. Het zijn misschien druppels op een gloeiende plaat, maar als je een grote mond hebt over dingen die je belangrijk vindt moet je ook iets doen."

"Dat is ook het idee achter Pitch, de jaarlijkse prijs die ik ga uitreiken. Het is praktisch onmogelijke om subsidie te krijgen bij fondsen als je geen cv kunt overleggen. Ik wil jonge media­makers op weg helpen met 10.000 euro. Het enige criterium is dat het een creatief idee moest zijn dat een hoopgevende bijdrage levert aan de maatschappij."

Dat klinkt hoogdravend.
"We leven in een tamelijk uitzichtloze tijd en ik vind het moeilijk mijn kinderen en kleinkinderen hoop te geven op een betere wereld. Ik heb van mijn ouders meegekregen hoe belangrijk het is om positief in het leven te staan. Mijn vader verloor zijn vrouw en baby in Auschwitz, mijn moeder verloor in de oorlog haar man Harry. Ondanks deze verschrikkingen hebben ze hun kinderen positief en met hoop opgevoed."

Harry de Winter: 'Ik reageer nou eenmaal heel sterk op mensen die geen tegenspraak dulden'Beeld Valentina Vos

"Ik kan het mij nu veroorloven om dingen te maken die ik belangrijk vind. Op dit moment werk ik aan een film over een held van mij, Uri Avnery. Hij is voorman van de Israëlische vredesbeweging en was de eerste Israëliër die in de jaren tachtig met PLO-leider Yasser Arafat sprak."

"Hij is vluchteling geweest, pleegde aanslagen tegen de Engelsen in Palestina, was parlementslid en journalist. Een waanzinnig fascinerende man, maar hij is wel 93. Als ik eerst allemaal subsidies zou moeten aanvragen, dan was hij al dood voor ik het geld voor de film bij elkaar had. Nu kan ik het gewoon doen."

Bemoeit u zich nog met stichting Een Ander Joods Geluid, die u met Anneke Mouthaan oprichtte?
"Ik zit in de raad van advies, maar ben niet echt actief meer. Dat is aan de nieuwe generatie. We zijn EAJG in 2001 begonnen omdat wij, progressief Joods Nederland, ons niet gerepresenteerd voelden door de mensen die in de media aan het woord kwamen als het over Israël ging. Het sloeg in het begin enorm aan, dat gaf een kick."

U kreeg een hoop ruzie, gaf dat ook energie?
"Nee, dat is heel deprimerend. Het is niet leuk om bespuugd te worden op het Gelderlandplein, wat me een aantal keer is gebeurd. Ik werd als querulant gezien. Als je kritiek op Is­raël levert, ben je in de ogen van sommige ­Joden een verrader."

Het werd niet veel beter toen u zich in 2008 uitsprak tegen Geert Wilders.
"Dat blijft een van de merkwaardigste gebeurtenissen uit mijn leven. In een advertentie op de voorpagina van de Volkskrant vergeleek ik de manier waarop Wilders over de islam sprak met antisemitisme."

"Iedereen, van links tot rechts, viel over mij heen, terwijl die vergelijking volgens mij staat als een huis. Wilders heeft gewoon de pest aan moslims. Die advertentie heeft me een half jaar van mijn leven gekost, qua bedreigingen, maar ik zou het zo weer doen. Het heeft de wereld niet verandert, maar het was wel nodig dat iemand zich uitsprak."

Wat beschouwt u als uw grootste mislukking?
"Dat zijn er een paar. We hadden ooit het idee voor een dagelijkse soap, een Nederlandse versie van Eastenders. De Vara zei na de eerste uitzendingen dat uit onderzoek was gebleken dat mensen niet naar losers wilden kijken, ze wilden winnaars zien. Uiteindelijk zijn er dus helaas maar zes afleveringen uitgezonden."

"Het Gesprek is niet geworden wat we wilden: een commerciële, informatieve zender. Het was een grote fout van de financiers om de stekker eruit te trekken. Ze hadden geen geduld, maar als ze hadden volgehouden, was Het Gesprek nu niet meer uit het medialandschap weg te denken geweest."

"En rond De Hallen is het anders gelopen dan ik me had voorgesteld. Ik had destijds een kantoor met een assistent en een secretaresse plus wat vrienden; veel te klein om zo'n project mee te doen. Uiteindelijk is er een projectontwikkelaar bij gekomen die ruzie kreeg met de gemeente en liep alles in de soep. Gelukkig zijn De Hallen er uiteindelijk wel gekomen, zij het in een iets andere vorm dan ik bedacht had. Ik was er veel liever bij betrokken gebleven, maar ben heel blij dat het er is. Er hangt ergens zelfs nog een grote foto van mij."

Hadden De Hallen uw DeLaMar moeten worden, het theater dat Joop van de Ende de stad heeft geschonken?
"Televisie is een vluchtig vak. Een gebouw nalaten aan de stad is natuurlijk heel mooi, maar ik heb De Hallen nooit als een Harry de Winter-project beschouwd. Daarvoor waren er ook veel te veel andere mensen bij betrokken."

Hoe is uw relatie met Van den Ende inmiddels?
"We hebben vorig jaar in New York met onze vrouwen erbij wat gedronken en dat was heel gezellig. Wij waren altijd elkaars tegenpolen, wat vooral in de publiciteit breed werd uitgemeten: ik was de hippie en hij de autoritaire politieman."

"Ik reageer nou eenmaal heel sterk op mensen die geen tegenspraak dulden. Maar ik heb veel respect voor Joop en voor wat hij bereikt heeft. Hij is de enige van ons clubje producenten die echt met niets is begonnen en is uitgegroeid tot een van de grootste televisie- en theaterproducenten ter wereld."

Hoe gaat het met uw muziekzender 40Up?
"Heel goed, we zijn sinds kort 's avonds ook op de FM te horen bij NH Radio en dat is een leuke stap voorwaarts. Het is natuurlijk een hobbyproject, alle presentatoren zijn een soort missionarissen die heel graag dat ene B-kantje willen laten horen, of dat ene nummer van die onbekende lp. Er is zoveel goede muziek gemaakt, maar je hoort het niet op de radio. Van Bob Dylan worden hooguit drie hits gedraaid, terwijl die man weet ik hoeveel albums heeft gemaakt."

Bent u een nostalgicus?
"Ik heb geen hang naar het verleden, maar de muziek uit je jeugd blijft wel de rest van je leven bij je. In mijn geval Aretha Franklin, James Brown, de Beatles, Neil Young, The Rolling Stones. Uiteindelijk ben ik gewoon een oude man."

U pleitte al jaren geleden voor slow-tv. Is ­Omroep Max wat u voor ogen had?
"Ik ben niet echt de doelgroep, daar ben ik iets te rock-'n-roll voor. Maar ik denk dat Wintertijd wel een echt Maxprogramma was. Een lang gesprek met muziek als leidraad, is nog steeds een sterke formule. Ik heb zo'n 150 uitzendingen gedaan en dat waren altijd bijzondere gesprekken. Als mensen over hun favoriete muziek praten, vergeten ze hun barrières."

Opgebiecht

Leermeester
"Meneer Van der Sleen, hoofd audiovisuele zaken bij de Rijksvoorlichtingsdienst. Het aanvragen van subsidie voor een film ging begin jaren tachtig via de RVD. Hij leerde me hoe ik een begroting moest maken."

De beste uit het vak
"John de Mol. De meeste mensen hebben in hun leven een hoogtepunt van creativiteit, John heeft met Big Brother en The Voice twee keer de wereld veroverd. Ongekend."

De slechtste uit het vak
"Al die doorzuip- en doorneukprogramma's."

Beste advies dat ik ooit kreeg
"Mijn toenmalige adviseur Peter de Swaan zei bij alles wat ik bedacht: Harry, als jij dat echt wil, dan moet je het doen."

Het slechtste advies
"Daar heb ik nooit naar geluisterd."

CV

Geboren 22 mei 1949, Oss
Opleiding kandidaats economie, UvA

Loopbaan
1977: IDTV (producent van o.a. Lingo, 12 steden 13 ongelukken, Pleidooi, Oud geld en de registratie van concerten van Madonna, U2, Pink Floyd en Prince)
1994-1997: Verkoop IDTV
2001: Een Ander Joods Geluid
2006: Eerste 40Up-feest in Paradiso
2008: Het Gesprek
2012: oprichting Sarphatimedia en David & Co (o.a. Panorama Pijbes, Het ei van Midas, What the Frans)
2016: 40UpRadio

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden