Plus

Frans Bromet: 'Elke afwijzing is verschrikkelijk, nog steeds'

De productie- en bewijsdrang van cineast Frans Bromet, vrijdag onderscheiden met de Ere Nipkowschijf voor zijn oeuvre, neemt maar niet af. 'Natuurlijk moet elke film. Het moet áltijd.'

Frans Bromet: 'Ik denk dat ik toch een werkwijze heb die niet gangbaar is' Beeld Rogier van 't Slot & Radsma

Miskenning is een begrip dat vaak terugkomt in interviews met Frans Bromet (72). De cineast met een stem als druilende motregen (quote Theo van Gogh) werd bij het grote publiek bekend met zijn VPRO-serie Buren (1991-1999). Met zijn ontregelende interviewstijl is hij echter al decennialang te zien op televisie. Hij won verschillende prijzen voor zijn producties en wordt door makers vaak genoemd als voorbeeld, maar waardering, échte waardering, mist hij eigenlijk chronisch.

Dat het Idfa in 2008 een retrospectief van zijn werk toonde - door Bromet gezien als erkenning vanuit de filmwereld die altijd met dédain neerkijkt op tv-producties - kantelde dat gevoel niet. Voldaan, tevreden, het zijn geen woorden die Bromet snel in de mond zal nemen. De Ere Nipkowschijf, die Bromet gisteren in Het Ketelhuis voor zijn gehele oeuvre ontving van een jury van tv-critici en mediajournalisten, vindt hij desondanks een grote eer.

Hij vertelt het in Ilpendam, waar hij met dochter Silvia en zoon Ruben al jaren zijn productiebedrijf &Bromet heeft. "De Ere Nipkowschijf is één van de mooiste prijzen voor ons werk. Veel waardevoller dan bijvoorbeeld een Gouden Kalf. Compleet waardeloos, die dingen. Ik won voor het laatst een persoonlijke prijs op het kortefilmfestival van 1973 in Oberhausen."

Bromet kan, ondanks de vele felicitaties die hij kreeg, niet inslikken dat hij moest lachen om de bekendmaking van de prijs, in mei bij De Wereld Draait Door. "Vooral om de zure reactie van de presentator. Die had de prijs liever gegeven aan die dikke sportjournalist, Mart Smeets. Helemaal in lijn van het programma. Ik kijk er nooit meer naar."

Was het hoog tijd dat u de oeuvreprijs kreeg?
"Ik vind het wel terecht, ja. Ik vind dat wij televisiepioniers zijn, en zijn geweest. Dat is door een groot deel van de bedrijfstak nauwelijks erkend en gewaardeerd. Dankzij een goede verhouding met NCRV Dokument, waar ik echt decennia voor heb gewerkt, hebben we altijd door kunnen gaan."

"Voor de VPRO hebben we ook veel gedaan, maar daar zijn we jaren geleden geëxcommuniceerd. We hebben incidenteel wel films ­gemaakt voor de Joodse Omroep en de Humanistische Omroep, maar het is voor ons nog steeds moeilijk aan de bak te komen; zeker sinds de netmanagers een rol spelen op tv."

De oervervelende netmanager, ook een stokpaardje geworden van Bromet. Ging voorheen een omroep over de producties, sinds 2006 moeten de netmanagers groen licht geven. Of niet. Met Alles van Waarde maakte Bromet in 2012 een film waarin hij zijn frustratie over de managementcultuur botvierde - en daarin de verschillen tussen hem en zijn dochter Laura, nu wethouder namens GroenLinks in de gemeente Waterland, als gids nam.

De documentaire heeft geen helende werking gehad.
"Nee. Voor Alles van Waarde wilde ik de net­manager interviewen, maar dat mocht niet. Onmogelijk was het. Als je het over documentaire op televisie hebt, is er iets vreemds aan de hand. De documentaire is een speerpunt van de publieke omroep, maar het budget is zwaar onvoldoende."

"Tot dit jaar kon je bij het Mediafonds ­terecht met aanvragen voor extra financiering. Een raar systeem. De sportsector gaat ook niet voor elke afzonderlijke wedstrijd financiering zoeken. Daarbij was het Mediafonds, nu het NPO Fonds, voor sommige mensen totaal ontoegankelijk. Alles moet je van tevoren uitschrijven. Terwijl ik juist intuïtief werk, veel overlaat aan toeval, de spontaniteit en geloofwaardigheid van de productie staan voorop."

Kijkt u veel televisie?
"Niet zoveel, nee."

En als u kijkt?
"Als ik kijk, zijn het vaak nieuwsachtige programma's. Muziekdocumentaires vind ik ook aantrekkelijk. Iets als Het Uur van de Wolf, daar is in mijn ogen veel te weinig van."

Heeft u Schuldig, de winnaar van de Zilveren Nipkowschijf, gezien? Ik kan me voorstellen dat het u aanstaat.
"Nee, ik heb Schuldig niet gezien. Ik heb me afgevraagd waarom niet, maar het is uitgezonden op NPO 1. Die zender is niet om aan te zien, daar kijk ik sowieso nooit naar."

De serie is niet geënsceneerd. U heeft dingen in scène zetten al lang geleden afgezworen, na in de beginjaren van uw carrière vooral speelfilms te hebben gemaakt.
"Met de filmwereld heb ik vanaf het begin soortgelijke problemen gehad als met de televisiewereld. Eigenzinnigheid wordt niet gewaardeerd en alles is voorgekookt. Ik werk nog steeds met een camera en microfoon. De eerste film die werd gemaakt, Aankomst van een Trein op Station La Ciotat van de gebroeders Lumière, was ook niet geënsceneerd. Daar moet je niet op neerkijken. Maar reportage wordt veelal gezien als inferieur. Nee, (legt de nadruk op Franse uitspraak) documéntaire, dát is kunst. Daar word ik misselijk van."

Bent u veel misselijk?
"Ja, ja. Ik maak gewoon films en ik vind dat je niet moet verbloemen dat je aan een film bezig bent. Met een camera beïnvloed je de situatie. Dat kún je wegpoetsen, je vragen wegmonteren, alles gladstrijken. Ik vind dat miskenning van de realiteit. Je vóélt als iets echt geloofwaardig is, of bedacht. Niet iedere kijker zal het even belangrijk vinden, maar er is een verschil."

U blijft het persoonlijke niet schuwen. In uw meest recente documentaire De Film Die Nooit Afkwam, over Holocaustoverlever en kunstschilder Sieg Maandag, trekt u uw eigen handelen bij de totstandkoming van de film in twijfel en vertelt u ook over uw Joodse vader en zijn familie.
"Waarom zou je dat niet doen? Mijn films zijn altijd persoonlijk, maar het moet geen ­propagandafilm voor mezelf zijn. In alles wat ik maak en gemaakt heb, probeer ik elk standpunt zo goed mogelijk weer te geven. En standpunten botsen."

'Als kind kon ik al moeilijk tegen al de toneelstukjes die iedereen opvoert' Beeld Rogier van 't Slot & Radsma

"Buren was daar het beste voorbeeld van: ik koos vrijwel nooit partij. Als kijker werd je heen en weer geslingerd tussen twee perspectieven. Eigenlijk heeft elke partij wel een punt. Het is trouwens vooral een compliment dat De rijdende rechter dat idee later heeft gepikt."

U wordt dit jaar 73. Wordt u nog beter als tv-maker?
"Dat kan ik niet goed beoordelen. Ik maak de films ook niet meer alleen. Ik ga op pad om te draaien en zodra ik het gevoel heb dat we genoeg hebben gedraaid gaat het materiaal naar Silvia en gaat zij ermee aan de slag. Het resultaat verrast mij vaak. Zij moet minstens evenveel credits krijgen. Nu maakt ze haar eerste eigen film, over Willeke Alberti."

Met een vader die meekijkt over haar schouder?
"Ach, ze draait haar interviews zelf, dat heeft ze nooit eerder gedaan. Ik ben haar cameraman bij optredens van Willeke. Het is echt haar ding en ik wil me er zo min mogelijk mee bemoeien, zodat ze het zelf tegenkomt. Ik heb natuurlijk wel even uitgelegd hoe de camera werkt."

De rol van leermeester is u in de loop der jaren eigen geworden. Makers als Stef Biemans, Rutger Castricum, Sunny Bergman, Michael Schaap: waar het kan zeggen ze dat ze veel aan u te danken hebben.
"Ik denk dat ik toch een werkwijze heb die niet gangbaar is. Ik vind het heel leuk dat ik de manier van werken kan doorgeven. Vervolgens kan iedereen het vormgeven. Stef Biemans heeft een heel andere stijl dan ik, maar het komt uit dezelfde bron. Rutger Castricum heeft hier ook een paar jaar gewerkt. Politici benadert hij vrij en blij, op zijn manier probeert hij eruit te krijgen wat erin zit. Het is niet mijn manier, maar er zitten wel dingen in die me aanspreken."

Geeft dat iets van trots?
"Zeker. Het maakt de tv alleen maar beter."

Bent u streng?
"Sommigen zeggen het wel, ja."

Sommigen zeggen het wel?
"David de Jongh, die later de documentaire De Grens van Frans Bromet (2008) heeft gemaakt, zegt van wel." Jongensachtige glimlach. "Hem had ik als stagiair ontslagen. Een aardige film was dat. Het had niet alle aspecten van wie ik ben en wat ik maak, maar het was heel degelijk gemaakt. Hij had zinnetjes uit verschillende films gehaald en dat aan elkaar gemonteerd. Dat gepiel zou ik niet kunnen: het is zoveel werk."

U zit ook nog altijd niet stil.
"Ik ben altijd aan het werk, ja. Al werk ik op aandringen van mijn vrouw in principe nog maar vier dagen. Stef heeft deze week een voorstel ingediend om Hé Frans, Hé Stef, de kinderserie die we voor de VPRO gemaakt hebben, een vervolg te geven."

Opgebiecht

Leermeester
“Ed van der Elsken: een open geest, creatief met het aanpassen van betaalbare apparatuur, onopvallende esthetiek.”

De beste uit het vak
“Stef Biemans: al zijn werk heeft iets feestelijks, is heel precies en heel geloofwaardig.”

De slechtste uit het vak
“Matthijs van Nieuwkerk: haastige spoed is zelden goed.”

Het beste advies gegeven
“Blijf altijd dicht bij jezelf.”

Het slechtste advies
“Neem een pensioenpremie.”

"Nu niet voor de jeugd, maar voor volwassenen. De VPRO wil het graag, maar het is nu aan de netmanager. We zullen wel zien." (Twee dagen na het interview mailt Bromet dat het voorstel is afgewezen.)

Móét elke productie nog?
"Dat is een rare vraag. Natuurlijk moet het. Het moet áltijd. Elke afwijzing is verschrik­kelijk, nog steeds. Daar ben ik dagen beroerd van."

Ja?
"Ja. Je steekt overal je ziel en zaligheid in. Je investeert ook in projecten die nog geen groen licht hebben gekregen. Dat is weggegooid geld als je een afwijzing krijgt. Dat, maar voornamelijk de teleurstelling. Het is heel vervelend om afgewezen te worden, terwijl je er zelf van overtuigd bent dat je iets heel moois gaat maken. Ik heb wel vaak gedacht: in ­Hilversum is er geen respect voor makers. Er is alleen respect voor de kijkcijfers. De makers zijn de instrumentjes om die te genereren. Maar respect? Nee."

Komen we toch weer bij miskenning.
"Ik vond het als kind al erg als ik afgewezen werd. Dat herinner ik me ook wel van leraren. Er wordt door leraren hard tegen leerlingen aangeschopt. Dat was in mijn middelbareschooltijd zo, maar ik heb ook weleens een ­gastles gegeven op de Filmacademie."

"Ik heb me verbaasd over hoe verschrikkelijk hard de studenten daar werden neergeknuppeld, terwijl ze vaak toch iets leuks gemaakt hadden. Dat heb ik ook gezegd tegen die leraar. Als ik cursussen geef, ben ik ook niet zachtzinnig, maar ik bewaak het punt waarop je mensen gaat demotiveren. Het moet kritisch, maar het enthousiasme van de cursisten mag niet worden getemperd. Zeg, hoe lang wordt dit stuk eigenlijk?"

Zit u hier alleen omdat u vindt dat mensen die veel van anderen vragen ontzettende eikels zijn als ze vervolgens zelf niet thuisgeven bij verzoeken?
"Dat is één van de redenen. Ik vind het een ­matig plezier om geïnterviewd te worden. Ik bepaal liever zelf wat er gebeurt, sta niet graag in het middelpunt van de belangstelling. Ik heb het liever over dingen waar ánderen het niet over willen hebben, achter het toneelstukje kijken dat iedereen opvoert. Als kind kon ik daar al moeilijk tegen, tegen al die toneelstukjes. Daar kan ik mee ­bezig blijven. Het is fantastisch dat ik een vak heb waarin dat kan. Dat plezier wordt niet minder."

CV

Geboren
29 augustus 1944, Amsterdam

Opleiding
Filmacademie Amsterdam

Loopbaan (selectie)
Debuut­film Het Gaat Om Het Spel Maar De Knikkers Zijn Ook Niet Onbelangrijk, cameraman Ciske de Rat, Op Hoop Van Zegen. Camera­man-regisseur Het Drielandenpunt, Buren, Zaal Over De Vloer, De Nalatenschap, Aanpakkers, Alles Van Waarde, Hé Frans, Hé Stef.

Momenteel is Bromet onder meer bezig met Ben Ik Een Goede Moslima? en 2Doc: Taxi (beide KRO-NCRV).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden