Plus

Gids, maatje en huisdier: al 100 jaar vertrouwen op de blindengeleidehond

Een gids op straat, maar ook een maatje en een huisdier. Kees Tinga en Ad Bakker schreven een boek over de honderdjarige geschiedenis van de blindengeleidehond.

De eerste blindengeleide-honden waren na de Eerste Wereldoorlog bestemd voor blinde oorlogsveteranen. Beeld Sabine Häcker/familie Feyen

Het mocht geen knuffelboek worden, zegt publicist Ad Bakker over het boek dat hij met Kees Tinga schreef over de honderdjarige geschiedenis van de blindengeleidehond. "Het is een onderwerp met een zeer hoog aaibaarheidsgehalte," zegt Tinga, in het dagelijks leven hoofdinstructeur van het Koninklijk Nederlands Geleidehond Fonds (KNGF). "Maar daarachter gaat een bijzondere geschiedenis schuil, en veel wonderlijke verhalen en anekdotes. Die moesten ook een keer worden opgeschreven."

Zoals het verhaal van James Alvin Kinser uit Oregon die samen met zijn blindengeleidehond een krantenwijk liep, en nooit klachten kreeg over de bezorging. Dat is nu gebeurd en het resultaat heet Vooraan!, naar het commando voor de hond om zijn weg te vervolgen.

De copyrights voor deze term berusten bij Philip van der Most, de politieman die in Amsterdam leiding gaf aan de hondenbrigade en in de jaren dertig van de vorige eeuw de eerste Nederlandse blindengeleidehond afleverde. Volgens de overlevering, vertelt Tinga, wilde deze voormalige asielhond Sunny op straat nog wel eens een passerende fietser bij de broekspijpen grijpen, maar voor een pionier deed hij zijn werk voortreffelijk.

Mosterdgas
Het is, ondanks de aaibaarheid van het onderwerp, voor het eerst dat de geschiedenis van de blindengeleidehond goed is gedocumenteerd. Met dank aan Tinga, die in tien jaar bij wijze van hobby alles over de geleidehond verzamelt wat los en vast zit. "Er is wel van alles bewaard, maar een echt archief hebben wij hier bij het KNGF nooit aangelegd. Voor zover wij hebben kunnen nagaan, is dit wereldwijd het tweede boek over de geschiedenis van de blindengeleidehond. Dat verbaast me wel."

Nederland was rijkelijk laat met het opleiden van geleidehonden. In Duitsland waren na de oprichting van een blindengeleidehondenschool in 1916 al duizenden honden getraind en afgeleverd om militairen bij te staan die tijdens de Eerste Wereldoorlog als gevolg van aanvallen met mosterdgas hun gezichtsvermogen waren kwijtgeraakt.

"Interessant is dat de militaire artsen toen al in de gaten hadden dat de honden ook een maatje kon zijn voor de gewonde militairen," zegt Tinga. "Mentale ondersteuning was een onderdeel van hun taak." Andere dieren waren daar minder geschikt voor, al zijn er ook voorbeelden van blinden die zich laten leiden door kippen, apen en zelfs papegaaien die, zittend op de schouder, aanwijzingen geven over het omzeilen van obstakels op straat.

Onvolwaardigen
Nederland was buiten de oorlog gebleven en miste de aansluiting bij de ontwikkelingen in het buitenland. "De oorlog droeg daar sterk bij aan de emancipatie van invaliden," zegt Bakker. "Er was aandacht en zorg voor de oorlogs­gewonden. In Nederland waren de blinden over­geleverd aan de inspanningen van de Vereniging tot Bevordering van de Arbeidszorg voor Onvolwaardigen. Die term onvolwaardigen geeft aardig weer hoe hier tegen blinden werd aangekeken. Dat waren zielige mensen die waren gedoemd tot levenslange afhankelijkheid."

Een belangrijke aanzet tot verandering werd in de jaren twintig gegeven door Dorothy Harrison Eustis, een Amerikaanse weldoenster. Zij was in 1923 in Zwitserland neergestreken om met haar man een kennel voor Duitse herders te beginnen, met daaraan gekoppeld een centrum voor de training van blindengeleidehonden. In de Verenigde Staten werd Eustis een beroemdheid nadat zij een blinde Amerikaanse jongen een geleidehond had geschonken. Het verhaal van Frank Morris en Buddy haalde alle kranten en tijdschriften.

Begin jaren dertig kreeg Eustis ook een delegatie over de vloer van het blindeninstituut Sonneheerdt in Ermelo. Bakker: "Er was discussie over de blindengeleidehond in Nederland. De blindeninstituten zagen meer in nieuwe technieken als braille. Er was ook wel wat aarzeling of de komst van de geleidehond wel zou passen bij het nieuwsgierige en opdringerige karakter van de Nederlanders. Maar uiteindelijk lag er toch een positief advies op tafel, en ging men aan de slag om fondsen te werven."

Prikkelgevoelig
Met de steun van Eustis werd in 1934 de stichting Nederlandsch Geleidehondenfonds opgericht, en een jaar later kon de toenmalige kroonprinses Juliana op de Middenweg in Amsterdam de school voor blindengeleidehonden openen. De honden werden betrokken van het nabijgelegen dierenasiel op de Polderweg. "Dat was nog best lastig," zegt Tinga. "Tachtig tot negentig procent van de dieren kwam niet door de opleiding. Toch duurde het tot in de jaren tachtig voor we honden zijn gaan fokken."

Beeld Kees Tinga

Met 140 pups per jaar is het KNGF, tegenwoordig gehuisvest in Amstelveen, de grootste fokker van het land. Met labrador retriever, golden retriever, Duitse herder en kruisingen tussen deze drie rassen wordt toegewerkt naar de ideale geleidehond. Tinga: "De ideale hond is een hond die sociaal en trainbaar is, en voldoende initiatief toont. Maar hij moet ook tegen zijn instinct in kunnen handelen door bij voorbeeld op straat wat langzamer te lopen dan hij wil en niet achter een kat aan te jagen."

Dat laatste heeft de Duitse herder de das omgedaan als geleidehond. De herder was buitengewoon populair in de pioniersdagen, maar met de kennis van nu wordt steeds vaker gekozen voor andere rassen. "De herder is gevoelig voor prikkels," legt Tinga uit. "Dat was honderd jaar geleden geen probleem, maar in het drukke stadsleven van nu raakt hij snel overprikkeld. Een ander punt is dat de herder zich gemakkelijk hecht aan zijn baasje. Dat is een probleem met de manier waarop we onze honden trainen."

De basisopleiding voor blindengeleidehonden schrijft namelijk voor dat de honden eerst een jaar in een gastgezin doorbrengen om de benodigde sociale vaardigheden op te doen. "Dat zijn getrainde vrijwilligers die alles met de hond doen; naar de winkel, naar het station, naar de intocht van Sinterklaas. De honden krijgen zo de gelegenheid om in normale omstandigheden op te groeien. Daarna nemen wij hier de training weer over. Die duurt gemiddeld een maand of zes. En dan gaat de hond naar zijn nieuwe baasje."

Klezmerband
Tinga en zijn collega-instructeurs leiden elk jaar ongeveer honderd geleidehonden op. Tachtig honden worden blindengeleidehond, de andere dieren gaan werken als assistentiehond voor gehandicapten of gezelschapsdier voor veteranen met posttraumatische stress. In alle gevallen wordt goed gekeken naar de match. "Het gastgezin houdt een logboek bij, zodat we weten hoe de hond in elkaar steekt. Goed getraind zijn ze allemaal, maar de een kan meer hebben dan de ander."

Tinga geeft als voorbeeld een blinde bazin die in een klezmerband speelt. "Tijdens de optredens ligt haar hond achter het podium. Daar moet een dier tegen kunnen. We hebben in het verleden ook weleens een gepensioneerde oude baas over de vloer gehad die nogal royaal strooide met krachttermen. Daarvoor heb je een hond nodig die niet van slag raakt van een beetje stemverheffing. Daarom trainen we de honden ook een paar weken samen met de nieuwe eigenaar."

Ongeveer tien procent van de blinden kiest voor een geleidehond, en Bakker verwacht dat dat niet zal veranderen, ook niet met alle technologische vooruitgang. "Er zijn allerlei interessante ontwikkelingen gaande, bijvoorbeeld met geavanceerde navigatiesystemen en de zorgrobot. Tegelijkertijd houdt een hond het grote voordeel dat hij een levend wezen is. Behalve zijn vaardigheden neemt hij ook allerlei sociale kwaliteiten mee."

Kees Tinga en Ad Bakker: Vooraan! Honderd Jaar Blindengeleidehond, uitgeverij Boom, €22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden