PlusInterview

Gallowstreet: Amsterdamse blazers met een boodschap

De Amsterdamse brassband Gallowstreet mengt blaasmuziek met hiphop en soul. Hun derde album Our dear Metropolis is een kritische lofzang op Amsterdam.

De bandleden van Gallowstreet met, staand rechtsachter, Dirk Zandvliet.Beeld Ruud Baan

Als er geen coronacrisis zou zijn, wat deed Gallowstreet dan nu?

Dirk Zandvliet, baritonsaxofonist: “Dan zaten we nu midden in de clubtour. Die had op 26 maart van start moeten gaan, in Paradiso. In de stad hangen er nog affiches van. Als ik die zie, denk ik wel: oh shit, balen. De kaartverkoop ging goed, we zouden zeker uitverkopen. We hadden ook echt zin om het materiaal van het nieuwe album te laten horen. Maar er zijn veel ergere dingen op het ogenblik.”

Zien jullie elkaar wel?

“We hebben onlangs een livestream gedaan, maar dat was maar met zijn drieën. We denken na over repeteren. Kan dat als we meer afstand van elkaar houden? Als blazers moet je extra voorzichtig zijn. Misschien kan het in de buitenlucht. Er wordt door muzikanten veel opgetreden bij verzorgingstehuizen. Zouden we ook graag doen, maar ook daar moeten we voorzichtig mee zijn. We zijn een grote groep, wat voor signaal geef je als je daar met zijn achten gaat staan spelen?”

Our dear Metropolis is een plaat met een thema.

“Ja, het is een lofzang op de metropool, maar wel voorzien van kritische kanttekeningen over de grootstedelijke dynamiek. Amsterdam wordt steeds meer een metropool en dat gaat gepaard met verdringing en exclusie. Die thematiek sluit aan bij onze eigen realiteit. Ook voor ons is het moeilijk betaalbare woonruimte te vinden, ook wij zien plekken verdwijnen waar je je creativiteit kunt uiten.”

“En natuurlijk maakten we ons zorgen over de drukte en het toerisme in de stad, maar alles wat we daarover hadden te zeggen, is ingehaald door de realiteit van de coronacrisis. Ik woon in Noord, maar rijd soms op mijn racefietsje naar het centrum. Het heeft ook iets magisch, die compleet lege stad. Ik was laatst op een vrijdagavond op het Rembrandtplein: he-le-maal niemand. De Wallen: uitgestorven.”

In een songtekst kun je makkelijk duidelijk maken waar je politiek staat, hoe doe je dat in instrumentale muziek?

“Dat is een uitdaging. Tijdens de tour hadden we tijdens de praatjes tussen de nummers in de thematiek van de plaat kunnen aansnijden. Eerder dit jaar speelden we op de nieuwjaarsborrel van het gemeentebestuur. Na een toespraak van Femke Halsema deden we drie nummers. Ik dacht: ik pak mijn kans om iets te zeggen over wat er de afgelopen tien jaar is veranderd in de stad. Ik zei dat het centrum was dichtgesmeerd met Nutella en dat met het verdwijnen van het ADM-terrein het laatste restje krakersbloed uit de uit de aderen van de stad was weggezuiverd.”

Het verhaal over de drukte in de stad is ingehaald door de actualiteit, maar de door jullie in het persbericht bij Our dear Metropolis geciteerde uitspraak van Eberhard van der Laan is juist nu heel toepasselijk: ‘Zorg goed voor onze stad en elkaar.’

“Ja, dat is zo’n mooi credo. Heel mooi vind ik ook dat grote hart dat tijdens de coronacrisis op de A’DAM Toren is te zien. Er ontstaan ook allemaal mooie initiatieven van Amsterdammers om elkaar te helpen. We voelen ons daar erg mee verbonden.”

“Brassbands zijn in mijn ogen echt bands van het volk. Je ziet die minifanfaretjes en harmonietjes bij voetbalwedstrijden langs de lijn staan spelen en bij schaatsevenementen bij de koek-en-zopie. Ze zijn echt onderdeel van de samenleving.”

Jij speelt in Gallowstreet baritonsax, een niet heel gangbaar instrument. Hoe kwam je daartoe?

“Ik koos er tien jaar geleden voor, toen ik negentien was. Mijn broertje Ko zat bij Jungle by Night en dat ging heel lekker. Dus is wilde ook een toeter. Ik heb de altsaxofoon geprobeerd, maar vond de bariton beter klinken. Lekker laag. Mijn ouders zaten vroeger bij de Dogtroep, daar hoorde je ook van die lage klanken, misschien komt het daar vandaan.”

“In oude soulmuziek hoor je ook vaak een bariton, die dan richting de één accentueert: padaaaaap. De baritonsax heeft een mooie functie, ergens tussen de andere blazers en de ritmesectie in. Ik heb nu ook een bassaxofoon, die kan nog lager.”

Jullie muziek is heel fysiek. Zijn jullie kapot na een optreden?

“Ja, meestal wel. Een goede show, waarbij je je helemaal in het zweet werkt, voelt als een work­out. Het is in deze tijd belangrijk om in vorm te blijven. We treden niet op en we repeteren niet, maar ik sta thuis nu heel vaak riffjes te blazen. En ik doe aan bokstraining. Ik zou binnenkort een wedstrijd hebben, maar die gaat ook niet door.”

De hoes van Our dear Metropolis is getekend door Joost Swarte. Het is nogal een eer.

“Ja, man. We besteden altijd veel aandacht aan ons artwork. Toen we het er over hadden wat we dit keer zouden doen, zei Lucas van Ee, dat hij Joost Swarte kende. Lucas komt uit Haarlem en Swarte is een vriend van de familie. Toen ik bij Swarte langsging en vertelde wat voor plaat het werd, zei hij al vrij snel: ‘Ik ga een schets maken.’ Dat resulteerde in deze hoes, we zijn er heel blij mee. Het album is ook op vinyl verkrijgbaar, op dat formaat is de hoes echt een kunstwerk.”

Gallowstreet - Our dear Metropolis (INI Movement)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden