PlusInterview

Hannah van Binsbergen schreef een roman over sekswerk, satan en suïcide

Beeld Sanja Marušić

Hannah van Binsbergen schrijft in haar romandebuut Harpie over een geïsoleerde jonge vrouw die eigenlijk niet meer wil leven. Met de duivel als goedgemutst gezelschap.

In 2016 won Hannah van Binsbergen (1993) als eerste debutant ooit de VSB Poëzieprijs met haar ­dichtbundel Kwaad gesternte. Vlak voor het uitbreken van de coronacrisis debuteerde de Amsterdamse voor de tweede keer, ditmaal als romancier.

In het naar de hoofdpersoon ­vernoemde Harpie volgen we een 22-jarige vrouw die als gevolg van een sociaal isolement al anderhalf jaar thuiszit. Ze is gestopt met haar studie geschiedenis, maakt haar post niet meer open en in haar keuken staat een teiltje beschimmelde afwas.

Eigenlijk wil Harpie niet meer leven, maar onder aanmoediging van de duivel, die haar gevraagd en ongevraagd van advies voorziet, besluit ze het nog een jaar te proberen. Overdag gaat ze aan de slag als receptionist, als de zon ondergaat maakt ze overuren als sekswerker. Geen luchtige kost, hoe humoristisch het boek ook geschreven is.

Toch is Harpie geen somber verhaal, bezweert Van Binsbergen via de webcam. “Eerder hoopvol. Het begint weliswaar met een halfslachtige zelfmoordpoging, maar eindigt ermee dat de hoofdpersoon juist weer wil leven. Je moet soms best stevig in je schoenen staan om je nog een ­toekomst voor te kunnen stellen. Ik wilde het in dit boek hebben over alle redenen waarom je dood wil en hoe je dan op een punt kunt komen dat die redenen er niet meer toe doen.”

Dat zijn onderwerpen waaraan niet iedere debutant zijn vingers wil branden.

“Nee, maar ik denk dat de meeste mensen weleens nadenken over ­suïcide. Dat de gedachte, hoe willekeurig ook, zich aan je opdringt. Het is juist goed te benadrukken waarom je het niet zou doen, in plaats van almaar te doen alsof de gedachte niet bestaat.”

Bent u zelf bekend met die gedachte?

“Ik heb een doodswens gehad. Die is inmiddels helemaal weg, dus daar hoeven we het niet over te ­hebben, het gaat prima met me. Ik praat liever over mijn boek dan over mezelf.”

Harpie heeft een opvallend hoge informatiewaarde. Alles gaat snel, in elke zin gebeurt veel. Typeert dat uw stijl?

“Ik raak gewoon snel verveeld van beschrijvingen of een uitgebreide studie van de psyche van een personage. Ik heb vrienden wier psyche ik interessant vind, maar daar lees ik niet per se een boek voor.”

“Hoeveel ik überhaupt lees? Ik ben ­beroepsmatig met literatuur bezig. Ik lees dus meer dan de gemiddelde mens, maar ik zou mezelf geen groot romanlezer noemen. Ik kan ook niet tien recente Nederlandstalige romans ­opnoemen die ik heel goed vind. Dat volg ik allemaal niet zo.”

De duivel is in uw boek geen klassieke slechterik, maar een goed­gemutst gezelschap.

“Ja, al is hij soms wat stekelig. De duivel heeft een soort irritante, eigenlijk typisch Amsterdamse humor, ­waarbij hij de ander steeds in de zeik probeert te nemen. Van de duivel bestaan zoveel manifestaties dat hij vooral leeg is. Je kunt hem als personage laden zoals je wil. Kwaadaardig is deze duivel in ieder geval niet.”

“De duivel houdt Harpie uiteindelijk in leven. Hij houdt haar steeds een spiegel voor, waardoor ze haar ongelijk moet toegeven. Daarmee wijst hij haar erop dat er een toekomst mogelijk is waarin ze niet kapot of mislukt is.”

De duivel meldt zich steeds op merkwaardige momenten en manieren. Magie speelt sowieso een belangrijke rol in het boek.

“De reden dat literatuur bestaat is dat je dingen kunt ervaren die je normaal gesproken helemaal niet kunt ­ervaren, die nog niet zo zijn, nooit zo zullen zijn of tegen alle wetten van de natuurkunde ingaan. Dat geldt ook voor magie.”

“Harpie kan zich eerst geen goede toekomst meer voorstellen, maar door een magisch proces lukt het haar wel. Dan ziet ze ineens een alternatief voor het kapitalistische systeem dat haar parten speelt.”

Over onvoorstelbare dingen gesproken: de coronacrisis.

“Ik vind het heel moeilijk om niet naar buiten te gaan en ik maak me grote zorgen over mensen die zich niet houden aan de regels van social distancing. Tegelijkertijd: ik werk sowieso al thuis en ik heb nooit een smartphone gehad, omdat ik er niet van hou steeds beschikbaar te ­moeten zijn en via allerlei apps gebombardeerd te worden met ­sociaal contact.”

Wat zou u mensen willen meegeven die er somber van worden?

“Wat er nu gebeurt is ontzettend ­griezelig, groot en onbevattelijk, maar wie weet verandert dit ook ­dingen ten goede. De razende motor van het dagelijks leven komt tot ­stilstand. De economie staat niet ­langer op de eerste plaats, volks­gezondheid is belangrijker. Daar put ik hoop uit. Om je een individuele toekomst voor te kunnen stellen, moet je je ook ­kunnen voorstellen hoe de toekomst van de rest van de wereld eruitziet. Jij moet het gevoel hebben dat je daarin een menselijk leven kunt leiden.”

Harpie, Hannah van­ ­Binsbergen. Uitgeverij Pluim, 172 blz.

Denkt u aan zelfmoord of maakt u zich zorgen om iemand? Iedereen kan 24 uur per dag anoniem bellen met 0900-0113 of chatten via 113.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden