Gemeentemuseum Den Haag verkent de eigen collectie

Het Gemeentemuseum vroeg zeven kunstenaars een keuze uit de collectie te maken. Het resultaat is een tentoonstelling met een deurmat voor een Van Gogh en Anton Pieck als conceptuele kunstenaar.

De keuze van Tjebbe Beekman in het Haags Gemeentemuseum. Beeld Alice de Groot

Het is een beetje alsof je een tijdcapsule binnenstapt. In drie zalen van het Gemeentemuseum Den Haag zijn alleen maar objecten uit 1913 te zien. Zoals het schilderij Harlekijn van Pablo Picasso, een bureau in de stijl van de Amsterdamse School en een paar kinderschoentjes. Rijp en groen door elkaar, een beetje zoals de inrichting van een huis. Af en toe is een beetje gesmokkeld met het jaartal.

De objecten zijn bij elkaar gezocht door de schilder Philip Akkerman, die door het Gemeentemuseum is gevraagd een keuze uit de collectie te maken. Akkerman maakt sinds 1981 zelfportretten, maar zijn keuze heeft daar ogenschijnlijk niets mee te maken.

Het Gemeentemuseum Den Haag heet vanaf dit najaar Kunstmuseum Den Haag. Ter gelegenheid van deze naamsverandering wilde het museum ook de eigen collectie verkennen. Op de bovenverdieping in het gebouw van Berlage hebben zeven kunstenaars een keuze uit de verzameling gemaakt: Naast Akkerman zijn dat Tjebbe Beekman, Berlinde De Bruyckere, Marcel van Eeden, Erik Kessels, Jan Taminiau en Jennifer Tee. Sommigen tonen de collectiestukken in combinatie met hun eigen werk.

Erik Kessels ontwierp een aantal deurmatten die voor beroemde schilderijen van het museum hangen. Op elke deurmat staat een tekst die de bezoeker op bepaalde gedachten kan brengen. ‘Traffic jam’ ligt voor een schilderij van Breitner met koetsjes op het Rokin. En bij een bloementuin van Vincent van Gogh staat ‘Yoga class’.

Paul Citroen

Toen Marcel van Eeden voor de tentoonstelling werd gevraagd, dacht hij gelijk: Alexander Bakker Korff. Van Eeden: “Dat was een 19de-eeuwse schilder die op een gegeven moment besloot niet meer naar buiten te gaan en alleen nog maar zijn moeder en zussen te tekenen en schilderen. Ze waren meestal gekleed in 18de-eeuwse jurken.”

Van Eeden vindt dat gegeven om de wereld buiten te sluiten ‘eigenlijk heel conceptueel’. Hij wilde ook outsiderkunst laten zien, maar dat bleken ze in Den Haag nauwelijks te hebben. Zo kwam hij op Erich Wichman, een zonderlinge kunstenaar van wie het Gemeentemuseum een map met litho’s uit 1923 bezit.

Van Eedens presentatie gaat uiteindelijk ook over tekenen. Paul Citroen heeft in 1933 de Nieuwe Kunstschool in Amsterdam opgericht en Van Eeden laat een aantal grote bladen van hem zien die gaan over de theorie van het tekenen, over verschillende manier van arceren.

“Ik ben ook een fan van Anton Pieck. Dat vind ik ook een beetje een conceptuele kunstenaar.” Het werk van Pieck werd jarenlang verguisd door zo’n beetje elke moderne kunstenaar, maar dat vindt Van Eeden juist interessant. “Het is toch bijzonder dat je als kunstenaar tijdens je leven al meemaakt dat jouw naam synoniem is voor slechte kunst? Als je als beginnende kunstenaar zei dat je Anton Pieck goed vond, betekende dat het einde van je carrière.”

Braaf en antimaatschappelijk

“Wat Anton Pieck deed, dat voortdurend vluchten in het verleden, is hetzelfde als wat Bakker Korff deed. Dat doe ik zelf ook, het afsluiten van het hier en nu en verdwijnen in een soort concept om een nieuwe wereld te creëren. Eigenlijk is het werk van Anton Pieck heel politiek, in de zin dat hij de wereld afwijst.”

Al deze kunstenaars kunnen gezien worden als braaf, maar toch antimaatschappelijk. Daar herkent Van Eeden zichzelf in. “Het museum heeft een serie werken van mij die nog niet getoond zijn. Die hangen in de tentoonstelling. De serie zwart-wittekeningen vertellen een verhaal dat zich afspeelt in een Haagse arbeidersbuurt.’’

Net als Marcel van Eeden kent Tjebbe Beekman het Gemeentemuseum al sinds zijn jeugd. Hij vond het een feest om een keuze uit de collectie te mogen maken.

Het eerste werk dat in het oog springt in zijn zalen, is een suikerzoet marmeren beeld van een meisje en een hondje dat opkijkt, opgedragen aan een 19de-eeuwse barones. “Het stond in een hoek van het depot. Was nog nooit op zaal geweest. Ik dacht, dat past mooi bij deze Isa Genzken.” Dat laatste werk bestaat uit een aantal spiegels met felgekleurde plastic lijsten, een ontwerp uit 2006 voor een Ground Zeromonument in New York.

De keuzes van Beekman kwamen deels associatief tot stand, door rekken in het depot open te trekken en te kijken wat er was. “Het moest een verzameling dingen worden die niets met elkaar te maken hebben maar die wel met elkaar gaan praten. Het wordt langzaam een verhaal.”

Debuut van klei

Aanvankelijk wilde Beekman geen schilderijen van zichzelf opnemen. Later veranderde hij zijn mening. Dus hangt zijn werk nu naast een schilderij van Daan van Golden, een van zijn helden. Beekman wilde ook wat beelden in de tentoonstelling. Maar welke? “Mijn vrouw is gaan zitten kleien en dit is het eerste wat ze heeft gemaakt.” Zo maakt Berber de Jong nu haar debuut in het Gemeentemuseum, omgeven door houtsneden van streng kijkende expressionistische kunstenaars als Oscar Kokoschka, Max Beckmann en Karl Schmidt-Rottluff.

Top Floor – Kunstenaars kiezen uit de collectie, Gemeentemuseum Den Haag, t/m 8/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden