PlusInterview

Fumiko Miura schrijft met Polderjapanner boek over twintig jaar in Nederland: ‘Typetje Ushi zou nu geroast worden’

Ze schrijft over de onzekerheden van de Nederlandse taal, Japans-Nederlandse historische betrekkingen en de versmade schoonheid van Kinderdijk. Fumiko Miura geeft met haar boek ‘Polderjapanner’ Japanners in Nederland een stem.

Marjolijn de Cocq
Fumiko Miura: 'Ik heb veel Nederlandse eigenschappen overgenomen: mondigheid, de vrijpostigheid om overal een mening over te geven.' Beeld Annaleen Louwes
Fumiko Miura: 'Ik heb veel Nederlandse eigenschappen overgenomen: mondigheid, de vrijpostigheid om overal een mening over te geven.'Beeld Annaleen Louwes

Hoe de woorden aardbeving, aardbei en aambei in haar hersens worden geklutst. Hoe ze worstelt met dat sneaky ‘er’ dat Nederlanders overal tussendoor proppen. Fumiko Miura, die Japanse taalles geeft, begon in Japan met een cursus Vlaams toen ze op 5 mei 1994 in een wasserette in Kobe de Nederlander Hans had ontmoet. Haar latere echtgenoot, met wie ze naar de Maasstad zou verhuizen. En, voor zijn werk, met hun dochtertje ook nog weer zes jaar terug naar Japan – als Nederlandse expats in Tokio.

Nu heeft ze, in dat Nederlands waarvan ze nooit honderd procent zeker is, over haar ervaringen als Japanse in Nederland en haar Nederlandse blik op het Japan van toen en nu, het boek Polderjapanner geschreven. Ze duidt Japans-Nederlandse historische betrekkingen, de dracht van de kimono en de status van geisha’s. Ze kapittelt het volk dat de schoonheid van zijn land (Kinderdijk) versmaadt en zijn taal (25 miljoen sprekers) bagatelliseert. En slaat en passant wat Nederlandse mythevorming over Japan aan diggelen.

U maakt grapjes over uw ‘boerenkool-Nederlands’, maar u durfde het toch aan een boek te schrijven. Hoe is dat tot stand gekomen?

“Ik was geïnterviewd voor een Japaneditie van het blad Linda in 2020, toen eigenlijk de Olympische Spelen daar zouden plaatsvinden. Daarna nam redacteur Frederike Doppenberg van uitgeverij Van Oorschot contact met me op en vroeg of ik over mijn ervaringen in boekvorm wilde vertellen. Mijn Nederlands is verre van perfect. Toen ik twintig jaar geleden hier naartoe kwam, kreeg ik een boek cadeau van Lulu Wang, die in het Nederlands schreef. Ik dacht toen: wat knap, dat zou ik nooit kunnen. Later heb ik werk van Rodaan Al Galidi gelezen, een Irakees die ook in het Nederlands schrijft. Dus toen het verzoek kwam dacht ik: het is een grote uitdaging, maar het is niet onmogelijk.”

“Bovendien had ik vertrouwen dat ik genoeg te vertellen had. In Nederlandse media wordt Japan altijd geportretteerd door Nederlandse ogen. Al is het vaak met oprechte liefde voor Japan, het wordt al snel neergezet als rariteitenkabinet. De extremen worden uitvergroot. Iedereen mag zijn eigen beeld hebben van Japan, maar nu kreeg ik een kans om over míjn Japan te vertellen en over hoe ik kijk naar Nederland. Je hoort de stem van de Japanners in Nederland nooit, die zijn niet zo uitgesproken. Al zijn er bijna 10.000 Japanners in Nederland.”

Uw boek kan ook worden gelezen als een zoektocht naar wie u bent geworden, zo lang inmiddels al in Nederland. Hoe Japans u nog bent, hoe Nederlands u bent geworden.

“Daar heb ik geen antwoord op, ik weet niet hoe Nederlands of hoeveel minder Japans ik ben geworden. Maar ik zou het nu wel heel moeilijk vinden om weer in Japan te wonen en werken, ik heb veel Nederlandse eigenschappen overgenomen: mondigheid, de vrijpostigheid om overal een mening over te geven.”

En u signaleert: de positie van de vrouw in Japan is slechter geworden, er is veel seksisme.

“In de Global Gender Gap Report van het World Economic Forum zakt Japan af. Als ik via het nieuws hoor hoe de voorzitter van de Olympische Spelen heeft gezegd dat vergaderingen met vrouwen voortslepen omdat vrouwelijke bestuursleden te veel praten, geneer ik me. Of, zoals een paar jaar geleden, dat een medische universiteit in Tokio jarenlang resultaten van toelatingsexamens had gemanipuleerd om het aantal vrouwelijke studenten te beperken. Ik woon niet in Japan, maar van een afstand bezien is het in ieder geval niet beter geworden.”

U schrijft dat u zich bijna schuldig voelde dat u hier kunt meeprofiteren van een vrouwenstrijd die u niet zelf hebt gevoerd.

“Heel veel Japanse vrouwen die naar Europa of Amerika zijn gegaan hebben posities binnen bedrijven of in de wetenschappelijke wereld die ze anders niet hadden gehad. We hebben een vlucht voorwaarts gemaakt. In mijn verbeelding hadden we massaal onze nieuwe mondigheid kunnen gebruiken om ook de positie van vrouwen in Japan te verbeteren. Maar ik heb het ook opgegeven, de muur van het paternalisme is heel dik en ik wil ook van mijn eigen leven genieten.”

U hebt veel uitgediept over de Nederlandse monopoliepositie in Japan en de hechte Nederlands-Japanse betrekkingen.

“Ik ben naar de Nederlandse handelspost en themapark Huis ten Bosch in Nagasaki geweest. We hebben er ook heel veel boeken over thuis, dus ik wist al hoe boeiend dat verhaal was. Ik vond het zonde om dat te laten gaan en hoefde alleen mijn kennis op te frissen. Tegenwoordig wordt de VOC als de as van het kwaad gezien, maar Japan was niet gekoloniseerd. Niet alleen hadden we de handelsrelaties, maar Japan heeft ontzettend veel medische en wetenschappelijke kennis overgenomen van Nederlanders toen. Daardoor is het imago van Nederland in Japan best positief.”

Opvallend is hoe uw beeld van de Tweede Wereldoorlog kantelde.

“Op school in Japan had ik daar niet veel over geleerd, ik was echt geschokt dat Japan in Nederland als oorlogsvijand wordt gezien. De Jappenkampen, dat leefde twintig jaar geleden. Dat moest ik nog ontdekken, ik wist niet hoe ik me ertoe moest verhouden. Voor de rest van de wereld is Japan de agressor, terwijl Japan zich vooral zag als slachtoffer van twee atoombommen.”

U ontdekte ook, onder meer door het ‘normen en waarden’-debat en hoe tijdens de pandemie mensen van Aziatische afkomst werden bejegend, dat het ‘gave landje’ Nederland barsten vertoont.

“Ik schrijf in mijn boek over Ushi, het typetje van Wendy van Dijk vroeger. Ik vond het grappig en mijn Japanse vriendinnen ook, ik besefte niet hoe discriminerend het was. Toen was er een oudere Japanse vrouw die een protestbrief had gepost op een internetforum. Dat vonden we twintig jaar geleden overdreven. Maar als Ushi nu zou worden uitgezonden zou ze geroast worden op Twitter. Ik weet niet of het racisme is toegenomen, maar het bewustzijn is toegenomen. Bij de Japanners van de oudere generaties overheerste het sentiment: niet klagen over je gastland want dat is onbeleefd. Nu geven we onderling advies om aangifte te doen bij het meldpunt discriminatie.”

null Beeld -
Beeld -

POLDERJAPANNER
FUMIKO MIURA
Van Oorschot, €22,50,
216 blz.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden