Keanu Reeves als John Wick, die in elke film dozijnen tegenstanders uitschakelt.

Plus Achtergrond

Guilty pleasures in de bios: plat amusement om te koesteren

Keanu Reeves als John Wick, die in elke film dozijnen tegenstanders uitschakelt. Beeld James Devaney/GC Images

Wat is er eigenlijk mis met een guilty pleasure als Hoge hakken, echte liefde, Sharknado (1 t/m 6) of John Wick? Redacteur Maarten Moll schaamt zich er niet voor dat hij soms geniet van plat amusement.

Een tijdje geleden vond ik mezelf ’s middags terug in Studio K, zaal 1. Ik ging kijken naar de film John Wick 3 – Parabellum. In mijn eentje. En ik had er zin in.

Voor wie het niet weet: John Wick (gespeeld door Keanu Reeves) is een voormalige huurmoordenaar voor de Russische maffia die, nadat zijn vrouw is gestorven en een paar boeven zijn hondje hebben doodgeslagen, weer ‘aan het werk’ gaat.

In die eerste twee delen vermoordde hij 205 mensen, zonder zelf noemenswaardig gewond te raken. In een strakke choreografie wist John Wick – specialiteit: het schot door het hoofd – af te rekenen met al die slechte mensen.

Het zijn niet de meest subtiele films, die over John Wick, en je weet ook precies wat je krijgt (tientallen doden per deel). Ik merkte dat ik tijdens het kijken naar dit derde deel – waarin slechts 85 mensen het loodje leggen – een beetje meebewoog met superheld John Wick. Soms was ik hem voor en was ik al in beweging gekomen voor hij de zoveelste bad guy te pakken nam.

Na afloop liep ik een beetje als John Wick de trap af, ging heel stoer naar de wc, en pas buiten, bij het openmaken van mijn fietsslot (John Wick scheurt de hele tijd rond in een fantastisch mooie Ford Mustang Mach 1) was ik weer terug op aarde.

Filmschaamte

Is het kijken naar John Wickfilms – ik dronk er overigens een puik Goose Island IPA-biertje bij – een guilty pleasure? Ik vermoed van wel, want ik hoor er in mijn omgeving niemand over. Wat wel een voorwaarde is voor een guilty pleasure, dunkt mij. Het is een geheim, iets waar je niet mee te koop wil lopen. Zelf begin ik er ook niet snel over, en niet omdat ik me ervoor schaam, maar het kan ermee te maken hebben dat ik John Wick een beetje voor mezelf wil houden.

Nu ja. Op het gebied van muziek kent iedereen wel artiesten of nummers waar hij of zij stiekem vrolijk van wordt (een nummertje Modern Talking op zijn tijd is niet te versmaden, het liefst You’re my heart, you’re my soul, en anders het minstens zo onvergetelijke You can win if you want), maar wat is een guilty pleasure precies als het om film gaat?

Zijn het films die je eigenlijk niet goed mag vinden? Films die meer dan duizend bezoekers trekken? Moet ik me schamen voor mijn liefde voor John Wick? Voor het platte amusement dat die films me bieden? Twee uur lang achterover leunen en het geweld over me laten komen. Mag je in deze tijd überhaupt nog wel genieten van geweld, ook al is het nep?

Bestaat filmschaamte nog wel? De film Hoge hakken, echte liefde is een echte guilty pleasure, zonder dat het schaamrood me op de kaken vliegt als ik die film noem. In deze film uit 1981 van Dimitri Frenkel Frank spelen Rijk de Gooyer en Monique van de Ven de hoofdrollen. Niet bepaald een inzender voor de Oscar voor beste niet-Engelstalige film, maar wel heerlijk onnozel, lekker Nederlands plat – De Gooyer die Van de Ven op haar billen kletst – en met een fijne dubbelrol van De Gooyer als directeur/arbeider (en een fraai rolletje van Leen Jongewaard als vader van kantinejuf Van de Ven). Met onvergetelijke momenten.

De Gooyer hangt, in zijn rol van arbeider Arie Snoek (gepermanent haar en opplaksnor), uit het raampje van zijn vrachtwagen, sigaret in zijn mondhoek. Komt er iemand aan die zegt: “Snoek, er wordt hier niet gerookt!” Waarop Snoek zegt: “Dan heb je slechte ogen!”

En nog steeds doe ik het, als ik die scène zie, in mijn broek. Slechte grap zegt u? Dat is nu het geheim van een guilty pleasure.

Romcoms of rampenfilms

Of neem die scène in de film Commando (1985) met Arnold Schwarzen­egger. Arnie speelt de gewezen commando kolonel John Matrix die weer ‘in actie’ komt als zijn dochter wordt ontvoerd. Deze John Wick avant la lettre gaat achter de ontvoerders aan. Op een gegeven moment heeft hij een van de betrokkenen te pakken. Hij houdt deze Sully aan zijn been boven een ravijn. Volgt deze korte conversatie, denk er zelf de stem van de ex-Oostenrijkse ex-bodybuilder bij.

Matrix: “Remember Sully, when I promised to kill you last?”

Sully: “That’s right Matrix, you did.”

Matrix: “I lied.”

En hij laat Sully los, die met een ‘ahhhhhh!’ in het ravijn verdwijnt.

Absolute guilty pleasure, deze scène. Net als nogal wat andere scènes met Schwarzenegger.

Als het om guilty pleasures gaat, blijk ik dus een voorkeur te hebben voor schietfilms en een enkele Nederlandse film. Waar anderen wellicht een geheime liefde hebben voor romcoms of rampenfilms. Of voor de vliegende, terreur zaaiende haaien in Sharknado 1 t/m 6. Of voor films die nog onwaarschijnlijker zijn, en met nazi’s te maken hebben (neem Kung Fury met Hitler als Kung Führer, en Iron Sky met een naziruimteschip in de vorm van een haken­kruis).

O, ik vergeet nog Taken 1, Taken 2 en Taken 3. Drie precies dezelfde films met Liam Neeson die wraak neemt. Rammelende scenario’s, voorspelbaar (maar verslavend, kom op Liam, pak ze!), en een boze acteur die alles speelt met een gezicht dat niet meer uitdrukkingen kent dan een piraat met een houten poot benen heeft.

De knokfilms met Bud Spencer en Terence Hill (favoriet: De vier vuisten op safari), maak me wakker. En mag je een film met de onlangs overleden grootheid Rutger Hauer wel een guilty pleasure noemen? Spetters (1980) – moeiteloos kan ik er nog uit citeren – staat ook niet bepaald bekend als een van de beste Nederlandse films die gemaakt zijn. Maar ik heb die film lief, en ook Van geluk gesproken (1987, met de net als in Spetters geweldige Peter Tuinman).

Hoge hakken, echte liefde, Spetters en Van geluk gesproken op één avond achter elkaar kijken, dat is niet eens meer een guilty pleasure, dat is schaamteloos, puur genot. Iedereen mag komen kijken.

Dit zijn de favoriete guilty pleasures van de filmredactie

Jan Pieter Ekker: Lolita

Beeld Getty Images

Moeilijk, wat is in tijden dat alles kan nog een guilty pleasure? Hessel, ‘de volkszanger van Terschelling’, die elke avond optreedt in zijn eigen café de Groene Weide, is een guilty pleasure, maar dat is muziek. Utopia kijk ik niet, en mooi of leuk van lelijkheid telt ook niet, dus dan kom ik uit bij Adrian Lyne’s Lolita (met Dominique Swain als Dolores Haze) en Mean Girls, vanwege Lindsay Lohan én het cynisme.

Stefan Raatgever: The Holiday

Een onwaarschijnlijk scenario waarin toevallige ontmoetingen leiden tot levens­veranderende romances? Check. Een winterwit decor in een land waar het vrijwel nooit sneeuwt? Yes! En een beslissende scène waarin een personage zich pas op het vliegveld (de stewardessen mopperen al over mogelijke vertraging) realiseert dat ze dreigt weg te vliegen van haar ware liefde? Present. The Holiday is een schaamteloze (of voor de kijker juist schaamtevolle) clichébom, maar daarom zo onweerstaanbaar lekker.

Bart van der Put: Hound of Dracula

Ik heb Zoltan, Hound of Dracula drie keer gezien. Ik ben dol op Mexicaanse knokfilms waarin gemaskerde worstelaars marsmannetjes bestrijden. U mag mij wakker maken voor alle Japanse reuzenmonsterfilms, ook de mislukte. Platvloerse Italiaanse komedies uit de jaren zeventig gaan erin als koek. Het tenenkrommende Hercules met televisiehulk Lou Ferrigno is me dierbaar en de Spaanse disco­superheld uit Supersonic Man moet een standbeeld krijgen. Ik schaam me niet, integendeel. Pulp is goed!

Roosje van der Kamp: Manos

Amateur Harold Warren schreef, regisseerde, produceerde en speelde in deze horrorfilm. Het verbaast niet dat Manos: The hands of fate (1966) te boek staat als de slechtste film ooit. De film staat bol van horrorclichés: een familie raakt verdwaald en geraakt in een loge, gerund door een heiden­se cultus. Toch komt de horror meer van het filmwerk zelf, dat vol met tegenstrijdigheden is. Zo resulteert Manos in een soort meta horrorervaring waar je niet weg van kan kijken.

Joost Broeren-Huitenga: Ace Ventura

Beeld ANP Kippa

Als ik eerlijk ben, had zo ongeveer elk van de superflauwe komedies die Jim Carrey midden jaren negentig maakte op deze plek kunnen staan. Samen met The Mask, dat ook in 1994 uitkwam, creëerde Carreys eerste hoofdrol in Ace Ventura: Pet Detective het imago dat hij nu alweer een paar decennia van zich af probeert te schudden: dat van de komiek met het rubberen gezicht in films vol platte, maar effectieve flauwigheid.

Maarten Moll: Clyde

Die aap! Clyde heette hij: een orang-oetang die speelde in het Clint Eastwoodvehicle Every Which Way but Loose (1978). Clint die met zijn tot ­pistool gevormde hand op Clyde richt, en de aap die dan dood neervalt. Clyde die Clint helpt en boeven buiten westen timmert. Meliger kan het niet, maar onweerstaanbaar blijft het. In de sequel, Any Which Way You Can (1980), is Clyde vervangen door Buddha. En Buddha kan er niets aan doen, maar die aap kon Clyde niet doen vergeten, en daarom vind ik die film ook niets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden