Gatti is vooral een muzikaal veilige keuze van Concertgebouworkest

De Italiaanse dirigent Daniele Gatti (52) volgt Mariss Jansons op als chef van het Koninklijk Concertgebouworkest. Het orkest is blij.

Daniele Gatti voor het Boston Symphony Orchestra in 2009 in Carnegie Hall. Beeld Stuart Ramson

Zes chef-dirigenten gingen hem voor bij het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO): Willem Kes, Willem Mengelberg, Eduard van Beinum, Bernard Haitink, Riccardo Chailly en Mariss Jansons. Chef-dirigent nummer zeven heet Daniele Gatti, net als Chailly een Milanees. Hij treedt in september 2016 aan als opvolger van Jansons. Daarmee heeft het orkest met grote voortvarendheid de continuïteit gewaarborgd, al kwam de bekendmaking van de beslissing dan weer sneller dan menigeen had verwacht.

De aanstelling van Gatti betekent dat aanstormende jonge dirigeergoden als Andris Nelsons, Kirill Petrenko, Vladimir Jurowski en hoe ze allemaal mogen heten voor minstens tien jaar in de wacht zijn gezet, ervan uitgaande dat Gatti de Amsterdamse traditie van de zeer lange chefschappen (Mengelberg was het 50 jaar, Haitink 27, Chailly 16) in stand houdt.

Veilig
De aanstelling van Gatti betekent ook dat Ivan Fischer, één van de interessantste dirigenten van deze tijd , nee heeft gezegd, of door de selectiecommissie te eigenwijs en dus te risicovol werd bevonden. Dat is meteen ook het enige wat je het orkest zou kunnen verwijten: Gatti is eerst en vooral een muzikaal veilige keuze.

Lang niet zo gewaagd als ooit Haitink was en later Chailly, die in 1988 op de groei werd benoemd en de eerste zes jaar van zijn chefschap in de pers en daarbuiten soms hevig werd bekritiseerd. De liefde voor Chailly bij het KCO werd aangestoken door de Eerste symfonie van Mahler, in 1995, toen de dirigent als een prachtige vlinder uit zijn pop kwam.

Reputatie
Gatti ís al een vlinder. En ongetwijfeld is het mede te danken aan zeer indrukwekkende uitvoeringen van Mahlers Vijfde (in 2010) en Negende symfonie (vorig jaar) dat hij boven aan het realistische verlanglijstje van het orkest kwam te staan. In november en januari voegt hij daar nog de Zesde en de Derde symfonie van Mahler aan toe. Wie de seizoensbrochure van het KCO goed had bestudeerd, had dus eigenlijk al in februari, toen de plannen werden gepresenteerd, kunnen voorspellen dat Gatti het wel móest worden.

Op het onrealistische verlanglijstje stonden misschien namen als die van Simon Rattle (sinds 1987 na een stroef verlopen debuut niet meer teruggeweest) en Yannick Nézet-Séguin, chef in Rotterdam en Philadelphia. Maar ja, die moesten eerst maar eens komen kennismaken en daar was in de ratrace van het internationale muziekleven geen tijd voor. Want een beroemd orkest als het KCO moet verder en publicitair is het onhandig als de indianenstam even geen opperhoofd heeft.

Rijzende ster
Ook onrealistisch: Gustavo Dudamel alias The Dude en Jaap van Zweden, die het in Amerika veel te veel naar hun zin hebben. En voor Van Zweden geldt: je spreekt niet over trouwen als ze je niet eerst eens voor een serieuze date vragen.

Zo bekend als Van Zweden, in de betekenis van 'bekend van tv en de roddelvodden' zal Gatti nooit worden, maar dat gold ook al voor Chailly en Jansons. Je kunt je zelfs afvragen of ze op de Albert Cuyp weten wie Bernard Haitink is.

Ontegenzeglijk zal Gatti's ster nu snel rijzen. Met zijn Mahlers zal hij het publiek in binnen- en buitenland overrompelen. Een symfonie van Bruckner, die andere steunbeer van de KCO-traditie, heeft hij nog niet gedirigeerd. Maar algemeen directeur Jan Raes liet desgevraagd weten dat hij 'zeer onder de indruk' was van Gatti's Bruckner Drie tijdens de Salzburger Festspiele met de Wiener Philharmoniker. 'Dat heeft bij mij het vertrouwen in deze beslissing alleen maar vergroot.'

Groei
Raes onderstreept ook dat Gatti sinds hij hem bij het KCO heeft meegemaakt 'enorm heeft zien groeien'. 'Hij is naar dit moment geëvolueerd. Hij is ook meer ontspannen dan vroeger. Je kiest uiteindelijk toch voor iemand met wie je een vertrouwensband hebt. Je kunt niet iemand op basis van één fantastisch debuut benoemen op zo'n plek, want dan heb je geen idee hoe het zal gaan op tournees, of als je een Negende Mahler acht, negen keer in korte tijd met zo iemand speelt.'

Als we melden dat Gatti al 64 keer voor het KCO heeft gestaan, is Raes verrast. 'O, zo vaak al? Meestal wordt de liefde dan minder, maar dat is hier geenszins het geval.' Gatti studeerde aan het Giuseppe Verdi Conservatorium in Milaan, de stad waar Verdi stierf. Hij was eerder chef-dirigent van het London Philharmonic Orchestra, het Orchestra dell'Academia Nazionale di Santa Cecilia in Rome, het Opernhaus in Zürich, het Teatro Comunale in Bologna en is nu de baas bij het Orchestre National de France - amper een uurtje vliegen vanaf Schiphol, voor een moderne dirigent een grote luxe, twee zo dicht bij elkaar gelegen standplaatsen.

Gatti is ook een grote operaman. Hij was in de race voor een positie aan La Scala (waar Chailly nu de chef wordt), was eerste gastdirigent bij het Royal Opera House Covent Garden en met de overwegend bejubelde Falstaff, afgelopen juni, onderstreepte hij zijn kandidatuur als potentiële nieuwe chef van het KCO - zijn stille droom. Die is nu uitgekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden