PlusColumn

Geniale Rameau zeer fraai vertolkt

Eerste hulp bij klassieke muziek van Erik Voermans, met deze week: Jean-Philippe Rameau Pygmalion, Fêtes de Polymnie.

Erik VoermansBeeld Linda Stulic

Als we geloof moeten hechten aan de berichtgeving in de Franse krant Mercure de France van april 1751, componeerde Jean-Philippe Rameau zijn stuk Pygmalion in acht dagen, ergens in juni of juli van 1748. Aangezien in de muziek niets onmogelijk is, en al helemaal niet bij genieën van het kaliber Rameau, gaan we er maar van uit dat het geen fabeltje is.

Een sterk staaltje is het wel, temeer daar Rameau, die we gerust de Franse evenknie van Johann Sebastian Bach mogen noemen, in die korte spanne tijds een acte de ballet schreef waarbij je vrijwel continu van je stoel valt bij het aanhoren van zoveel schitterende stukken, of het nu hartverscheurende aria's zijn of aanstekelijke dansmuziek is. Je kunt eigenlijk maar beter meteen op de grond gaan zitten luisteren, om jezelf blauwe plekken te besparen.

Daar is dan overigens wel de vervoerende kwaliteit van Les Talens Lyriques onder leiding van Christophe Rousset voor nodig, die op deze opname wordt bijgestaan door een stel voortreffelijke vocale solisten, van wie met name tenor Cyrille Dubois in de rol van de beeldhouwer Pygma­lion op grootse wijze zingt.

Verliefd op Galathea
Het verhaal van Pygmalion, waarvoor Rameau dankbaar gebruikmaakte van een reeds bestaand ­libretto (van Antoine Houdars La sculpture), dat hij door Sylvain Ballot de Savot naar zijn eisen en verlangens liet bewerken, is bij iedereen bekend in de versie van tekstschrijver Alan Jay Lerner en componist Frederick Loewe.

Hun musical My fair lady (verfilmd met Rex Harrison als professor Henry Higgins en Audrey Hepburn als Eliza Doolittle in de hoofdrollen) is een herinterpretatie van George Bernhard Shaws toneelstuk Pygma­lion, dat op zijn beurt was ­gebaseerd op de Griekse mythe waarin beeldhouwer Pygmalion verliefd wordt op het door hem zelf gemaakte en door de godin Aphrodite tot leven gewekte ivoren beeld van Galathea.

Bij Rameau is Pygmalion aanvankelijk minder gelukkig met de liefdesgod. Hij verwijt L'Amour zijn wrede lot. Waarom moest hij verliefd worden op een beeld van eigen makelij? (De eerste aria Fatal Amour, cruel vainqueur is meteen al schitterend.) Wat ook niet helpt, is dat hij daarvoor Céphise moet versmaden, die een 'brandende passie' voelt voor Pygmalion.

Grote betovering
Maar Amor is lief voor Pygmalion. Gewapend met een brandende toorts 'vliegt hij over het toneel en raakt het beeld aan' waarna het tot leven komt. Je kunt je er nauwelijks een geloofwaardige enscenering bij voorstellen, maar gelukkig hoeft dat hier ook niet. Op de cd is deze scène van een grote betovering, dankzij een zeer geïnspireerde Rameau. In het navolgende duet verliezen sopraan Céline Scheen en tenor Dubois zich in een grote innigheid.

Daarna buigen de gratiën zich over de choreografische opvoeding van het beeld, want dit is Franse barokmuziek en dus moet er gedanst worden. Les Talens Lyriques spelen het allemaal heerlijk lichtvoetig.

Aan het slot laat het Arnold Schoenberg Chor in de rol van het volk de luisteraar weten dat de liefde heeft gezegevierd, terwijl Dubois onderwijl imposant zijn hoogste register aanspreekt. Prachtig, prachtig.

Als toegift brengen Rousset en de zijnen Les fêtes de Polymnie, dat Rameau drie jaar voor Pygmalion schreef als balletmuziek. Met name de Ouverture doet hier de oren spitsen, vanwege de toen ongehoorde moderniteit van de harmonie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden