PlusMuziek

Freddie de Tomasso heeft een stem die niemand onberoerd kan laten

null Beeld -
Beeld -

De lekkere Italiaanse tenoren, die zingen op de rand van de goede smaak, waar zijn ze gebleven? Decca heeft er een gevonden. Freddie De Tommaso is zijn naam. Hij won in 2018 de Franco Viñas Internationale Zangwedstrijd in Barcelona en haalde zo meteen een platencontract binnen. Ze vroegen hem wie zijn helden waren. Enrico Caruso natuurlijk en Mario Del Monaco, uiteraard Luciano Pavarotti, maar bovenal Franco Corelli, opdat iedereen meteen wist uit welke hoek de wind waaide.

Passione, het op 16 april verschijnende debuutalbum van De Tommaso (we gaan vast binnen niet al te lange tijd met z’n allen Freddie zeggen) is opgedragen aan Corelli, maar ook aan een andere Franco – Franco De Tommaso, Freddies vader, die vanuit een klein plaatsje in Puglia in het zuiden van Italië de gok waagde naar Engeland te gaan, daar een Britse vrouw trouwde en eindigde als restauranthouder in Tunbridge Wells. Hij stierf toen Freddie pas 18 was.

Eerbetoon

Het toeval wil dat in Tunbridge Wells ook een wereldberoemde dirigent en componist woonde en stierf, iemand waar de serieuze muziekliefhebber met gretige arrogantie op neerkijkt, maar die, zoals je dat dan zegt, ‘de hele weg naar de bank huilde’. Of deze Annunzio Paolo Mantovani weleens het restaurant van Franco De Tommaso bezocht, is onbekend, maar Freddie eert de koning van de easy listening, die soms het pseudoniem Tulio Trapani hanteerde, met een riant in vibrato gedrenkte vertolking van zijn compositie Cara mia.

Freddie is wat je noemt een goed doorbloede tenor lirico-spinto, de categorie die in de operahuizen de hoogste gages kan vragen. Zijn stem is bijzonder vanwege zijn tragische kern. Er klinkt een onbestemde droefenis in door, die iedereen meteen zal aanspreken. In dat opzicht is hij de tegenpool van Pavarotti, die een ingebouwd zonnetje had, dat meteen begon te schijnen zodra hij zijn mond open deed. Hij onderscheidt zich daarmee ook van zijn grote held Corelli, die over een hyperviriele klank beschikte.

Stem uit miljoenen

Voor zijn debuutalbum wilde De Tommaso, of wellicht vooral Decca, dezelfde arrangementen gebruiken als die bij de opnamen van Corelli op de lessenaars hadden gelegen. Dat bleek nog een hele uitzoekerij, maar de missie is geslaagd. Vanaf de eerste track, Addio, sogni di gloria! van Carlo Innocenzi, met een heerlijk weelderig arrangement van Henry Mancini, op de rand van de smakeloosheid, laat De Tommaso horen dat hij een stem uit talloos veel miljoenen heeft, die niemand onberoerd kan laten, zeker niet na de barrage van aria’s die erop volgt.

Aan de beurt komen componisten als Tosti, Bucci-Peccia, Falvo, Gastaldon, maar ook grote namen als Leoncavallo, Respighi (zijn Nebbie is een hoogtepunt) en Puccini. Van de laatste zingt hij onder meer Mentia l’avviso, dat Puccini op zijn 24ste schreef voor zijn eindexamen aan het conservatorium van Milaan en dat hier is opgetuigd tot een indrukwekkende aria voor tenor en orkest (Placido Domingo nam het stuk al eerder op).

Begeleid door het London Philharmonic Orchestra onder Renato Balsadonna zorgt Freddie voor 53 minuten puur tenorgenot.

Klassiek

Freddie de Tommaso
Passione
(Decca)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden