PlusTen Slotte

Hafid Bouazza (1970-2021): taalvernieuwer en islamcriticus

Over minstens één ding kan geen misverstand bestaan. Hafid Bouazza, de schrijver die donderdag op 51-jarige leeftijd overleed in Amsterdam na een jarenlange worsteling met zijn gezondheid, was een taalvernieuwer.

null Beeld Bianca Sistermans
Beeld Bianca Sistermans

Wat is een ‘taalvernieuwer’? Een schrijver die straattaal of bedrijfsjargon de literatuur inloodst? Een auteur die de neologismen aaneenrijgt? Hebben taalvernieuwers bij voorkeur een poëtische stijl, zijn ze woorddronken? Of kunnen ze ook spaarzaam zijn, sober?

Over de precieze invulling valt lang te discussiëren, maar Hafid Bouazza was zeker een taalvernieuwer. Al op de openingspagina’s van zijn verhalenbundel De voeten van Abdullah schreef hij op een toon, schetste hij een sfeer, gebruikte hij woorden die tot dan toe niet bestonden in de Nederlandse literatuur: ‘nebbespitsorig’ en een ‘sjabrak van brokaat’ (over respectievelijk een muilezel en diens tuig). ‘Hij stak mijn voeten in ‘die-ja-ja-die-babouches’ en schikte de kovel van mijn mantel.’

Dwars talent

In 1996, bij het verschijnen van die debuutbundel vol surrealistische, schunnige, welluidende verhalen, was Bouazza 26. Nog steeds voel je bij dat eerste verhaal meteen: hier spreekt een even overweldigend als dwars talent. Hier gebeurt iets nieuws - en iets tijdloos. Bouazza was geen stem van zijn tijd of zijn generatie. Hij reisde liever een eeuw of wat terug dan zich met hedendaagse kwesties bezig te houden (al kon hij dat óók). Eerst blies hij het stof van halfvergane woordenboeken en dichtbundels, en daarna van het Nederlands. Hij vernieuwde de taal met archaïsmen uit de Middeleeuwen en uit het Latijn, uit de vroege Arabische literatuur, uit Gorter of Gezelle.

Hafid Bouazza werd in 1970 geboren in Oujda, het noordoosten van Marokko. Op zijn zevende kwam hij met de rest van het gezin naar Nederland, waar zijn vader al werkte als gastarbeider. Hij groeide op in Arkel, Zuid-Holland, en ging Arabisch studeren in Amsterdam. Vanaf zijn debuut liet hij zijn afkomst figureren in zijn boeken. Soms op de voorgrond, soms als stoffig, zinderend decor. In zijn meest succesvolle roman Paravion - verschenen in 2003, terecht bekroond met de Gouden Uil - schreef hij over drie generaties uit een Marokkaans dorp, waarvan de mannen een voor een naar het Westen trekken of daarvan dromen.

Geëngageerd

Er zou nog een bescheiden plankje boeken volgen: korte romans, vertalingen van gedichten en toneelstukken, bloemlezingen, gebundelde essays. In briefwisselingen en opiniestukken liet Bouazza zich van zijn geëngageerde kant zien. Hij sprak zich fel uit tegen de conservatieve islam en voor islamcritici als Ayaan Hirsi Ali: ‘Lang moge u leven, lang leve de vrouw, lang leve het vrije woord, lang leve de spot, lang leve de verbale anarchie.’

Bouazza werkte continu maar publiceerde onregelmatig. Al vanaf zijn vroegste schrijfjaren stortte hij zich vol overgave in het Amsterdamse caféleven. Hij werkte grote hoeveelheden drank en drugs naar binnen - volgens de kroeglegenden waren er tijden dat hij dagelijks één liter absint wegspoelde met een lange stroom van halve liters bier.

De chronische zoektocht naar de roes vond ook zijn weg naar zijn werk. Hij deed er onderzoek naar, schreef en bloemleesde erover, verwerkte het thema in zijn laatste roman Meriswin, verschenen in 2014. Daarin zette hij een reeks gruwelijke ziekenhuisopnames - Bouazza leed aan leverfalen - om in zinnelijke fictie; tegelijk plastisch en lyrisch, verheven en nietsontziend, veel meer een lofzang op de roes en op de zinsbegoocheling dan een aanklacht ertegen.

Genot en extase

Bouazza leek niet aan spijt te doen. Genot en extase waren niet alleen alle worstelingen waard; ze waren volstrekt onmisbaar, ook als hij ze met vreselijke pijnen moest bekopen. Trouwens, ook die pijnen fascineerden hem. Zoals elk onderdeel van ons bewustzijn.

In zijn laatste levensjaar werkte Bouazza aan een vertaling van Baudelaires gedichten en aan een roman. Hij laat twee zoons na, een bedwelmend oeuvre, en honderden aan de vergetelheid ontrukte woorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden