Grunberg bundelt bekende en minder bekende Auschwitzverhalen

Arnon Grunberg komt dinsdag met een bijna 500 pagina’s tellende bundel vol getuigenissen over concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz. Minstens 1,1 miljoen mensen werden er vermoord, vooral Joden. Maandag is het precies 75 jaar geleden dat het Rode Leger de gevangenen bevrijdde.

Auteur Arnon Grunberg, hier met de Gouden Ganzeveer in 2017.Beeld ANP

Grunberg maakte voor Bij ons in Auschwitz gebruik van bekende en minder bekende geschriften van tal van auteurs. Hij putte bijvoorbeeld uit Primo Levi’s Is dit een mens, maar ook uit de teksten van Zalmen Gradowksi, die in Auschwitz vermoord werd, maar zijn geschriften er begraven had.

‘Ik verlang naar mijn broeders, omdat zij mijn broeders zijn. (…) Ik kijk naar de hoek waar zij gewoonlijk stonden te bidden. Van daaruit stijgt nu een doodse stilte op; er is niemand meer. Hun levens zijn verdwenen, hun geluid is weggestorven. (…) Met hun verdwijning vervliegt onze laatste troost,’ schreef Gradowksi destijds. Het is nu de afsluiting van de bundel.

De bekende auteur Elie Wiesel ontbreekt niet in het boek. Hij beschrijft onder meer de aankomst in het stadje waarvan de naam synoniem is geworden voor ongekende gruwelen: ‘We kwamen aan op een station. De mensen bij het raam noemden de naam van de plaats: ‘Auschwitz’. Niemand had die naam ooit gehoord. De trein reed niet verder.’

Overlevingsdrang

Filip Müller zag de gang van gevangenen naar de gaskamer: ‘Na Aumeier nam Grabner het woord. Hij sommeerde mensen zich uit te kleden, omdat ze in hun eigen belang vanwege het bestaande besmettingsgevaar gedesinfecteerd moesten worden. 

(…) ‘Zodra u heeft gedoucht, krijgt iedereen een bord soep.’ In de verstarde gezichten van de mensen, die elk woord begerig opslurpten, was weer wat leven teruggekeerd. Nu hadden ze alweer iets meer vertrouwen in de toekomst. (…) Bedrogen en misleid liepen honderden mannen, vrouwen en kinderen argeloos en vol vertrouwen in de toekomst de grote vensterloze ruimte van het crematorium in.’

M.S. Arnoni schrijft over de overlevingsdrang: ‘Ik wist dat mijn moeders keel was dichtgeknepen door het gas en dat haar lichaam brandde of gebrand had. Wat was mijn reactie? Ik zal het zeggen, zonder omwegen: ik stopte ieder stukje eten waar ik de hand op kon leggen in mijn mond en deed mijn best om niet de aandacht te trekken van een SS’er of kapo. Ik deed geen aanval op de moordenaars van mijn moeder en beraamde er ook geen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden