Plus PS

Hansje Bunschoten: 'Kanker heeft me verre van gelouterd'

Hansje Bunschoten (59) maakte als veertienjarige zwemster furore op de Olympische Spelen in München. De oud-programmamaker heeft nu 25 tumoren in haar hoofd en wordt niet meer beter.

Hansje Bunschoten: 'Het gezoek en gezeik heb ik overgeslagen, ik kon meteen vol energie de wereld in' Beeld Dingena Mol

"Of mijn ziekte me ook iets goeds heeft gebracht? Helemaal niets. Pijn, vermoeidheid, onmacht en verlies van onafhankelijkheid," is het resolute antwoord van Hansje Bunschoten, oud-topsporter, -sportverslaggever en
-programmamaker. Haar blik dwaalt door de tuin, een traan rolt over haar wang.

"Ik ken de verhalen van mensen die pas met de dood in zicht echt kunnen genieten van een roodborstje in de tuin. Die schoonheid beleefde ik altijd al intens. Maar bij mij is het nooit het genieten van kleine dingen óf het grote avontuur geweest. Het was altijd én én. Nu word ik om vijf uur 's nachts kotsend wakker en vraag ik me af hoe ik in godsnaam de volgende dag doorkom. Ik heb geen energie meer om de waanzin en schoonheid van het leven op te zoeken. Hierdoor vermindert de intensiteit van het bestaan zo ontzettend. Kanker heeft me verre van gelouterd."

Liefde is het belangrijkste in het leven van Hansje Bunschoten. "Om dat te kunnen ervaren, moet je wel het lef hebben van de overgave. Geen gelul, geen stiekemheden, geen verborgen agenda's: hoe opener, hoe beter."

Wijntje met z'n drieën
Ze vindt het belangrijk om met haar man Joop Kuijs te ­delen wat er in haar omgaat. Sinds 2004 is er een tweede man in haar leven: musicus Thijs van Leer. En als Joop had ­gezegd dat hij er geen man bij wilde? "Ondenkbaar. Jaloers zijn mag, maar om dan te zeggen dat het niet mag, zonder dat ik iemand er kwaad mee doe? Het gaat prima zo. We drinken weleens een wijntje met z'n drieën."

Ze zou niet weten hoe je zoiets groots en moois als een nieuwe liefde geheim zou moeten houden voor je partner.

"Maar goed, als je niet wilt vertellen over een nieuw persoon in je leven, moet je er wel je bek over houden en zorgen dat niemand het weet. En je moet zeker niet later toch nog begrip vragen van je huidige partner."

Op maandag gaat ze altijd op pad met Van Leer. Ze gaan naar het strand, de sauna of wat rondrijden. Nu ze de energie niet meer heeft om te verzinnen wat ze gaan doen, blijken haar mannen dit niet als vanzelfsprekend over te nemen. "Het verdrietige is dat het de tederheid tussen ons zo schaadt. Door mijn ziekte word ik afhankelijk en dat hangt als een schaduw over onze liefde. Nu mijn lijf me zo ­beperkt, kan ik steeds minder mezelf zijn."

Zwemcarrière
"Al mijn hele leven kijk ik met verbazing naar mensen die op zoek zijn naar zichzelf en daarover boeken lezen of hiervoor cursussen volgen. Ik ben altijd al mezelf geweest, ik zou niet weten wie anders. Misschien komt dit doordat ik als topsporter al jong mijn leven kon regisseren."

Bunschoten ziet topsport als een groot cadeau in haar ­leven. Het heeft haar geleerd te focussen. Ook noemt ze het wezenlijk voor haar karaktervorming dat ze in liefde is grootgebracht door haar ouders. Haar moeder en trainster Wil van Breukelen kreeg borstkanker toen Bunschoten vijftien was. Later overleed ze aan de ziekte.

Bunschoten liep in die periode een ernstige bacteriële infectie op door het zwemmen in buitenwater en beëindigde haar zwemcarrière, die toen eigenlijk nog maar net was begonnen. Dat heeft ze altijd verschrikkelijk jammer gevonden, want ze was vast van plan de Oost-Duitse zwemsters te verslaan zonder doping te gebruiken.

Hakken in het zand
"Van allebei mijn ouders heb ik het gevoel meegekregen dat het vanzelfsprekend is dat ik ruimte inneem. Zo vond ik al vroeg mijn eigen identiteit. Het gezoek en gezeik heb ik overgeslagen, ik kon meteen vol energie de wereld in."

Hansje Bunschoten (voorgrond) op de nationale zwemkampioenschappen van 1972. Beeld ANP

Ze vindt het ontzettend leuk om met een team een prestatie neer te zetten, bijvoorbeeld om een mooi programma te maken. Mensen moeten dan wel vol vertrouwen met haar meegaan.

"Als iemand - zoals Mart Smeets bij Maskers af - het dan voor me verkloot, ben ik woest. Vooraf beloofde hij me zijn masker thuis te laten, maar al bij de eerste vraag zette hij zijn hakken in het zand. Het zou beter geweest zijn als hij het fatsoen had gehad thuis te blijven."

"Eva Jinek daarentegen was open en eerlijk. Over mijn rol was ik overigens niet tevreden: ik had wat scherper en interessanter moeten zijn. Dat is dan toch die lat, hè. Ik wil wel presteren, dat is de lol. Het gaat me niet om de roem, want ik werk net zo lief voor als achter de schermen."

Zinloosheid
Tijdens het gesprek zit Bunschoten tussen de verhuis­dozen, omdat ze een week later haar woonboerderij ­verruilt voor een flat in Almere. De oncoloog zei haar met kerst dat ze hooguit nog een paar maanden had. "En nu is het juni godverdomme en ik ben er nog steeds!" Een schaterlach klinkt. Of het pijnlijk is om foto's, medailles en artikelen door haar handen te laten gaan? "Nee hoor, dat is ­alleen maar prachtig. Bovendien zijn mijn buurmeisjes Annabel en Julia dolblij met mijn medailles."

De avond na ons gesprek voelt ze zich niet lekker. Haar man Joop helpt haar van de stoel naar de bank. Viermaal vraagt ze met dubbele tong of Joop niet vergeet een foto van het tweezittertje te maken, voor op Marktplaats. "Ja moppie, doe ik," antwoordt Joop viermaal. Haar ogen draaien steeds weer weg. Ze is uitgeput en weet zich later niets meer te herinneren van het ­gesprek.

Het was een hersenbloeding, de zoveelste. De arts vertelde haar dat de tumoren in haar hoofd slechts een millimeter waren gegroeid de afgelopen maanden. "Maar of dit goed nieuws is als je er 25 in je hoofd hebt? De zinloosheid van het leven grijpt me aan. Ik zou nu graag dood willen, want er is niets meer aan," vertelt Bunschoten rustig.

Blindelings vertrouwen
"De euthanasieverklaring ligt in de la, maar ik ben nog niet zover, ik lijd nog niet ondraaglijk. Een paar dagen geleden sprak ik de huisarts. Hij vroeg me verbaasd: 'Jij wilde toch hier doodgaan?' Grof? Juist niet! Hij is helder dat hij me niet in de steek laat als ik vind dat het genoeg is. Ik ben dolblij met hem, want hij snapt: ik bepaal of het nog de moeite is om te leven en niemand anders."

Bang voor de dood is ze niet. Haar enige angst is dat ze gek wordt. Het is voor haar een ondraaglijke gedachte dat mensen haar afgetakeld zullen zien, bovendien kan ze dan niet meer beslissen dat het genoeg is geweest. "Joop weet dat. Hij is absoluut geen held, maar hij kent me en ik vertrouw er blindelings op dat hij weet wanneer het tijd is om een kussen op mijn hoofd te drukken. De puurste vorm van liefde."

1987: Bunschoten presenteerde samen met Kees Jansma Sport op vrijdag. Beeld ANP

Geboren in Hilversum, 3 mei 1958. Begin jaren zeventig was Bunschoten in Nederland oppermachtig op de (midden)lange vrije slagnummers; ze behaalde in de periode 1971-1973 negen Nederlandse titels. Op de Olympisch spelen in München werd ze twee keer vijfde op estafette­nummers. Ze was sportverslaggever bij het KRO-radioprogramma Goal en stapte in 1987 over naar de televisie.

Ze presenteerde er diverse programma's waaronder Sport op Vrijdag, Dolce Vita en De Liefde en was commentator bij zwemwedstrijden voor Studio Sport. De laatste jaren was ze eindredacteur bij De Rijdende Rechter. In 2016 stopte ze met werken, nadat voor de tweede keer borstkanker was geconstateerd en genezing niet meer mogelijk was. Ze is getrouwd met Joop Kuijs (73). Sinds 2004 heeft ze ook een liefdesrelatie met Thijs van Leer (69), die ook ­getrouwd is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden