Plus Reportage

Haar creatieve brein en zijn activistische inzet leidden tot een kledingmerk

Jetske Voorneveld (33) en Ekwele Ayuk (36) begonnen samen het kledingmerk Akwaman. Ze gebruiken stoffen uit Ghana, produceren ‘eerlijk’ en komen op voor de Engelstalige minderheid in zijn geboorteland Kameroen.

Van bomberjacks tot kimono’s; ontwerpen uit de Akwamancollectie.

Op de afgesproken plek is het niet lang zoeken. Jetske Voorneveld, oprichter en ontwerper van kledingmerk Akwaman, draagt een zelfontworpen bomberjack met grafische print: een blikvanger. Achter het jack zit een verhaal dat begint in Ghana.

Tijdens een tweeweekse reis door Ghana in mei 2017 ontmoet Voorneveld Ekwele Ayuk, die zich hard maakt voor de onderdrukte Engelstalige bevolking in zijn geboorteland Kameroen. Het klikt en na korte tijd slaat de vonk over. 

Voorneveld, afgestudeerd in grafisch ontwerpen aan de Willem de Kooning Academie, raakt geïnspireerd in Ghana. “Alle ideeën die ik al had, kwamen naar boven en ik had altijd al een keer een kledinglijn willen ontwerpen.” Haar creatieve brein en zijn activistische inzet leiden tot plannen voor een kledingmerk.

Redenen genoeg dus om in september 2017 terug te gaan naar Ghana, waar het duo in Kokrobite, een dorp 30 kilometer ten westen van de hoofdstad Accra, de eerste ­samples laat maken. Ayuk, die acteerervaring heeft, laat als model de kleren tot leven komen tijdens een fotoshoot. Via Voordekunst, een crowdfundingplatform, halen Voorneveld en Ayuk 8012 euro op waarmee de eerste oplage kan worden gemaakt.

Met ontwerpschetsen onder de arm gaan ze op de markt in Accra op zoek naar de zogenoemde Kente-stof: een kleurrijk katoen met grafische patronen afkomstig van de Akan-stam. Elke kleur heeft een eigen betekenis, waarmee de drager zich kan uitdrukken: blauw staat bijvoorbeeld voor liefde, vrede en harmonie, rood voor sterke ­politieke en spirituele gevoelens.

Voorneveld: “We willen deze stof verwelkomen in ­Amsterdam. ‘Akwaaba’ betekent ‘welkom’ in het Twi, de taal die in Accra wordt gesproken.”

Maar hoe laat je Ghana en Amsterdam samensmelten? Voorneveld: “Hier in Amsterdam zie je een comeback van de jaren tachtig en negentig, met grafische vormen en kleuren. Die stijl wil ik combineren met de Kente-stof. Een perfecte match, toch?” De Kente-stof wordt letterlijk in een ander jasje gestoken en gebruikt voor uniseks bomberjacks (€190) en kimono’s (€210), jurken (€130), shorts en tanktops voor mannen (beide €80).

Zuinig met stof

Met kleding op maat maken is Voorneveld gestopt. “Aanvankelijk wilde ik voor een ontwerp één dezelfde soort stof gebruiken; alleen weet je niet of die een maand later nog op de markt verkrijgbaar is. Toen dacht ik: er moet ook een ­manier zijn om dit te doen zonder dat ik ervan in de stress raak. Daarom maken we nu van elk ontwerp 24 producties in verschillende maten. We willen geen massa­productie.”

Voorneveld is ook zuinig met de stof: “We hebben nu een jurk in de nieuwe collectie die uit twee verschillende soorten Kente bestaat: een nieuwe stof en een die over was uit de eerste collectie.”

Akwaman sluit zich aan bij de groeiende bewustwording dat de vaak onzichtbare kleermaker de prijs betaalt voor de zogeheten fast fashion. Voorneveld en Ayuk werken met een vaste groep van vijf lokale kleermakers, die met een foto op de website van Akwaman een gezicht krijgen. Voorneveld: “Het was in het ­begin lastig te voorspellen hoelang een kleermaker over een kledingstuk doet, maar je kunt niet van ze verwachten dat ze daar als een machine werken.”

Niet alleen de werkomstandigheden van fast fashion-kleermakers zijn vaak erbarmelijk, de geproduceerde kleding veroorzaakt ook een scheefgroei in de lokale economie van Afrikaanse landen. Voorneveld: “Er is in Afrika een berg aan kleding. Alles wat wij niet meer gebruiken, H&M-shirtjes die je hier koopt voor 12 euro en stapels schoenen, ligt daar nóg goedkoper op de markt. Mensen gaan hierdoor niet meer naar lokale kledingmakers. De tweedehands fast fashion is de dood van de lokale ondernemer.”

De collectie wordt momenteel nog per post vanuit Accra naar ­Amsterdam gestuurd. Voorneveld: “In de toekomst gaan we kijken of we de kleding per container kunnen vervoeren. Dit betekent een langere levertijd, maar het is wel duurzamer.”

Activistisch

Het zijn de sprekende Kente-kleuren, het eerlijke productieproces en de onderdrukking van Engelstaligen door de Franstalige overheid in Kameroen (zie kader) die centraal staan in de collectie ‘Don’t hide yourself’. Het merk pleit met zijn visie ‘Stand up with Akwaman’ voor vrijheid om jezelf te laten zien en wil opkomen voor mensen die dat niet kunnen.

Daarom gaat 5 procent van de opbrengst van elk verkocht kledingstuk naar de Ayah Foundation die hulp biedt aan onderdrukte inwoners van Kameroen. De stichting is actief in Engelstalige provincies in Kameroen en in het buurland Nigeria, waar veel Engelstalige Kameroeners hun toevlucht hebben ­gezocht. 

Dat Akwaman een activistisch merk kan worden genoemd, beaamt Voorneveld, maar wel met de volgende kanttekening: “Op een positieve en kleurrijke manier. We willen mensen benaderen en een inspirerend verhaal vertellen.”

Ekwele Ayuk en Jetske Voorneveld. ‘We willen de Kente-stof in Amsterdam verwelkomen.’

Over het zichtbaar maken van de lokale kleermaker en van de problematiek in Kameroen is Voorneveld resoluut. En de zichtbaarheid van het merk zelf? Voorneveld lacht. “In Amsterdam is Akwaman te koop bij The Maker Store in De Hallen en bij Re-bell en in Den Haag bij Heet Strijken en Bij Priester. Dit jaar staan we ook weer op Lowlands.”

De Amsterdamse Fashion Week, waar elk merk en iedere modeliefhebber reikhalzend naar uitkijkt, staat niet hoog op het prioriteitenlijstje. Voorneveld: “We zijn ­gevraagd voor de African Fashion Week Amsterdam in augustus, maar de vraag is of we dat gaan doen. Dan word je toch als merk onder de algemene noemer van ‘Afrikaanse mode’ geschaard, terwijl we ons juist willen onderscheiden.

 In de toekomst wil ik met zelfontworpen stoffen een eigen show maken waarin het verhaal van de onderdrukking van ­Engelstalig Kameroen nog beter zichtbaar wordt.”

Engelstalig Kameroen

Voor de Eerste Wereldoorlog was ­Kameroen een Duitse kolonie. Tijdens de oorlog werd het land door de Fransen en Britten veroverd en opgesplitst in een Frans en een Brits mandaat. Deze koloniale verdeling is tot op de dag van vandaag voelbaar en wordt gevoed door het repressieve bewind van de francofone president Paul Biya. 

Opstanden en betogingen van de Engelstalige minderheidsgroep worden hardhandig neergeslagen en bestraft met het afsluiten van internet in het noord- en zuidwesten van Kameroen, waar de ­Engelstalige bevolking woont. 

Mensen die niet in opstand komen, zoals kinderen, jongeren en ouderen, zijn ook vaak het slachtoffer van verkrachting of moord. Er wordt dan ook gesproken van een genocide in ­Engelstalig Kameroen. Journalisten die over de activisten verslag doen worden beschouwd als handlangers. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden