Plus Kunstrecensie

Fringe: een plek waar je alles kunt zijn wat je wilt

Het Amsterdam Fringe Festival is ook tijdens de veertiende editie heerlijk onvoorspelbaar en veranderlijk.

No Sir, No Dancing Today van Haas&Haav. Beeld AnneliesVerhelst

‘We can be any creature we want’, drukt Hendrik Kegels de toeschouwer op het hart in In A Galaxy Far, Far Away. Het vat mooi samen hoe deze voorstelling de theaterruimte benadert: als een plek waar je, als acteur maar ook als toeschouwer, alles kunt zijn wat je wilt zijn; waar je zonder met je voeten van de grond te komen kunt opstijgen tot in de ruimte tussen de sterren en de maan. Het is ook een zin die past bij het Amsterdam Fringe Festival, dat ook dit jaar heerlijk onvoorspelbaar en veranderlijk is.

Uit flarden songteksten van David Bowie smeedt Kegels een woordenstroom die gesproken en deels gezongen over het publiek wordt uitgestort. Inhoudelijk is het zo associatief dat een duidelijke lijn ontbreekt, maar de muziek van Frederik de Clerq, wiens synthesizertonen de lucht in de ruimte doet trillen en tintelen, en de overtuiging van Kegels’ performance ontsteken een energie die de heupen doet wiegen en de verbeelding prikkelt.

Groteske vormen

Een voorstelling die daar minder in slaagt is De dood van Tintagiles door Studio Racine, naar het gelijknamige stuk van Maurice Maeterlinck, waarin twee zussen hun broertje trachten te beschermen tegen een duistere koningin. Het stuk werd geschreven voor marionetten en dat nemen de acteurs mee in hun spel. Hun bewegingen zijn groot en gezichten bevriezen vaak even in een emotie. De groteske vorm ondermijnt de ernst van de thematiek. Van verzet dat zelf, in het zicht van het onherroepelijke noodlot, een daad van verzet wordt. De wanhoop van de zussen wordt, ondanks het intense spel van vooral Sarah Jonker, nergens echt voelbaar.

Van heel andere orde zijn de zussen in No Sir, No Dancing Today van Haas&Haav, gebaseerd op het ware verhaal van Linda en Charlotte Mulhall, die de gewelddadige vriend van hun moeder vermoordden. Met blauwe overschoentjes betreedt het publiek de speelvloer, als detectives op een plaats delict. Op de grond wit plastic, met daarop de moordwapens: een stanleymes, een hamer en een broodmes. Het klinische toneelbeeld en de laconieke manier waarop Esther de Haas en Ellen Havenaar de details van de moord en het in stukken snijden van het lichaam doornemen, is bedrieglijk, want in het tweede deel creëren zij een horroruniversum op die paar vierkante meter, met dreunende bassen, hompen vlees in felrood licht en engelachtige samenzang.

Snijdende familiebanden

Familiebanden kunnen snijden, toont ook Joske Koning in Dog­Woman, over haar worsteling zich te verhouden tot haar beslissing met haar moeder te breken. In een decor van hangende lappen stof en onaffe beeldhouwwerken zien we hoe zij tracht vorm te geven aan een leven waaruit de moeder is verbannen. Ze somt de dingen op die mensen tegen haar zeggen (‘het blijft je moeder’), ontleedt de impact van haar beslissing op haar zusjes en vader (‘ik heb ons gezin veranderd’). En wat als zij zelf kinderen krijgt? Koning toont op indringende wijze, in een voorstelling die tegelijk bijna ondraaglijk intiem en thematisch genuanceerd is, dat breken niet hetzelfde is als losmaken.

Amsterdam Fringe Festival, t/m 15/9

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden