PlusInterview

Hans Vandenburg (ex-Gruppo Sportivo): ‘Het is intensief werken zo’

Posthumourly is het nieuwe soloalbum van Hans Vandenburg, die in de jaren zeventig bekend werd als zanger van Gruppo Sportivo.

Hans Vandenburg: ‘De kans dat er bij de Spelen iets gebeurt met Tokyo is, denk ik, even groot als de kans dat Quentin Tarrantino in een platenzaak een nummer van Gruppo vindt en dat in een film gebruikt.’Beeld Linda Stulic

Posthumourly zou eerst Over my like heten. “Dat vond ik toch wat te plat,” zegt Hans Vandenburg (73). “Het idee was bij leven al een postuum album uit te brengen. Ik dacht: als ik dat nu al doe, kunnen anderen het straks niet meer verknallen. Als anderen het doen, kiezen ze vast nummers die ik er ­liever niet op wil hebben of zetten ze op de hoes een verkeerde foto van me.”

Twee jaar geleden verscheen van Gruppo Sportivo nog het album Great. Is er een groot verschil tussen het maken van een groeps- en een soloalbum?

“Het loopt bij mij een beetje door elkaar. Sommige nummers op Posthumourly zijn ontstaan in de tijd dat we Great opnamen. Ik geloof dat we een paar songs toen zelfs hebben gerepeteerd. Het opnameproces was wel heel anders natuurlijk; ik heb nu bijna alles alleen gedaan. Eerst speelde ik uit mijn hoofd de drums in. Zo van: hier komt het refrein en hier de bridge. Daarna ging ik het met andere instrumenten invullen.”

“Het is intensief werken, zo in je eentje. Als ik aan het eind van een opnamedag de studio uitkwam, moest ik weer helemaal wennen aan de gewone wereld.”

U deed bijna alles zelf. Waar had u anderen voor nodig?

“In het nummer Told yo so deden twee leden van Gruppo mee. De producer heeft hier en daar wat geluiden toegevoegd: pratende mensen, een blaffende hond, een dichtslaande deur. Voor de rest redde ik me wel. Ik speel alleen geen blaasinstrumenten. Ja, wel mondharmonica, maar geen sax of zo. Maar tegenwoordig haal je veel uit doosjes.”

Kwamen de rare geluiden die we in het instrumentale nummer Why I quit composing horen ook uit zo’n elektronische trukendoos?

“Nee, dat is zo’n grappenmakersding, weet je wel, zo’n schuiffluit die clowns ook wel gebruiken. Je trekt er aan en hoort: flllieeeeehiejieeeep. Ik speel ook ukelele in dat nummer en gebruik een orgeltje met hele kleine toetsjes. Ik maakte het oorspronkelijk voor een kinderwebsite, maar ze hebben het niet genomen.”

Why I quit composing is ook de naam van uw radioprogramma op seniorenzender 40UP Radio.

“Het uitgangspunt is dat ik daarin muziek laat horen die ik zelf niet zou kunnen componeren of maken. Allemaal met een flinke knipoog natuurlijk. Vandaag draaide ik King Crimson, dat is echt muziek waar ik zelf niet toe in staan ben die te maken. Maar ik draai ook net zo makkelijk Jonathan Richman, iemand die me erg heeft beïnvloed.”

Hoe wordt 40UP beluisterd?

“Geen idee. Ik wil dat helemaal niet weten, daar word ik alleen maar… Nou ja, misschien zou ik er erg blij van worden, maar het zit er niet echt in. Mart Smeets draait ook bij 40UP. Ik stel me voor dat hij meer luisteraars heeft dan ik. Ik draai vrij progressief, het is allemaal muziek die je op de gewone radio niet vaak of eigenlijk helemaal nooit hoort.”

In het nummer Jimi’s dead zingt u over tributebands.

“Aan de tekst kun je horen dat ik het al een tijdje geleden heb geschreven, want David Bowie leeft daarin nog. Maar die tributebands zijn nog altijd zo populair en ik snap er niets van: waarom zou je iets dat al eens gedaan is, nog een keer doen en dan meestal ook veel minder goed.”

“De Analogues hebben op al die andere tributebands voor dat ze muziek spelen die The Beatles zelf nooit live hebben gespeeld, maar ook daar kijk ik met verwondering naar. Ik vind het heel knap wat ze doen, maar ook heel saai. Het is geen Iggy Pop die de zaal inspringt, zal ik maar zeggen.”

Is er al een aan Gruppo Sportivo gewijde tribute band?

“Nee, maar weet je hoe mijn huidige, louter uit dames bestaande band heet? Tribute to Hansvandenburg, echt waar. Ik hoorde dat ­Eveline Carels, die bij Candy Dulfer en Lois Lane speelde, vrij was. Ze wilde wel en via haar heb ik nu een band met ontzettend goede muzikanten.”

Maar nu kan er niet worden opgetreden.

“Online hebben we al wel dingen gedaan. En we hebben laatst de eerste echte concerten gegeven. Voor drie groepjes van telkens ongeveer twintig mensen; aan de ene kant van het theater komen ze binnen, aan de andere gaan ze er weer uit. Leuk, maar financieel wordt niemand er wijzer van natuurlijk.”

Redt u het een beetje in deze tijd?

“Ik heb de leeftijd dat ik eindelijk een uitkering krijg. En er komt af en toe wat binnen via de Buma Stemra. Het is geen vetpot, maar ik red me wel. Al die mensen tussen de veertig en vijftig die ineens werkloos zijn geworden, hebben het een stuk moeilijker.”

Dit zou ook het jaar van de Olympische Spelen zijn. Had u nog plannen met de Gruppo Sportivohit Tokyo?

“We zijn er wel mee bezig geweest. Tokyo is nooit een internationale hit geweest, maar het was het proberen waard natuurlijk. Door lui die daar echt verstand van hebben is het gepitcht bij de mensen die over zulke zaken gaan. En die hebben het nummer gedownload, meer valt er niet over te zeggen. De kans dat er bij de Olympische Spelen iets gebeurt met Tokyo is, denk ik, even groot als de kans dat Quentin Tarrantino in een platenzaak een nummer van Gruppo vindt en dat in een film gebruikt.”

“Nee, Gruppo heeft nooit opgetreden in Japan, maar Tokyo is wel gecoverd door het Japanse duo Puffy. Kijk maar op YouTube.”

Hans Vandenburg: Posthumourly (Mfs). De vinyl­versie van het album gaat vergezeld van een fanzine en een flexidisc.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden