PlusInterview

Gitaarheld Steve Cropper: ‘Gelukkig zing ik niet op nieuwe album’

Als dé soulgitarist van de jaren zestig was Steve Cropper te horen op platen van Otis Redding, Wilson Pickett en Sam & Dave. Deze week verschijnt zijn album Fire it Up. ‘Iedereen kan gerust zijn: ik zing niet.’

De nu 79-jarige gitaargrootheid Steve Cropper op een foto uit 1967. 'De opnamesessie van Soul Man van Sam & Dave was een ramp.' Beeld Getty Images
De nu 79-jarige gitaargrootheid Steve Cropper op een foto uit 1967. 'De opnamesessie van Soul Man van Sam & Dave was een ramp.'Beeld Getty Images

Gouden platen, hij heeft er veel ontvangen, maar geeft er weinig om. “Er moeten in de garage nog een paar dozen staan.”

In zijn studeerkamer heeft hij – zien we tijdens het zoom­gesprek – wel een gouden single aan de wand hangen. “Green Onions van Booker T. and The MG’s. Van alles wat ik heb gedaan, het nummer waar ik het meest trots op ben,” zegt Steve Cropper.

Cropper was de gitarist van Booker T. and the MG’s, die in 1962 een wereldhit hadden met het instrumentale Green Onions. Een simpel bluesje, met bruisend Hammondspel van Booker T. Washingston en bijtend gitaarwerk van Cropper, dat na al die jaren nog steeds fris klinkt. “Verveelt nooit,” zegt de nu 79-jarige Cropper. “Als ik het in een commercial of op de radio hoor, heb ik meteen een goede bui.”

Cropper oogt als een vriendelijke beer en zijn zuidelijke accent is zo vet dat je je goed moet concentreren om hem te kunnen verstaan. Tijdens de lockdown nam hij Fire it Up op, door zijn platenmaatschappij aan de man gebracht als zijn ‘eerste fatsoenlijke solo-album sinds 1969’. In dat jaar verscheen van hem het instrumentale With a Little Help from my Friends.

De twee vocale albums die Cropper in de jaren tachtig uitbracht, moeten we maar vergeten? “Doe maar,” zegt de gitarist met een lach. “Ik kan niet zingen. Iedereen kan gerust zijn: op ­Fire it Up zingt Steve Cropper niet.”

De zang laat hij op het album over aan anderen. En soms wordt op de plaat helemaal niet ­gezongen. Het instrumentale Bush Hog, dat het album opent en afsluit, is vernoemd naar een landbouwapparaat. Voor de liefhebber: dat is een roterende maaier voor achter de trekker. “Je kunt er complete struiken mee wegmaaien,” zegt Cropper enthousiast.

Hier spreekt iemand die zijn jeugd deels heeft doorgebracht op een boerderij in Missouri. Muziek speelde toen nog geen rol zijn leven. “Er was alleen country. Ik viel pas voor de muziek toen we rond mijn tiende naar Memphis verhuisden en ik voor het eerst rhythm-and-blues en gospel hoorde. De haren op mijn arm gingen ervan overeind staan.”

Huisband van Stax

Op zijn zestiende begon hij gitaar te spelen. “Ik bestelde een Silverstone bij een postorderbedrijf. De hele middag zat ik op de veranda te wachten, 25 dollar in mijn hand. ‘Dat is dan 25 dollar en 25 cent,’ zei de bezorger. Ik moest ook bezorgkosten betalen! Totale paniek. Mijn moeder zei later vaak: ‘Als ik je toen dat kwartje niet had gegeven, zou je misschien geen gitarist zijn geworden.’”

En hij werd nog een heel succesvolle gitarist ook. Als witte boerenkinkel speelde hij zelfs een grote rol in de ontwikkeling van de soulmuziek, bij uitstek een zwart genre. Booker T. en The MG’s, de groep waarin hij gitaarspeelde, was de huisband van het in Memphis gevestigde Stax Records, een van de belangrijk soullabels van de jaren zestig. Het kwartet begeleidde in de studio – en soms ook live – zangers als Otis Redding, Wilson Pickett en Sam & Dave.

Na zijn Staxtijd werkte Cropper met grootheden als Bob Dylan, Neil Young, Stevie Wonder, John Lennon en Johnny Cash. Ook speelde hij in de Blues Brothersband (in feite een tweede versie van Booker T. & The MG’s). Tijdschrift Rolling Stone zette hem in een top 100 van beste gitaristen ­aller tijden op nummer 39. “Mojo ­Magazine maakte het nog gekker. Daar stond ik op 2, meteen na Jimi Hendrix,” zegt Cropper ongelovig.

Hij is meer slaggitarist dan solist. Een groove neerleggen, dat is zijn specialiteit. En als hij ­soleert, meestal lekker fel, duurt dat nooit lang. “Je hebt gitaristen die zo tien minuten doorgaan met soleren. Ik ben altijd zo klaar. Meer heb ik niet eens te zeggen, haha.”

Studeert hij thuis wel eens? Nog maar eens die vette lach. “Nooit. Wat heeft het voor zin te spelen als niemand je hoort?”

Mooiste soulnummer ooit

Hij speelde naar eigen zeggen op ‘honderden en honderden’ platen mee. Hij herinnert zich niet alles meer, maar wel veel, ook uit zijn Staxtijd. De opnamesessie van Soul Man van Sam & Dave was een ramp, vond hij. “Ik speelde slide in het nummer. Met een Zippo-aansteker ging ik over de snaren van mijn gitaar, die plat op mijn schoot lag. Ik moest dus zitten. Heel frustrerend bij zo’n swingend nummer. Ik was gewend staand te spelen, een beetje te dansen.”

Vlak voor zijn dood, in 1967, nam soullegende Otis Redding de gevoelige ballad (Sittin’ on) The Dock of the Bay op. Cropper speelde er niet ­alleen gitaar in, hij was ook producer en mede-auteur van het nummer. “Mensen denken vaak dat ik het ben die aan het einde dat stukje fluit, maar dat was Otis. Hij improviseerde veel in de studio en die dag begon hij ineens te fluiten.”

Het was de bedoeling dat Redding dat gefloten stukje later zou vervangen door tekst, maar het kwam er nooit van. Evengoed werd het een van de mooiste soulnummers aller tijden, vindt de verder heel bescheiden Cropper zelf ook. “Ik ben soms verbaasd hoe goed al die Staxnummers de tijd hebben doorstaan. Bijna een halve eeuw later klinken ze nog altijd goed.”

Steve Cropper: Fire it Up (Provogue)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden