Adèle Haenel (links) als de toekomstige bruid Héloïse en Noémie Merlant als schilder Marianne.

Plus Interview

Franse filmmaker zet de kostuumfilm in lichterlaaie

Adèle Haenel (links) als de toekomstige bruid Héloïse en Noémie Merlant als schilder Marianne.

Met Portrait de la jeune fille en feu zet Céline Sciamma (40) de kostuumfilm in lichterlaaie. ‘Het gaat niet over een onmogelijke liefde, maar juist over de liefde die wel mogelijk was.’

De kostuumfilm is al te vaak het decor voor stoffige verhalen. Rolbevestigende romantiek over edellieden en ­bedienden, grote kunstenaars en muzen. Voor de Franse filmmaker Céline Sciamma biedt het genre juist een arena om radicaal te zijn: “Dat het zich in het verleden afspeelt, werd een kompas om het zo eigentijds mogelijk te vertellen.”

Sciamma’s uitgangspunt voor haar verzengende vierde film, Portrait de la jeune fille en feu, was een liefdesverhaal met volledige gelijkwaardigheid, vertelt ze tijdens een bliksembezoek aan het Parool Film Festival. Haar film draait om schilder Marianne, die in de late 18de eeuw de opdracht krijgt een huwelijksportret te schilderen van Héloïse, de dochter van een edelvrouw. Afgezonderd op een afgelegen eiland in Bretagne werkt Marianne aan haar portret en vallen de twee jonge vrouwen voor elkaar.

Vrouwen als Marianne, die als schilder hun brood konden verdienen, waren relatief talrijk in de 18de eeuw – maar de meesten van hen zijn uit de kunstgeschiedenis geschreven. Ook op andere vlakken is Portrait de la jeune fille en feu een film die ruimte maakt voor weggepoetste, vergeten beelden en ideeën. Het is een film die de wereld bekijkt vanuit een vrouwelijk perspectief, vanuit een female gaze, een tegenwicht tegen de male gaze die de filmkunst ruim honderd jaar heeft gedomineerd. “We wilden een verhaal vertellen dat lang genegeerd is, en daarvoor ook een nieuwe filmtaal ontwikkelen,” zegt Sciamma. “Een taal en een vorm vinden die eigen zijn aan deze film.”

Het water in

Veel in Portrait de la jeune fille en feu draait om kijken, om de blikken die Héloïse en Marianne uitwisselen. Dat ­motief, en het feit dat de film vanuit een vrouwelijke blik zal kijken, benadrukt Sciamma direct in de eerste beelden. Daarin zien we Marianne in haar atelier in Parijs, waar ze schilderles geeft aan een groep jonge vrouwen.

“Voor mij draaien de eerste scènes van een film altijd om het pact dat wordt gesloten tussen mij en de kijker,” zegt Sciamma. “Die openingsscène maakt duidelijk dat het draait om de female gaze. Het toont de speelse benadering van hiërarchieën, want Marianne is tegelijk de docent en het model. In de scène erna zie je haar op een bootje. Als zij in het water springt om aan land te gaan, springt ook de film zelf in het water – we laten het bekende achter ons. Die twee scènes samen vormen het pact.”

De liefde tussen Marianne en Héloïse ontvouwt zich in een lange flashback, waaraan Marianne vanuit haar schilderles terugdenkt. Door die structuur is al voorvoelbaar hoe deze liefde zich zal ontwikkelen en worden veel van de conflicten waarop drama zo vaak wordt gebouwd terzijde geschoven.

“De film leunt niet op dat soort spanning,” beaamt ­Sciamma. “Het is geen film over een onmogelijke liefde, maar juist over de liefde die wel mogelijk was. Want hun liefde is volstrekt mogelijk – hun chemie, hun intimiteit, die is vanzelfsprekend. De rest van de wereld staat ertussen, maar daar ga ik in deze film geen tijd aan verspillen. Er is geen uitweg, de film speelt niet eens met dat idee, zij ­weten het ook. In die wetenschap gaan we tonen hoe diep en betekenisvol en prachtig hun liefde is.”

Eigenlijk, zegt Sciamma lachend, heeft haar film exact dezelfde structuur als de blockbusterromance van Titanic. “Dat is één van de zeldzame liefdesverhalen waarin ruimte is voor de emancipatoire kracht die liefde kan hebben. Hij gaat dood, maar zij heeft vervolgens een vol leven geleid. Volgens mij is dat een belangrijke reden dat die film zo ontzettend succesvol was, die les zouden we nu eindelijk wel eens mogen leren.”

Maker en muze

Precies daarom was Sciamma ook zo gebrand op gelijkwaardigheid tussen haar twee hoofdpersonages. “Dat het twee vrouwen zijn, helpt daarbij; elke genderongelijkheid is dan al uit beeld. Maar ik wilde ook geen intellectuele ­dominantie of sociale hiërarchie. Al die oude conflicten en onderhandelingen moesten overboord. Er wordt ons ­altijd wijsgemaakt dat een goede scène draait om conflict, maar dat is helemaal niet de enige manier.”

Ook in de relatie tussen kunstenaar en onderwerp hield Sciamma zich verre van de mythe van de maker en de ­muze. “Zo werkt het gewoon niet. Voor ons in elk ­geval niet. Ik herken niets in die mythe van een groot kunstenaar die wordt geïnspireerd door een gefetisjeerde vrouw. Er zijn grote vrouwelijke kunstenaars in de kunstgeschiedenis te vinden, maar vaak was de enige kans die zij kregen om een atelier binnen te stappen als model. Dus grepen ze die kans, en werden ze medemakers.”

Sciamma is blij dat langzaam maar zeker meer aandacht begint te komen voor die dynamiek. “Afgelopen zomer was er in Parijs een grote tentoonstelling rond Dora Maar. Zij is altijd weggezet als ‘de muze van Picasso’, maar in feite was ze een van de grondleggers van het surrealisme. Haar verhaal wordt nu pas vanuit dat perspectief verteld.”

Het herontdekken van dat verhaal is niet alleen voor vrouwen van belang, benadrukt Sciamma. “Na vertoningen van Portrait de la jeune fille en feu komen er regelmatig mannen naar me toe die zeggen dat ze zich veel meer herkennen in deze gelijkwaardige relatie, dan in de heteroseksuele relaties die ze zo vaak in films zien. Hoe heteroseksuele relaties in films worden getoond, en hoe mannen in films omgaan met liefde, dat is allemaal zó veel minder interessant dan het echte leven.”

Precies daarin zit de toegevoegde waarde van de female gaze, zegt de regisseur. “Het draait er niet om dat meer vrouwen films maken, maar om het afbreken van die geijkte beelden. We moeten met zijn allen proberen inventiever en waarachtiger te zijn.”

Belangrijke stem

Céline Sciamma (Pontoise, 1978) volgde de opleiding tot scenarist aan de roemruchte Franse filmschool La Fémis. Haar afstudeerwerk verfilmde ze zelf; Naissance des pieuvres (2006) werd een veelgeprezen debuut. Sindsdien groeide Sciamma uit tot een van de vooraanstaandste Franse filmauteurs, en een belangrijke stem in het discours rond gender­gelijkheid in de filmindustrie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden