Plus

Frits Spits gaat nachtradio maken: ‘Kinderen zijn er tegen’

Zijn kinderen verklaarden hem voor gek, maar Frits Spits (73) gaat nachtradio maken. In het programma De Slapelozen biedt hij een luisterend oor aan hen die de slaap niet kunnen vatten. Het radio-icoon en twee andere nachtdieren vertellen over de magie van de stilste en donkerste uren van de dag.

Frits Spits 
 Beeld Stijn Ghijsen KRONCRV
Frits SpitsBeeld Stijn Ghijsen KRONCRV

“Het is het meest onmogelijke tijdstip. Ik heb het in het begin van mijn carrière wel gedaan, radio maken in het holst van de nacht. Dat was één keer per week en ik vond dat heel zwaar. Nu ga ik het vijf nachten achter elkaar doen, krankzinnig. Mijn kinderen zijn het er niet mee eens. Zij vinden dat ik er te oud voor ben. Dat vind ik lief, dat ze zo bezorgd zijn. Om vijf uur ’s ochtends naar bed, om één uur ’s middags weer op, een volstrekte omkering van mijn bioritme. Geen idee of het lukt, maar ik ga het proberen.

Mijn voormalig hoofdredacteur van Radio 1 Journalistiek KRO-NCRV, Hans Ganzevoort, zag het helemaal voor zich: ik, in de nacht, met Nederlandstalige muziek. Ik doe het graag voor hem. Dat doe je soms, als iemand zo’n vertrouwen in je uitspreekt. Hij overleed drie maanden geleden, al had ik het ervoor al toegezegd.

Wakker liggen

In het programma spreek ik met slaapdeskundigen en met kunstenaars voor wie de nacht bijzonder is, een scheppende functie heeft. Ik praat met mensen die slaapproblemen hebben. Vijf miljoen Nederlanders worstelen wel eens met slapen, anderhalf miljoen hebben er structurele problemen mee. Dat doet wat met een mens. Ik was altijd een goede slaper, maar na het overlijden van mijn vrouw Greetje drie jaar geleden lig ik ’s nachts ook wel eens wakker.

Radio maken heeft voor mij magie en zeker in de nacht komt dat tot uiting. Woorden krijgen een andere lading, een diepere glans. Er is tijd voor meer poëtische overdenkingen. Ik kies met zorg muziek uit die bij de nacht past: Blijf van Wende Snijders bijvoorbeeld, of Ik drink van Ramses Shaffy. Dat zijn zulke prachtige nummers en teksten, je hoort ze alleen nooit. Ik hoop dat het een mooi programma wordt.”

Frits Spits, De Slapelozen, van 9 tot en met 13 ­augustus van 02.00 tot 04.00 uur, NPO Radio 1, KRO-NCRV. In november is de televisievariant te zien op NPO 2.

Astrid de Jong. Beeld Nico Kroon/MAX
Astrid de Jong.Beeld Nico Kroon/MAX

Astrid de Jong: “Laatst moest ik naar het ziekenhuis met een galsteen. De arts zei: ‘Je komt uit Kampen, daar woont ook een radiopresentator.’ Dat was ik, ‘De Nachtzuster’; best een gênante titel voor iemand die nog niet eens een EHBO-diploma heeft en krimpend van de pijn op bed lag. Maar mijn baas bij Omroep Max zei het zo mooi: ‘jij zit ’s nachts aan het bed van de luisteraar.’

Ik maak al twintig jaar nachtradio maar het blijft me verbazen hoeveel mensen een deel van de nacht wakker zijn. Dat zal Frits Spits straks ook merken. Het zijn mensen die de slaap niet kunnen vatten, een mankement hebben – oorsuizen is écht een probleem – of die werken in de zorg, nachthoreca of bij een koeriersdienst. Er zijn ook veel paradijsvogels wakker, die hun ritme hebben omgedraaid. Soms belt een meneer die aan zijn horloges sleutelt.

Eigenlijk zijn al mijn luisteraars ‘niet gewoon’, zoals het ook niet gewoon is dat je iemand belt middenin de nacht. Maar de lijnen zijn altijd overbelast met mensen die een vraag stellen waarop ze maar geen antwoord vinden. Nee, ik ga niet googelen. Er belt altijd wel iemand met het antwoord, zoals op de vraag ‘hoe weten mieren altijd waar het suikerklontje ligt?’ Dan belt er een man die gepromoveerd is op het gedrag van mieren. Het wonderschone van dit programma is dat inzichten en kennis niet verloren gaan.

De Nachtzuster moet geen clubje worden met vaste bellers. Het moet voor iedereen zijn. Er zijn wel vaste luisteraars. Zo is er een oudere bakker in Liempde, die zijn broodjes bakt op zaterdagochtend, zodat hij kan luisteren. En er is net een trouwe beller overleden, Ruben. Ik ben naar zijn begrafenis geweest. De eerste keer dat ik hem in elf jaar tijd zag, was toen hij lag opgebaard in zijn huis.

Ruben was een rechtsgeleerde uit Groningen, die elke uitzending rond kwart over vijf belde om antwoord te geven op vragen over juridische kwesties. Hij klonk als Prem, was ook Surinaams van afkomst. Na zijn eerste herseninfarct moest hij stoppen. Driehonderd mensen stuurden een kaartje. Ik heb hun quotes onder het liedje Thank you for being a friend gezet. Iedere dag wilde hij dat stukje horen. Na zijn overlijden – hij kreeg een tweede herseninfarct – heb ik het gedraaid. Ik heb zelf ook zitten janken.

Doordeweeks ben ik invaller op andere radiostations, maar De Nachtzuster is het mooiste dat er is.”

Astrid de Jong, De Nachtzuster, van 02.00 tot 06.00 uur van vrijdagnacht op zaterdag op NPO Radio 1, Omroep Max.

Ozcan Akyol. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Ozcan Akyol.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Özcan Akyol: “Het voordeel van mijn nachtprogramma is dat ik zuiver een uur met mijn gast kan praten; geen hinderlijke onderbreking van files of het weerbericht. Dat is tegelijk ook een nadeel. Er is geen vlucht als het gesprek stroef loopt.

Ik ben onzeker over alles wat ik maak, maar de druk bij dit programma voel ik misschien nog wel iets meer. Dat komt omdat ik de gasten thuis ontvang. Ze doen moeite om naar mij in Deventer te komen. Dan wil ik net iets scherper zijn. Bij schrijven kun je bovendien schrappen, poetsen en boetseren, maar dat kan bij live radio niet. Zodra het is uitgezonden, heb ik er geen invloed meer op.

Het nachtelijke tijdstip is geen probleem voor mij. Ik heb een slaapstoornis. Kort gezegd komt het hierop neer: ik kan niet inslapen en niet doorslapen. Dus ik slaap heel weinig. Ben ik dan niet te moe tijdens het gesprek? Nee. Live radio geeft heel veel energie en adrenaline. Alsof je een podium op moet en er staan honderdvijftigduizend man naar je te kijken. Dat is niet het moment om in slaap te sukkelen.

Vorige week was presentatrice Carrie ten Napel hier. Zij vergat na een tijdje dat ze live op de radio was. Dat gebeurt vaker. Daar hebben ze soms de volgende dag spijt van. Gasten krijgen een microfoontje aan hun kleding, maar zien verder geen techniek om zich heen. We zitten samen in mijn woonkamer, met thee of – vaker nog – met een wijntje erbij. Mijn kinderen en vriendin liggen boven te slapen. Voorafgaand aan het gesprek lees, kijk en beluister ik veel over mijn gast. Ik maak geen vragenlijstje. Ik ga het gesprek in op gevoel.

Dit programma zou ik overdag niet kunnen maken. Dat weet ik heel zeker. Dat heeft te maken met het tijdstip, het duister van de nacht en het gemoed van de gast die de dag afsluit. Er zit iets geheimzinnigs in de nacht.”

Özcan Akyol, Onze Man in Deventer, 00.00 tot 1.30 uur van zaterdagnacht op zondag, NPO Radio 1, BNNVara.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden