PlusInterview

Guido van der Werve maakte film over zijn leven na een zwaar ongeluk: ‘Alles wordt weer leuk nu ik het opnieuw leer’

Vrijdagavond gaat op het IFFR de speelfilm Nummer achttien, the breath of life van beeldend kunstenaar Guido van der Werve in première. Het is de enige Nederlandse film in de zestien titels tellende Tiger Competitie van het festival. ‘Ik móest wel fictie maken.’

Joost Broeren-Huitenga
Still uit ‘Nummer achttien, the breath of life’ van beeldend kunstenaar Guido van der Werve, over zijn leven na een ernstig 
verkeersongeluk. Beeld Filmdepot
Still uit ‘Nummer achttien, the breath of life’ van beeldend kunstenaar Guido van der Werve, over zijn leven na een ernstig verkeersongeluk.Beeld Filmdepot

In de Tiger Competitie van het International Film Festival Rotterdam is Guido van der Werve (45) een beetje een vreemde eend in de bijt. Voor een competitie die zich expliciet richt op het ontdekken van aanstormend filmtalent, heeft hij al een flinke staat van dienst – alleen niet als filmmaker, maar als beeldend kunstenaar.

De titel van zijn film reflecteert dat – Nummer achttien, the breath of life is, inderdaad, zijn achttiende werk. Maar het is ook zijn eerste speelfilm, een compleet nieuwe stap, gemaakt tijdens én over een periode dat zijn leven toch al op zijn kop stond.

In 2016 werd Van der Werve in Berlijn, een van zijn woonplaatsen, op de fiets aangereden door een touringcar. Hij was op sterven na dood, maar sleepte zich erdoorheen. Nummer achttien is – zoals de ondertitel aangeeft – een film over hoe zijn leven opnieuw begon en over die confrontatie met de dood. “In het revalidatiecentrum kreeg ik door dat een minderwaardigheidscomplex mijn leven had gered,” zo vat Van der Werve de essentie van de film bondig samen. Jarenlange fysieke en geestelijke overcompensatie hadden hem klaargestoomd een onmogelijk trauma te doorstaan.

Absurde oefeningen

De eerste opnamen voor de film werden al gemaakt toen hij nog opgenomen was in dat Berlijnse revalidatiecentrum. “Dat was zo’n rare, fotogenieke plek en ik deed er ook zulke absurde oefeningen, dat ik dacht: ik wil dit vastleggen. Alles had iets heel erg ironisch-poëtisch over zich. Dus eind 2016 is mijn cameraman erheen gekomen en hebben we drie dagen gefilmd.”

Op een vreemde manier zijn die therapeutische oefeningen een vervormd spiegelbeeld van de grootse fysieke beproevingen die Van der Werve doorstond voor zijn eerdere videokunst. Hij stond bijvoorbeeld een volle 24 uur stil op de Noordpool voor Nummer acht, rende twaalf uur lang rondjes om zijn eigen huis in Finland voor Nummer dertien en voltooide een triatlon van meer dan 1500 kilometer voor Nummer veertien, waarmee hij in 2013 een Gouden Kalf won.

En nu stond hij achter een tafel met grote moeite een schuifje heen en weer te bewegen. “Ik wilde het documenteren, omdat ik wist dat ik het nooit meer in deze echtheid mee zou maken.”

Guido van der Werve: ‘In het revalidatiecentrum kreeg ik door dat een minderwaardigheidscomplex mijn leven had gered.’ Beeld Niels Blekemolen
Guido van der Werve: ‘In het revalidatiecentrum kreeg ik door dat een minderwaardigheidscomplex mijn leven had gered.’Beeld Niels Blekemolen

Echtheid en authenticiteit zijn sleutelwoorden voor Van der Werve. Ook in die zin is Nummer achttien een nieuwe stap: voor het eerst regisseert Van der Werve fictie. Of nu ja, pseudofictie, of autofictie; bij die termen voelt hij zich beter thuis.

Jeugd in Papendrecht

Hoe dan ook: een flink deel van Nummer achttien bestaat uit reconstructies. Terwijl een eveneens door Van der Werve geschreven opera op gezette momenten inbreekt en een zekere afstandelijkheid creëert, komt de film op andere plekken juist extreem dicht bij Van der Werve’s innerlijk.

Niet alleen spelen Van der Werve en zijn partner en assistent-regisseur Johanna Ketola zichzelf in scènes rond het revalidatieproces, maar ook allerlei momenten uit Van der Werves jeugd in Papendrecht worden in beeld gebracht. Daarvoor moest de maker dus – ‘heel raar’ – acteurs zoeken om zijn ouders én zijn jongere zelf te spelen.

“Ik heb eerder allerlei uitwegen gezocht om geen fictie te maken – in Nummer veertien zitten wel een paar fictieve scènes, maar die speel ik allemaal zelf. Ik zweer bij authenticiteit; ik heb in het verleden zelfs weleens gezegd: acteurs zijn leugenaars. Maar een groot deel van die revalidatie draaide om het ophalen van allerlei herinneringen, omdat ik opnieuw moest uitleggen wie ik was. Dus ik wilde in de film ook mijn jeugd laten zien, en daarvoor moest ik wel fictie maken.”

Opkrabbelen

Het schiften welke van die jeugdherinneringen in de film terecht moest komen, was een uitdaging. “Voor mij zijn ze allemaal even interessant, maar dat is natuurlijk niet voor iedereen zo. Toen we bijvoorbeeld op de basisschool het dagboek van Anne Frank lazen, werd ik verliefd op Anne Frank. Dat wilde ik heel graag in de film stoppen, maar het paste niet. Zo waren er heel veel momenten; ik wil niet dat het publiek denkt: waarom kijk ik hiernaar? We moesten het kaf van het koren scheiden – niet alles is interessant alleen maar omdat het werkelijk is.”

Tussen die herinneringen door zien we Van der Werve stukje bij beetje opkrabbelen – al denkt hij niet dat hij ooit nog de sportieve extremen van zijn eerdere werk op zal zoeken. Maar dat is niet erg. “Er was een tijd dat ik hardlopen echt vrij saai vond. Maar nu niet meer, ook omdat ik het een tijd niet kon. Alles wordt weer leuk nu ik het opnieuw leer, ook muziek. Het is niet zo vreselijk om af en toe dingen even te vergeten.”

Nummer achttien, the breath of life is te zien op IFFR en draait vanaf 9 maart in de bioscoop.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden