Plus

Geen smartphones, maar oude ambacht voor jonge fotografen

Foto's maken met een smartphone kan iedereen, maar jonge kunstenaars zijn juist gefascineerd door het oude ambacht fotografie.

Oud foto-gram van een zeestreep-varen (Asplenium marinum) van Anna Atkins Beeld Anna Atkins

Sam Falls (1984) legde in 2014 hortensia's, klavers en palmbladen op papier en strooide er kleurpigmenten overheen. Het papier legde hij vervolgens buiten, waar regen, dauw en wind de kleuren beïnvloedden, en een kleurrijk silhouet van de planten vormden. Het lijken fotogrammen, en in Foam hangen ze opzettelijk naast fotogrammen van Anna Atkins (1799-1871).

Meer dan 150 jaar eerder legde zij zeestreepvarens en addertongen op lichtgevoelig papier in de zon, dus ook zij zette het weer aan het werk. Toen zij daarna het papier onderdompelde in water, bleven de delen waar de plant op had gelegen wit, de rest is blauw.

In de groepstentoonstelling Back to the future laat Foam fotografie uit de 21ste eeuw zien in combinatie met werken uit de 19de eeuw. Opvallend is dat al deze foto's zijn gemaakt met veel aandacht en zichtbare nieuwsgierigheid naar het fotografische proces.

Experimenteren
Curator Kim Knoppers kwam op het idee van die combinatie, omdat het haar opviel dat de generatie van nu steeds meer interesse heeft in het ambacht van de fotografie. "Dat was verrassend, want een tijdje terug was er juist veel meer aandacht voor het digitale beeld, maar nu wordt er volop geëxperimenteerd met uiteenlopende negentiende-eeuwse technieken, zoals fotogrammen en het proces van de cyanotypie."

Zo is te zien hoe Adam Jeppesen (1978) in 2017 een negatief door middel van het cyanotypieprocedé op linnen drukte, dezelfde techniek waarmee Atkins haar blauwe fotogrammen op papier maakte.

Toen fotografie officieel werd uitgevonden in 1839 lag het speelveld wagenwijd open; iedereen moest nog ontdekken wat je allemaal met het nieuwe medium kon doen.

Foam laat zien dat de kunstenaars van nu niet alleen aan de haal gaan met die oude procedés, maar de mogelijkheden nog verder verruimen met behulp van nieuwe technieken.

Spiros Hadjidjanos (1978) scande een van de bekende plantenfoto's van Karl Blossfeldt (1865-1932) in, een foto van de zwaardvaren, en maakte er met behulp van een computeralgoritme een soort hoogtekaart van. Die liet hij 3D-printen en zette hij om in een kleurenhologram dat hij op koolstofvezels printte - wat er heel pixelig uitziet. Twee prachtige collages van Blossfeldt hangen ertegenover.

Uniek beeld
Waar komt die technische experimenteerlust vandaan? Knoppers heeft wel een theorie: "Iedereen kan tegenwoordig foto's maken met de camera in z'n telefoon en op straat wordt je overal geconfronteerd met hetzelfde soort commerciële fotografie. Ik denk dat deze jonge fotografen daar genoeg van hebben en ernaar verlangen om een uniek beeld te maken, iets eigens en ook iets fysieks. Ze willen experimenteren; niet alleen een knop indrukken, maar echt iets maken met hun handen."

Jaya Pelupessy (1989) en Felix van Dam (1986) bouwden bijvoorbeeld hun eigen camera waarin ze de principes van de fotografie en de zeefdruk combineren. In de tentoonstelling zijn hun eerste experimenten met kleurenfoto's te zien; de zeefdruk op plexiglas toont een kast met objecten die Pelupessy en Van Dam gebruikten gedurende hun werkproces; een spoelbak, een lichtbakje, maar ook een banaan die ze voor een van hun eerdere experimenten fotografeerden.

Die 'archeologie' van hun eigen werkproces hangt tegenover de frontale foto's van precolumbiaanse grafobjecten die Stephen Thompson (1831-1892) maakte in opdracht van het British Museum in 1872. De fotografie ontstond tegelijk met de archeologie, en de camera bleek een handig hulpmiddel om alle vondsten vast te leggen.

Sporen achterlaten
Foam wijst zo niet alleen op overeenkomstige technieken, maar ook op thematische parallellen. De tentoonstelling is ingedeeld in vijf thema's: licht, tijd, transformatie, in kaart brengen en sporen achterlaten.

Over dat laatste thema zegt Knoppers: "De uitvinding van de fotografie ging hand in hand met de industrialisatie. Voor de nieuwe treinen werden rails en bruggen aangelegd die het landschap doorkliefden. In foto's uit die tijd zie je dat de mens onuitwisbare sporen begon na te laten in de natuur, het begin van het antropoceen, dat nog altijd voortduurt."

Daarom hing Knoppers foto's die een anonieme fotograaf tussen 1899 en 1901 maakte van de aanleg van het Viaurviaduct in Frankrijk in dezelfde hoek als de lichtbakken die Matthew Brandt (1982) in 2016 maakte van een stuwdam in Michigan, VS. In de stad Flint vond in 2014 een drinkwaterschandaal plaats, toen de stad om kosten te besparen besloot geen water uit Lake Huron meer te halen, maar uit de rivier Flint.

Dit water bleek echter vervuild met lood. Brandt gebruikte dat onveilige water bij de ontwikkeling van de foto's, zodat de vorm samenvalt met de inhoud van de foto. Het resultaat oogt esthetisch en giftig tegelijk.

De foto's van het viaduct en de stuwdam maken samen ook een belangrijk verschil inzichtelijk tussen de oude en de nieuwe fotografie. "De negentiende-eeuwse pioniers gebruiken fotografie met een nuttig doel, zoals het inventariseren van varens of archeologische grafobjecten. Nu wordt fotografie veel meer gebruikt als artistiek middel, maar je voelt de echo van de negentiende-eeuwse experimenten in deze kunstuitingen."

Back to the future. The 19th century in the 21st century is t/m 28/3 te zien in Foam, Keizersgracht 609.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden