Plus

Getouwtrek over gezonken zeilschip vol kunst van Nederlandse meesters

Rusland aast op het optakelen van het Nederlandse zeilschip Vrouw Maria. Er kunnen tientallen schilderijen van Hollandse meesters in het ruim liggen.

Impressie van het wrak van de Vrouw Maria Beeld Tiina Miettinen, Nationale Raad voor Oudheden

Het zeilschip Vrouw Maria vertrok op 5 september 1771 uit Amsterdam, met een lading voor tsarina Catharina de Grote: 27 schilderijen van Hollandse en Vlaamse meesters, werken van onder andere Rembrandt van Rijn, Paulus Potter en Gerard Dou.

Maar de snauw, een kustvaarder met scherpe boeg, zou Sint-Petersburg nooit bereiken. Op de Oostzee liep de Vrouw Maria tijdens een storm aan de grond. Het schip zonk met in het ruim een kunstcollectie die tegenwoordig miljoenen waard zou zijn.

De Vrouw Maria en haar vracht waren vrijwel vergeten, tot de Finse onderzoeker Rauno Koivusaari het wrak zeventien jaar geleden lokaliseerde voor de Finse kust. Dat leidde tot internationaal overleg over een eventuele lichting.

Gesprekken
De Russen hebben aanspraak op de lading, de Finnen gaan over dit deel van de zee en Nederlandse vertegenwoordigers zijn betrokken omdat de Vrouw Maria en de lading Nederlands cultureel erfgoed zijn.

Het bleef bij gesprekken. Finse archeologen sloten de discussie af in 2012 met een rapport waarin ze weigeren het schip te lichten. Sindsdien was het stil, tot twee Russische kranten vorige week de discussie heropenden. Hun boodschap: de Finnen liggen dwars.

"Het is een hartstochtelijke wens van de Russen om de lading naar boven te halen," zegt Martijn Manders, maritiem archeoloog die jarenlang betrokken is geweest bij het onderzoek naar het schip. "De kunst aan boord is voor hen van gigantische cultuurhistorische waarde. Hun vorstin Catharina de Grote, de grondlegger van de Hermitage in St.-Petersburg, liet de schilderijen uit Nederland importeren. "

Trippenhuis
De kunst in het schip is afkomstig van verzamelaar Gerrit Braamcamp die in 1771 overleed. Braamcamp had het rechterdeel van het Trippenhuis ingericht als privémuseum, waar mensen zijn collectie konden bekijken.

De erfgenamen wilden dat museum niet voortzetten en bijna driehonderd kunstwerken uit de uitgebreide collectie werden na zijn dood geveild. Drie weken lang waren er kijkdagen, waarbij ongeveer 20.000 mensen langskwamen. Voor de veiling zelf zijn 12.000 kaarten verkocht.

Dat Catharina de Grote eigenaar was van de schilderijen staat vast. Maar de Finse autoriteiten zijn niet van plan het schip zonder meer te lichten. Manders wijst als verklaring op internationale verdragen over de bescherming van het archeologische vondsten.

Verzamelwoede
"Die moeten in principe op de vindplaats zelf worden bewaard, om impulsieve opgravingen te voorkomen. Toekomstige generaties hebben betere technieken om het schip te lichten, dus laten we het liever aan hen over. Bovendien kost opgraven veel tijd en geld."

Vincent Boele, conservator van de Nederlandse Hermitage, had de kunst graag in zijn museum gezien. Op dit moment is daar de tentoonstelling Catharina de Grootste over het leven en het karakter van de gevierde tsarina. Boele: "Het verhaal van de Vrouw Maria illustreert op een prachtige manier de verzamelwoede van Catharina."

Of de kunst in goede staat verkeert, is niet zeker. Boele: "Ik heb begrepen dat er een kans bestaat dat de doeken in luchtdichte loden kokers zitten. Dat betekent dat de kunst in ieder geval niet is aangetast door het water. Maar zelfs in dat geval kan het zijn dat de verf is aangetast, omdat de schilderijen zo lang opgerold zijn geweest."

Verloren
Manders vreest het ergste. "Vervoer in loden kokers was absoluut niet gebruikelijk in de achttiende eeuw. We hebben historisch onderzoek gedaan naar het vergaan van het schip. Daarbij bleek dat de kunstwerken die door de bemanning gered zijn in kisten met stro zaten. Het is het meest logisch dat ook de andere schilderijen zo ingepakt zijn, omdat oprollen niet echt goed is voor schilderijen."

Als de gezonken schilderijen in kisten zitten, is de kans volgens Manders groot dat ze verloren zijn gegaan. "In de Oostzee zijn namelijk bacteriën actief die cellulose in hennep en vlas eten."

De meeste schilderijen zijn op schildersdoek gemaakt, maar volgens Manders was er minstens één beschilderd houten paneel aan boord. "Hout blijft lang goed in de Oostzee, maar zelfs als het goed is gebleven weet je niet hoe de verf op het hout eraan toe is."

Cultuurverschillen
Manders is erg verbaasd dat de Russische media het schip opnieuw ter sprake brengen. "Een afsluitende tentoonstelling werd in 2012 in het Finse plaatsje Kotka gehouden, sindsdien hebben we het er niet meer over gehad."

Volgens hem worden de onderhandelingen bemoeilijkt door verschillen in cultuur en onderhandelingsstijl tussen de Russen en de Finnen. "Aan het begin van de onderhandelingen hadden de Russen het geld en de Finnen de knowhow om het schip volgens alle standaarden op te graven en te onderzoeken." Hij betreurt dat dat niet is gebeurd. "Een samenwerking wil maar niet lukken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden