Plus

George Baker: 'Ik wil nog altijd dat podium op'

Vraag Hans Bouwens naar de 50 jaar dat hij als George Baker optrad en de successen komen langs. Maar de 73-jarige zanger heeft meer op zijn repertoire dan Una Paloma Blanca en Little Green Bag. We vroegen naar nog onbekende verhalen.

De gouden platen spreken boekdelen. George Baker: 'De mooiste erkenning is dat het publiek je liedjes mooi vindt' Beeld Erik Smits

1. De lp's van Baron Waqa
"Of ik kon optreden tijdens het 50-jarig bestaan van de Republiek Nauru. Nau-wat? Een paar maanden later sta ik na een reis van 35 uur op zo'n minivliegveld, één landingsbaan, aan beide kanten zee. Gillende mensen, politie in vol ornaat, vrouwen met bloemenkettingen, een billboard met Welcome in Nauru, George Baker. Blijkt Baron Waqa, de president van dat eilandje in de Stille Oceaan, al zijn hele leven fan. Of ik, nu ik er toch was, zijn complete collectie van George Baker-lp's wilde signeren. Grappig."

Grappig?
"Ja toch? Dat zo'n man aan de andere kant van de wereld maar één wens voor de nationale viering heeft: een optreden van George Baker."

Dat is niet grappig. Dat is bizar.
"Zó uniek is het ook weer niet. Ik hoop volgend jaar opnieuw die kant uit te gaan. Misschien wat optredens in Nieuw-Zeeland. Wist je dat Baby Blue daar nog altijd wordt gedraaid?"

Wacht even. Ik zit nog op dat eilandje in de ­Stille Oceaan. Zoiets maakt toch wel indruk?
"Natuurlijk wel. Ik vind het zelf ook nog altijd heel raar dat mijn liedjes een totaal eigen leven leiden. Ben ik met mijn vrouw op vakantie in Mexico, in de buurt van Puerto Vallarta, komt er zo'n toeristische mariachiband langs, en ja, daar klinkt-ie weer, Una paloma blanca."

En dan zegt u natuurlijk: 'That's my song.'
"Nee joh. Ik heb die twaalf muzikanten wel 25 dollar gegeven."

Is Waddinxveen net zo enthousiast als Nauru?
"Ik woon al dertig jaar in Waddinxveen, dus die mensen hier zijn wel op me uitgekeken, en gelukkig maar. Kan ik rustig over straat."

U treedt, begreep ik, net zo lief op in het Friese gehucht Eastermar als in Nieuw-Zeeland.
"Maakt inderdaad niet uit. Als ik maar mag. Ik voel me pas compleet als ik op dat podium sta. Ik sta nog altijd te trappelen, gek hè?"

2. Het probleem met de duif
"De witte duif in de videoclip van Una Paloma Blanca was niet zomaar een duif. Dan was hij tijdens de opnames nooit op mijn wijsvinger blijven zitten. Jaap Buijs, mijn manager, had 'm van een Nederlandse goochelaar geleend en hij kwam in een mandje mee naar Italië waar we het filmpje gingen maken. Tam beestje, alles prima, maar toen we klaar waren, was hij opeens weg. Het kostte anderhalf uur om hem te vangen. Alsof hij het liedje begrepen had."

Na het succes van Una Paloma Blanca hoefde u eigenlijk niet meer te werken, toch?
"Ik ben in 1978 naar Altea in het zuiden van Spanje verhuisd. Beetje tennissen, hardlopen, zwemmen. Maar ik werd dat leventje zat, ik wilde na een jaartje wel weer."

U kunt prima leven van de auteursrechten op uw liedjes. Waarom doet u dan ­reclames?
"Ik zeg veel nee. Ik ben een echte filmliefhebber, het script moet goed zijn. Die van Lidl vind ik leuk, dus die doe ik met plezier. Wat natuurlijk niet betekent dat ik het gratis doe."

U heeft overal ter wereld succes gehad, maar de erkenning in Nederland bleef altijd achter, vindt uw vriend en gitarist George Thé.
"Het is in golfbewegingen gegaan. Neem Little Green Bag. In de jaren zestig een hit en in de jaren negentig opnieuw, toen Quentin Tarantino hem voor Reservoir Dogs gebruikte. En nu wil het publiek hem weer, door de Lidlreclame."

George Thé had het over erkenning van vak­genoten. Voor u geen Edison Oeuvreprijs, wel voor BZN, Rob de Nijs en Lee Towers.
"Sorry dat ik er zelf over moet beginnen, maar ik ben een van de best verkopende Nederlandse artiesten ooit en dat is de mooiste erkenning. Dat het publiek je liedjes mooi vindt. Ik zou zo'n Edison wel aannemen."

Welke van uw andere zeshonderd songs had net zo'n hitstatus verdiend als Una Paloma Blanca en Little Green Bag?
"In Fly Away Little Paraquayo zit het verhaal hoe de blanke man de indiaan van zijn vrijheid beroofde. Dat had een blijvertje mogen zijn."

3. De droom met Blanche
"Vlak voor ik mijn tweede vrouw Blanche ontmoette, had ik een bijzondere droom. Op een veldtocht als Romeinse soldaat belandde ik in een tentenkamp. Toen ik het doek van een tent opende, ving ik de blik van een vrouw die in een spiegel keek. Een paar maanden later zie ik in de Jaarbeurshallen in Utrecht uit mijn ooghoeken die vrouw. Die vrouw van de spiegel. Dus wat was mijn openingszin, denk je? 'Je bent de vrouw van mijn dromen.' Vond Blanche, die daar als super­visor van de hostesses werkte, in eerste instantie niet erg origineel."

Uw eerste huwelijk liep niet goed af. U heeft geen contact meer met uw oudste dochter.
"Dat vind ik niet zo'n fijn onderwerp. Zullen we het over iets anders hebben?"

Mag ik u dan wel vragen: verwijt u uzelf iets?
"Ik geloof niet in terugkijken, wat heeft dat voor nut? Als de koffer te vol is, zet ik hem langs de weg en ga ik door. Ik ben niet zoals andere mensen die alle ellende maar mee blijven zeulen."

Hoeveel koffers staan er langs de weg?
"Heel wat."

U kreeg nog twee kinderen met Blanche. Laura (27), een van hen, noemt u een fantastische vader. Na een nachtelijk optreden stond u vroeg op en nam haar mee naar de Efteling.
"Dat is de essentie. Na mijn eerste huwelijk heb ik besloten dat ik het als vader en als man totaal anders zou doen. Van Hans 1.0 naar Hans 2.0."

Wat is het verschil? Tussen 1.0 en 2.0?
"Ik kan nu wel zeggen dat ik vroeger alleen met mezelf en mijn carrière bezig was en dat laat zich ook wel verklaren. We hadden het vroeger thuis niet breed, mijn moeder moest bikkelen als werkster in een confectieatelier en ik heb de gekste baantjes moeten doen. Toen ik eenmaal succes had, wilde ik er blind voor gaan. Tot ik er, toen ik een jaartje of 40 was, genoeg van had. Ik kreeg met Blanche ook een vrouw die eisen aan me stelde. Zij had al twee dochters en een fulltimebaan en zei: als jij nog kinderen wilt, moet je jouw handen uit de mouwen steken. Als ik thuiskwam van een optreden was het: zet je even de vuilniszakken buiten?"

Hoe ruig was Hans 1.0?
"In het begin was er natuurlijk drank, maar ik heb snel geminderd toen ik merkte dat ik het artiestenleven met een permanente kater gewoon niet volhield. Drugs: een jointje, verder niks. Een naald in mijn arm: ik moet er niet aan denken. Vrouwen waren er wel. Ik nam het in mijn jonge jaren niet zo nauw met huwelijkse trouw."

En nu?
"Ik ben volstrekt monogaam."

Heeft u nog vrouwelijke groupies?
"Ja. Dat blijft een gek iets. Vrouwen die doen alsof ze me heel goed kennen, me de persoonlijkste dingen vertellen. Maar die praten tegen George aan. Van Hans weten ze niks."

4. Het liedje voor Daniël
"Toen hij drie maanden was, werd mijn oudste kleinzoon Daniël ziek. Echt ziek. Hij kon geen eten binnenhouden, werd zwakker en zwakker, het bleek 'darm­invaginatie'. De twee darmen schuiven in elkaar, levensgevaarlijk. In het ziekenhuis in Utrecht moest hij, klein als hij was, geopereerd worden. Huilen dat hij deed, vreselijk. Ik kon het niet aanzien, ik heb de dokters gevraagd of ik na de operatie een uur alleen met hem mocht zijn en ben voor hem gaan zingen. Ik weet niet eens wat ik zong, maar ik moest, ik wilde..."

U wilde hem gezond zingen.
"Ik moest dat kleine jongetje raken, ergens, en had het idee dat het zo kon. Hij herstelde langzaam en is inmiddels een kerngezonde jongen van 10. Maar ik zal de schrik nooit vergeten. Ik dacht: niet weer. Het bracht me in één keer terug naar het afschuwelijkste jaar van mijn leven. 1971. Het overlijden van Esther. Het tweede kind uit mijn eerste huwelijk. Esther stierf na drie maanden aan wiegendood en iedere ouder die zoiets heeft meegemaakt, weet: dat is rockbottom, er is niks, niks ergers."

U was in dat ziekenhuis in Utrecht bang weer een kind te verliezen.
"Ik zie nu dat ik nauwelijks de tijd heb genomen het verdriet over Esther te verwerken. Mijn toenmalige vrouw en ik praatten er niet over. Ik stond na een week alweer op te treden. Mensen probeerden wel wat te zeggen, me te troosten, maar daar moest ik weinig van hebben. Wat had ik aan medelijden? Ik ben gewoon doorgegaan, maar sommige dingen laten zich dus niet..."

...als een koffer wegzetten.
"Sommige dingen niet. Als de klein­kinderen hier logeerden, ging ik er een paar keer per nacht uit om te kijken of ze nog ademden."

5. De erfenis van zijn vader
"Het was in 1992. Ik voelde me niet goed. Ik was vaak moe, maar negeerde dat. Tot ik in een restaurant in Waddinxveen door een glazen deur viel. Snee in mijn hoofd, ambulance, onderzoek, de dokters konden niks vinden. Tot een arts me vroeg of ik familie rond de Middellandse Zee had. Bleek ik aan thalassemie te lijden, een ernstige vorm van erfelijke bloedarmoede. Erfenisje van de vader die ik nooit heb gekend."

Een Italiaan die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland voor de Duitsers vocht, toch?
"Hij vocht eerst met de Duitsers, maar toen het verbond tussen Duitsland en Italië na de dood van Mussolini sneuvelde, is hij tewerkgesteld. Met andere Italiaanse soldaten belandde hij in Hoorn en toen de Duitsers hem aan het einde van de oorlog naar Duitsland wilden verschepen, is hij bij een ontsnappingspoging dood­geschoten. Waar­om hij wilde vluchten: onduidelijk. Misschien omdat hij verliefd was op mijn moeder. Misschien wist hij dat ze zwanger was."

Uw moeder was ongetrouwd zwanger. Dat was heftig in die tijd.
"Dat was een schande. Er werd niet over gepraat. Mijn moeder ging over tot de orde van de dag. Dat moest wel. We hebben het over de oorlogsjaren. Mijn oma en moeder moesten de polder in met een handwagen om de boeren wat te eten te vragen. Ik ben als Hongerwinterbaby gered door de voedseldroppings. Hadden de Canadezen in 1945 geen witbrood en eiwit­poeder gedropt, had ik hier niet gezeten."

Toen u opgroeide, werd u vast nieuwsgierig naar uw vader.
"Toen ik beroemd werd en in Italië ging optreden heb ik Italiaanse journalisten verteld dat mijn vader Peppino Caruso heette en uit Calabrië kwam. Ik kreeg tweeduizend brieven, Caruso bleek een veelvoorko­mende naam. Dat waren zo veel reacties dat ik niet wist waar ik moest beginnen. Ik heb het maar laten gaan."

Hoe gaat het nu met die ziekte?
"Ik heb ouderdomsdia­betes, dus ben gedwongen gezond te leven. Meer slapen. Meer groenten en fruit. 's Ochtends een flinke wandeling. Weinig rock-'n-roll. Ik rook nog sigaren. Drie per dag. Eén zonde mag men hebben, toch?"

Uw vriend Henk zei: 'Hans gaat door tot het bittere eind.'
"Ik ben een Cadillac. Een karretje waarmee je nog prima voor de dag kunt komen, maar dat je niet meer op zijn staart moet trappen. En het karretje gaat inderdaad door - tot hij echt begint te haperen. Heb ik Blanche beloofd. Ik stop als het niet meer om aan te horen is."

Moet Una Paloma Blanca juist wel of juist niet op uw begrafenis gedraaid worden?
"Wat moet: Ennio Morricone's Brindisi uit de film Baarìa. Zo mooi, dat kan ik niet eens uitleggen. En Una Paloma mag best. Als vrolijke afsluiter."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden