Plus

Frans van Deijl: 'Haarlem is Amsterdams leukste buitenwijk'

Haarlem, Nergens Anders is de titel van de gebundelde columns van stadschroniqueur Frans van Deijl. Hoe een Amsterdammer zijn hart verpandde aan een buitenwijk.

Frans van Deijl, met op de achtergrond de Sint Bavo. 'Dit is voorgoed mijn stad. Ik weet zelfs al waar ik begraven wil worden' Beeld Mats van Soolingen

Hij wilde per se afspreken in Brinkmann, het klassieke, op en top Haarlemse café-restaurant op de Grote Markt. "Een kopie van Luxembourg, altijd druk, altijd reuring, met een prachtig uitzicht op de Sint Bavo. Vooral op maandag mag ik er graag mijn Monday morning blues wegspoelen met een kop koffie. Ik word er vrolijk van."

Maar deze middag blijkt het etablissement wegens verbouwing gesloten te zijn. Typisch Haarlem, zou je kunnen zeggen. Net niet.

"Onzin," zegt Frans van Deijl, die als stadschroniqueur van het Haarlems Dagblad al heel wat voetstappen in de straten langs het Spaarne heeft liggen. "De steden in de Randstad groeien steeds meer naar elkaar toe en Haarlem is de leukste en gezelligste buitenwijk van Amsterdam. Een soort Manhattan, New-Harlem zo u wilt."

Maar als we de geboren Haarlemmer Harry Mulisch mogen geloven, is het ook een dodelijk saaie stad.

Van Deijl: "Mullis is vullis; Reve, da's pas leven. Het is een volstrekt misverstand. Als stadschroniqueur verveel ik me geen seconde. In Amsterdam is alles bijzonder en moet je op zoek naar het gewone. Hier is veel gewoon, maar als je goed kijkt, zie je dat het ook heel bijzonder is."

Ras-Mokumer
Haarlem heeft een eigen identiteit, zegt Van Deijl. "Het is een stad met een groot zelfreinigend vermogen. Zelfs het tuig spreekt hier met twee woorden. Mulisch noemde het burgertruttigheid, maar ik denk dat hij te jong is weggegaan. Netheid, ordelijkheid en fatsoen zitten in de volksaard gebakken. Ik vind dat weldadig."

Hij neemt een slok van zijn jonge borrel en zegt: "Er heerst hier een bepaald soort ingetogenheid, maar het is toch kosmopolitisch. Haarlemmers hebben een fijn soort beschaving. Een keurig soort Nederlanders zijn het, maar niet tuttig. Geen gezeik. Daar kan Amsterdam nog wat van leren."

Wat niet wil zeggen dat Van Deijl niets meer van zijn geboortestad moet hebben. Zowel zijn opa als zijn vader werkte als typograaf bij dagblad De Tijd op de Nieuwezijds, en in al die jaren dat hij in Brabant woonde, wist hij zeker dat hij terug zou gaan naar de stad waar ooit - Van Deijl is de jongste van acht kinderen - zijn wiegje stond.

"Mijn vader was een ras-Mokumer, hij klonk als Rinus Michels. Ook mijn ooms en tantes spraken zo. Mooi volk vond ik dat. We verhuisden naar Den Bosch omdat mijn vader een goede baan bij het Brabants Dagblad kon krijgen. Hij zei altijd dat Amsterdammers en Brabanders goed samengaan."

Mug
Toen hij in 1987 werd aangenomen op de redactie van De Tijd - "de derde generatie daar; die ouwe was als een kind zo blij" - keerde Van Deijl terug in de moederschoot.

De liefde voerde hem veertien jaar later naar Haarlem. "Ik was er nog nooit geweest. Maar mijn vrouw was een Haarlemse en toen ze zes maanden zwanger was, zijn we een huis gaan zoeken. Nu wil ik er nooit meer weg."

Frans van Deijl: Haarlem, nergens anders Beeld -

Van Deijl, die in 2013 zijn eerste Frans op Vrijdag schreef, durft zich tegenwoordig zelfs een Mug te noemen, zoals Haarlemmers wel worden aangeduid. "Ik geniet elke dag weer. Meestal ga ik zonder vooropgezet plan op stap. Je ziet iets, je hoort iets, je ruikt iets, en dan schrijft het verhaal zichzelf. Het is een soort verslaving."

Mooiste museum
Carmiggelt is zijn grote voorbeeld. "Magistraal hoe hij in 400 woorden een bepaalde sfeer weet op te roepen. Verder hou ik van Ben Haveman in zijn jonge jaren, Wim Boevink van Trouw, Koos van Zomeren en van Martin Bril toen hij nog voor Het Parool schreef. Van de huidige chroniqueurs komt alleen Sylvia Witteman in de buurt. Als iemand in de voetsporen van Carmiggelt mag treden, is zij het wel."

"De valkuil is dat je te lollig wilt doen," zegt Van Deijl, "of dat je ineens heel kritisch wilt zijn en de burgemeester gaat afzeiken. Dat is niet de rol van een stadschroniqueur. Je moet niet boos of verontwaardigd zijn, maar verwonderd, verbaasd. Over de schoonheid van het koor van de Bavo, of over Teylers, het mooiste museum van Nederland, of over het oude stadion van HFC Haarlem."

"Het is toch te gek voor woorden dat Haarlem geen betaald voetbal meer heeft? Je bent een provinciehoofdstad of niet. Genoeg cultuur hier, maar waarom heeft Yvonne van Gennip, de schaatskoningin van 1988, nog geen standbeeld?"

Op de Grote Markt bijvoorbeeld, samen met al die andere helden: Godfried Bomans, Lodewijk van Deyssel, L.H. Wiener, Hildebrand en Lennaert Nijgh. Ja, Haarlem heeft 't, zegt Van Deijl. "Het is voorgoed mijn stad. Ik weet zelfs al waar ik begraven wil worden: in Overveen, naast het kerkje van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen. Daar moet ik liggen."

Frans van Deijl: Haarlem, Nergens Anders.
Loutje Haarlem. €14,95, 128 blz.

Frans van Deijl

1957 Geboren in Amsterdam
1957-1987 Woonachtig in Den Bosch en Best
1980-1983 School voor de Journalistiek
1983-1986 Redactie huis-aan-huisbladen Zaltbommel
1986-1993 Redactie dagblad De Tijd
1994-1995 Redactie tv-show Karel van de Graaf
1996-1997 Redactie Elsevier
1997-2003 Redactie Het Parool
2003- 2013 Redactie HP/De Tijd
2013-heden Freelance, voor o.a. HP/De Tijd, Haarlems Dagblad

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden