PlusTen slotte

Gary Peacock (1935-2020): de zenmeester van de contrabas

Peacock in 2013 in New York.Beeld Jack Vartoogian/Getty Images

Gary Peacock was in april en mei 1964 de vervanger van de geblesseerde Ron Carter in het fameuze ‘tweede kwintet’ van Miles Davis (met Tony Williams, Wayne Shorter en Herbie Hancock). Een krachtiger bewijs dat hij gold als een van de topbassisten van zijn tijd is niet te geven. Van Miles kreeg hij een advies dat hem zijn hele leven is bijgebleven: ‘Speel wat je niet kent’, met andere woorden, kom los van je clichés en zoek het avontuur. Dat lukte het best, ervoer hij, als het je lukte aan niets anders te denken dan aan wat je op dat moment speelde. Of met de woorden van zijn latere zenleraar: ‘Just do what you’re doing while you’re doing it.’ Het zou zijn mantra worden. “Zo simpel, maar tegelijkertijd zo moeilijk!” zei Peacock.

Free jazz

Gary Peacock, geboren in Idaho, begon als pianist, maar toen hem, in de jaren vijftig als dienstplichtig militair in Duitsland gestationeerd, min of meer werd opgedragen te switchen naar de bas, voelde dat instrument zo natuurlijk aan, dat hij het maar zo liet. Terug in Amerika vestigde hij zich tijdelijk in Los Angeles. Hij trouwde met de zangeres Annette Peacock (en scheidde later weer) en ging spelen met Paul Bley, met wie hij uiteindelijk negen fraaie platen maakte.

In New York hoorde hij de free jazz van Ornette Coleman, wat hem ertoe bracht zijn rol als bassist te heroverwegen en veel vrijer te interpreteren. Een waterscheidingsmoment.

Met Paul Motian op drums vormde hij de fantastische ritmesectie in het trio van pianist Bill Evans, maar de jaren zestig werden door drugs­gebruik voor hem zo’n donkere periode dat hij zijn bas tijdelijk aan de wilgen hing. Hij ging biologie studeren en verdiepte zich in oosterse filosofie.

In de jaren zeventig pakte hij de bas weer op. Dat leidde in 1977 tot de plaat Tales of Another, die hij maakte met Keith Jarrett en Jack DeJohnette. Dit trio zou dertig jaar bij elkaar blijven en voor ECM een lange rij platen maken, waarop ze jazzstandards herijkten.

Peacock maakte ook platen onder eigen vlag. Een van de mooiste is Oracle (1993), met meestergitarist Ralph Towner, waarop hij zijn unieke kwaliteiten als groovemeister en melodicus laat horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden