Plus Achtergrond

Gelijkenissen in kerkschatten van Catalonië en Noorwegen

Noorwegen en Catalonië liggen 3000 km uit elkaar. Toch lijkt hun middeleeuwse kunst verbluffend veel op elkaar. Het Utrechtse Museum Catharijneconvent wijdt er een expositie aan.

In Catalonië en Noorwegen zijn meer kerkschatten uit de 12de tot de 14de eeuw te vinden dan waar dan ook. Beeld Mike Bink

Er zit een gat in het hoofd van de Maaslandse Maria en ze heeft geen armen meer. Het beeld werd gemaakt omstreeks 1240 en is daarmee een van de oudste houten beelden in de collectie van Museum Catharijneconvent in Utrecht. Dat gat in haar hoofd is aangebracht omdat er oorspronkelijk relieken in werden bewaard. Aan botjes of andere overblijfselen van heiligen werden wonderdadige krachten toegekend.

Behalve haar onderarmen is Maria nog meer kwijtgeraakt. Oorspronkelijk zat het Christuskind op haar linkerknie. Nu getuigt alleen een pengat van zijn goddelijke aanwezigheid.

Ondanks de beschadigingen is het een mooi beeld. Haar vriendelijke gelaat, met een smalle mond, opengesperde ogen en gezonde blos op de wangen moet een speciale indruk hebben gemaakt op 13de-eeuwse gelovigen. Prachtig zijn ook haar blonde, golvende lokken die achter haar smalle schouders golven.

Zulke beelden waren ooit overal in Europa te vinden. Vanaf de 12de eeuw verspreidde zich over het hele continent een beeldtaal die overal door iedereen werd begrepen. Deze was sterk verbonden met de kerk – het sociale, culturele en economische hart van elke middeleeuwse samenleving.

Uitlopers van de Pyreneeën

In West-Europa zijn de sporen van die cultuur bijna helemaal weggevaagd. Toch zijn er twee gebieden waar nog objecten te vinden zijn die net zo oud zijn als de Maaslandse Madonna, of ouder. In Catalonië en Noorwegen zijn meer kerkschatten uit de 12de tot de 14de eeuw te vinden dan waar dan ook.

In Catalonië, onder de uitlopers van de Pyreneeën, ligt bijvoorbeeld de Església de Sant Vicenç, een kerkje uit de 12de eeuw waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Het interieur is uiterst simpel, met een ongestuukt tongewelf. Alle aandacht gaat uit naar het altaar, waar de mis werd opgedragen.

Dat altaar is aan de voorzijde voorzien van een frontaal, een paneel met geschilderde scènes. In het midden staan Maria en het Christuskind, daaromheen staan aparte voorstellingen van evangelisten en apostelen. Er zijn meer romaanse kerken in Catalonië waar zo’n houten frontaal het pronkstuk van de kerk vormt. De originelen zijn inmiddels verplaatst naar grote musea in Vic en Barcelona; in de kerken zelf staan kopieën.

Dat geldt niet voor een kerkje in Skaun, vlak bij Trondheim in Noorwegen. Daar staat het originele altaarfrontaal uit het midden van de 13de eeuw nog steeds op de oorspronkelijke plek.

Het is fascinerend te zien hoezeer de Catalaanse en Noorse frontalen op elkaar lijken. Ze hebben dezelfde indeling met Christus, Maria en evangelisten, omgeven door heiligen. De vormgeving is vergelijkbaar, met ondiepe ruimtes vol figuren die aangegeven zijn met sierlijke contouren en weinig schaduwen. De felle kleuren en expressieve koppen konden ook op enige afstand door de ongeletterde gelovigen worden begrepen. De stijl is vergelijkbaar met die van stripverhalen, ook door de wijze waarop scènes achter elkaar in aparte plaatjes worden weergegeven.

Deze romaanse voorstellingen hebben een ­directe impact die soms een beetje vreemd is, maar tegelijk heel toegankelijk. Zo is Christus aan het kruis niet voorgesteld als een ­lijdende ­figuur, maar als een levende koning met wijd­open ogen, die zegeviert over zonde en dood.

Hoe kunnen deze kunstwerken, 3000 kilometer van elkaar verwijderd, zo op elkaar lijken? Daar is een logische verklaring voor. In heel West-Europa waren vergelijkbare kunstwerken te vinden, maar die zijn in de loop der eeuwen verdwenen door beeldenstormen, oorlogen of smaakveranderingen.

Alleen in het noorden en het zuiden van het continent vinden we nog een groot aantal beschilderde houten altaarfrontalen, gepolychromeerde beelden, tabernakelschrijnen en baldakijnen. Dat laatste is een soort beschilderd dakje dat boven het altaar is bevestigd, waarop vaak een hemelse voorstelling met Christus werd weergegeven. Ze zijn superzeldzaam, maar in Utrecht is een mooi exemplaar uit het museum in Vic te zien.

Geen beeldenstorm

Beide regio’s lagen afgelegen en daardoor zijn zoveel kunstwerken bewaard gebleven. Catalonië bleef tijdens de reformatie katholiek, dus er was geen beeldenstorm. Noorwegen werd wel protestants, maar de oude kerkschatten werden gekoesterd en bewaard. De kerken in Catalonië worden omgeven door bergen, waardoor ze minder geteisterd werden door oorlogen en plunderingen. De fjorden in Noorwegen vormen een vergelijkbare barrière. Ten slotte hadden beide gebieden in vroeger eeuwen een economische achterstand. Elders was meer geld om kerkinterieurs een flinke make-over te geven. Tijdens de contrareformatie maakten veel middeleeuwse decoraties bijvoorbeeld plaats voor een modern barokaltaar. In kleine gemeenschappen in Catalonië en Noorwegen bleef alles bij het oude.

Dit alles was in de literatuur wel bekend, maar in Utrecht – in de middeleeuwen ook een religieus centrum en precies gelegen tussen Noorwegen en Catalonië – worden objecten uit noord en zuid nu voor het eerst bij elkaar gebracht. Het is een tentoonstelling vol puzzelstukjes die samen het verhaal van de middeleeuwse kerken vertelt. Dit maakt het geheel ook tamelijk tragisch, want er zijn zulke prachtige dingen te zien, dat je hier ook beseft hoeveel duizenden vergelijkbare objecten inmiddels verdwenen zijn.

North & South, Europese topstukken herenigd, ­Museum Catharijneconvent, Utrecht, t/m 26/1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden