PlusInterview

Glamrockster Suzi Quatro: ‘Wist ik veel dat ik zoveel vrouwen heb geïnspireerd’

Als een van de grote glamrocksterren was de Amerikaanse Suzi Quatro in de vroege jaren zeventig een vaste verschijning in TopPop. Vrijdag verschijnt haar nieuwe album The Devil in Me. ‘Ik zing beter dan ooit.’

Suzi Quatro in 1978, met de basgitaar die bijna groter leek dan zijzelf. Beeld Redferns
Suzi Quatro in 1978, met de basgitaar die bijna groter leek dan zijzelf.Beeld Redferns

Ook Suzi Quatro wordt knettergek van dat thuishangen. Isolation Blues heet een van de nummers op haar album The Devil in Me veelzeggend. “Ik toerde een jaar geleden nog volop. Zalen met zitplaatsen, weet je wel, mijn publiek en ik zijn niet meer zo jong. Maar ik speel nog het liefst avond aan avond. En nu hang ik maar thuis.”

Thuis is het platteland van Engeland, dat ze normaal gesproken afwisselt met Duitsland. “Mijn man is Duits en woont in Hamburg. Gewoonlijk pendelen we heen en weer. Nu zit hij daar en ik hier.”

In de studeerkamer waar ze het zoominterview doet, valt vooral een groot rek met zonnebrillen op. “Dat is nog maar een klein deel van de collectie. Ik verzamel Ray Bans en heb er 700, vanaf de jaren veertig tot nu toe. Elton John, zeg je? Nee, nee, die verzamelde maffe brillen. Ik heb alleen mooie brillen.”

Rauw en sensueel

70 is ze, de Amerikaanse zangeres die in 1971 in Detroit werd ontdekt door de Engelse producer Mickie Most. Hij haalde haar naar Londen, vanwaar ze als een van de grote sterren van de glamrockscene de wereld veroverde. Rampestampende nummers als Can the Can en Devil Gate Drive waren ook in Nederland grote hits.

Op The Devil in Me klinkt haar stem na al die jaren niet eens zo veel anders dan toen: rauw en sensueel. “Vraag mij ook niet hoe het kan, maar zingen gaat me tegenwoordig - ik klop het even af op hout - heel makkelijk af. En ik zing beter dan ooit, vind ik.”

The Devil in Me werd net als het album dat er twee jaar geleden aan vooraf ging geproduceerd door haar 36-jarige zoon Richard Tuckey. “Het is een heel creatieve samenwerking. Ik schrijf het liefst thuis met een akoestische gitaar op schoot en een notitieblok in de buurt, hij voelt zich vooral thuis in de studio en weet alles van techniek. Mijn dochter Laura is ook heel muzikaal. Ze zingt jazz, een beetje in de stijl van Ella Fitzgerald.”

Haar vader was ook jazzmuzikant. Wat vond hij er van dat drie van zijn dochters in de jaren zestig de garagerockgroep The Pleasure Seekers vormden? “O, hij steunde ons waar hij maar kon en betaalde ook onze instrumenten en apparatuur. Op mijn veertiende kreeg ik van hem mijn eerste basgitaar: een Fender Precision Bass, de Rolls-Royce onder de bassen. Het moet hem een fortuin hebben gekost. Ik speel er nog altijd op, echt een geweldig instrument.”

Bij haar optredens als prille twintiger in TopPop leek haar basgitaar bijna groter dan zijzelf. Steevast ging ze daarbij gekleed in een strak leren pak - menig puber werd er wat onrustig van. Ze herinnert zich TopPop goed. “Je had zulke programma’s in heel Europa toen. In Engeland zat ik zo vaak in Top of the Pops dat ze me wel een hotelkamer in het studiogebouw hadden kunnen geven.”

Happy Days

Na Europa volgde ook populariteit in haar eigen land. “Het is een wijdverbreid misverstand dat ik in Amerika niets zou voorstellen. Mijn bekendheid daar kwam iets later omdat men er het concept glamrock niet meteen begreep, maar toen ik er eenmaal ging toeren, wist ik in New York Madison Square Gardens vol te krijgen. Een house hold name werd ik in Amerika toen ik in 1977 een rol kreeg in Happy Days.”

In Happy Days, een sitcom die zich afspeelde in de jaren vijftig, speelde ze Leather Tuscadero en was ze de vrouwelijke evenknie van de übercoole Fonzie. “Ik had nog nooit geacteerd, maar het was een succes. Het was een van mijn beste carrièrebeslissingingen om er aan mee te doen. Met mijn mede-acteurs Ron Howard en Henry Winkler, die Richie en The Fonz speelden, heb ik nog altijd contact.”

Over Suzi Quatro verscheen in 2019 de documentaire Suzi Q, waarin de nodige vrouwelijke pop- en rockmuzikanten vertellen hoezeer ze door haar werden geïnspireerd. “Ik heb er jankend naar zitten kijken. Wist ik veel dat ik zoveel vrouwen heb geïnspireerd. Joan Jett moet mijn allergrootste fan zijn geweest. Die had zelfs Suzi Quatro-behang op haar tienerkamer.”

Musicals

In een status als feministisch rockicoon heeft ze evenwel geen trek. Ze reageert zelfs uitgesproken kribbig op de veronderstelling dat ze het zwaar moet hebben gehad in de masculiene rockwereld van de seventies. “I don’t do gender,” zegt ze beslist.

Om er dan even later toch aan toe te voegen: “Niemand heeft het me moeilijk gemaakt in die tijd omdat ik een vrouw was. En als er wat was, was er niets dat ik niet zelf af kon handelen. Ik heb me zelf nooit als een vrouwelijke muzikant gezien. Ik was een muzikant. Punt.”

In de jaren tachtig zong en acteerde Suzi Quatro in Engeland ook in musicals. Was dat geen grote overgang voor een rockzangeres? “Nee. Je moet er je stem op een andere manier gebruiken, maar dat is het. Ik ben een entertainer en een communicator. Zingen en acteren gaat me even makkelijk af. Maar ik heb ook een musical, een roman en een dichtbundel geschreven. Mensen vragen me ook vaak of het niet moeilijk is, tegelijk zingen en bas spelen. Ik weet niet beter. Mijn eerste instrument was een drumstel, misschien komt het daardoor. Als je eenmaal hebt geleerd je ledematen onafhankelijk van elkaar te bewegen, is tegelijk zingen en bassen een makkie.”

Suzi Quatro: The Devil in Me (Spv)

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden