Achtergrond

Hans van Houwelingen: ‘Ik wilde een werk maken dat de chaos eerder benadrukt dan tegengaat’

Het Kleine-Gartmanplantsoen heeft de afgelopen jaren een metamorfose ondergaan. De veranderingen zitten vooral ook ondergronds. De Lijnbaans­gracht moest daar wijken voor een enorme fietsenstalling.

 De entree van de fietsenstalling is een kopie van de brug die ooit het einde van de Lijnbaansgracht markeerde. Beeld Hans van Houwelingen
De entree van de fietsenstalling is een kopie van de brug die ooit het einde van de Lijnbaansgracht markeerde.Beeld Hans van Houwelingen

Kunstenaar Hans van Houwelingen (Harlingen, 1957) maakte in 1994 een kunstwerk voor het Kleine-Gartmanplantsoen, bestaande uit ongeveer veertig hagedissen. De bronzen reptielen groeiden al snel uit tot publiekslievelingen. Van Houwelingen: “Voor de vernieuwing van het plein heeft de gemeente een plan van eisen gemaakt. Daarin stonden mijn hagedissen op de eerste plaats van dingen die terug moesten komen.”

Zes jaar geleden, toen de hagedissen tijdelijk naar een opslag verdwenen, kreeg Van Houwelingen een telefoontje van de gemeente met de vraag waar ze na de renovatie moesten komen te staan. “Daar was ik niet zo van onder de indruk. Ik heb destijds een totaalontwerp gemaakt. Niet alleen de hagedissen, maar de hele omgeving was deel van mijn kunstwerk. Dus ik wilde nu ook een compleet ontwerp maken. Na veel vergaderen is het gelukt.”

Het Kleine-Gartmanplantsoen ligt in de loop van de Lijnbaansgracht. In de achttiende eeuw werd een schouwburg – de voorganger van de huidige – dwars over het water van de gracht gebouwd. “Dat heeft stedenbouwkundig gezien een ontzettende rommelige situatie opgeleverd. De Lijnbaansgracht liep tot 1913 ongeveer tot het Leidseplein en vanaf daar onder de grond om bij de Melkweg weer boven te komen.”

Het huidige Leidseplein is volgens Van Houwelingen eigenlijk geen plein, maar iets dat min of meer toevallig is ontstaan. “Het zijn bij elkaar geraapte noodzakelijkheden die uiteindelijk een plein zijn gaan vormen.”

Brug is terug

Toen hij destijds de opdracht kreeg voor een kunstwerk, was het de bedoeling een beetje rust op deze plek te brengen. Dat heeft Van Houwelingen omgedraaid. “De plek was immers niet bijzonder vanwege de rust of de architectonische schoonheid, maar vanwege de toeristen en het uitgaanspubliek. Ik wilde een werk maken dat de chaos eerder benadrukt dan tegengaat. Met een deliriumachtige kwaliteit.”

Het werk met de hagedissen heet Blaauw Jan, naar de kroegbaas Jan Westerhoff op de Kloveniersburgwal die exotische dieren hield. “Hij zoop veel, daarom had hij de bijnaam Blaauw Jan. Zijn businessmodel was dus de combinatie van dieren en alcohol.”

De hagedissen zijn ook een verwijzing naar Jim Morrison, zanger van the Doors, die zich The Lizard King noemde.

De varanen, agames en leguanen zitten nu, iets dichter op elkaar, in een wat kleiner plantsoen. Maar van Houwelingen heeft ook de naastgelegen ingang naar de fietsenstalling ontworpen. De ene helft daarvan is een exacte kopie van de brug die architect Joan van der Mey (1878-1949) – bekend van het Scheepvaarthuis – hier maakte.

Die brug, in de stijl van de Amsterdamse School, markeert het einde van de Lijnbaansgracht en de overgang van de zeventiende-eeuwse grachtengordel naar het twintigste-eeuwse plein. “In 1994 vond ik het al raar dat die tijden als het ware op elkaar botsen. In de vorige situatie waren de hagedissen een pendant van de brug van Van der Mey omdat die brug maar één leuning heeft. Nu die nieuwe situatie zich voordeed dacht ik, ik ga die tweede leuning ontwerpen.”

De tweede leuning is een exacte kopie van de oude brug, gebouwd met de tekeningen uit het archief van Monumentenzorg. Steentje voor steentje nagemaakt, met smeedwerk dat ook niet van het origineel te onderscheiden is. Daar tegenover ontwierp van Houwelingen een gebogen muurvlak, dat doet denken aan een stuwdam. “Als je de trap afgaat, krijg je meteen het gevoel dat je de gracht inloopt. De brugleuningen zijn ook verschoven ten opzichte van elkaar, alsof er een aardverschuiving is geweest.”

Echte architectuur

De bakstenen muur in Amsterdamse Schoolstijl loopt in de fietsenstalling helemaal door tot de uitgang op het Leidseplein, ter hoogte van de Heinekenhoek. “Het lijkt heel eenvoudig maar het is een enorme klus om dat allemaal mooi op elkaar af te stemmen. De detaillering is natuurlijk prachtig, echt Amsterdamse School. Met die detaillering zie je hoe Van der Mey het heeft ontworpen.”

Van Houwelingen heeft veel overredingskracht nodig gehad om iedereen over te halen echt iets bijzonders te maken. “Heel veel dingen zijn gemaakt om nuttig te zijn. Zoals fietsenstallingen. Maar ik heb erop aangedrongen echt architectuur te maken. Je moet ervoor zorgen dat mensen zeggen dat het bij de stad hoort. Geen fietsenstalling omdat het moet dus, maar iets wat je zou missen als het er niet was. Een bijzondere architectonische ervaring, zoals de ingangen van de metrostations in Parijs.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden