PlusAlbumrecensie

Green Day eindelijk weer energiek en vrolijk op Father of All

Ze zijn nog geen 50, maar toch lijken de drie leden van Green Day inmiddels relicten van een vervlogen tijdperk. Een era waarin een jongen met slonzig haar, een strakke spijkerbroek en een gitaar om de schouder de definitie van cool was. Inmiddels toe aan z’n dertiende studioalbum is Green Day nog altijd een zekerheidje voor het hoofdpodium van een zomerfestival, maar is de invloed van nieuw werk nagenoeg verdampt.

Dat is behalve aan de veranderende tijdsgeest ook aan de groep zelf te wijten. Het albumdrieluik ¡Uno!, ¡Dos! en ¡Tré! (alle uit 2012) klonk afgeleefd en flopte terecht. Daarna duurde het vier jaar (en een verblijf in de afkickkliniek voor zanger Billie Joe Armstrong) voor de groep zich hergroepeerde met het back-to-basicsalbum Revolution Radio. Dat was fijn voor de trouwe fans, maar feitelijk niet meer dan een goede reden om met een ­greatest­hits­revue langs de Europese festivals te toeren.

Kortste tot nu toe

Exact dertig jaar na het debuutalbum is er met Father of all Motherfuckers gelukkig eindelijk weer een Green Dayplaat waarop werkelijk wat gebeurt. Het album, om redenen van censuur vaak aangekondigd als Father of All…, is met amper 28 minuten de kortste plaat die het trio tot nu toe heeft gemaakt. Die lengte staat geen rockopera’s – zoals American Idiot, het magnum opus van de band uit 2004 – toe.

Alle tien songs zijn puntig, daadkrachtig en nergens wijdlopig. Een benadering die zijn vruchten afwerpt: Green Day klinkt energieker dan het in zeker tien jaar heeft gedaan. Vrolijker ook.

De keuze verder te kijken dan de vaste kruising tussen pop en punk blijkt het speelplezier aanzienlijk te bevorderen. Er is ruimte voor voorzichtige flirts met andere stromingen. Zo is Stab You in the Heart een onvervalste sixties-rock-’n-rollsong. Met dansbare gitaren en vingerknipjes is Green Day volkomen pretentieloos, maar op die manier wel goed voor een grote glimlach.

Het kortste nummer van de plaat, het 1.53 minuut durende Fire, Ready, Aim is de gierende zustertrack en Meet Me on the Roof, dat zelfs een vleugje Motown lijkt te bevatten, het onbekommerde broertje.

Punkwortels

Opvallend is ook Take the Money and Crawl, waarin Green Day ineens klinkt als de Arctic Monkeys op hun eerste album. En dan is er ook Oh Yeah, met zijn kritiek op de selfie­generatie waarin iedereen zich een ster waant. Dankzij de ronkende ritmesample van Do You Wanna Touch Me (Oh Yeah) van Joan Jett & The Blackhearts blijft Green Day ook zijn punkwortels trouw.

Ook slotsong Graffitia is weer onversneden Green Day: een pompende drumbeat, een echoënd refrein en een stel rammende gitaarriffs. Op naar het Stadspark van Groningen, waar Green Day op 14 juni zal optreden met genregenoten Fall Out Boy en Weezer.

Pop

Green Day - Father of all Motherfuckers (Warner Music)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden