Plus Literatuur

Frankusstein blijkt een inventief feest van een roman

Het monster van Franken­stein is een wat knullige metafoor. Beeld Getty Images

Over de titel kunnen we waarschijnlijk het best zo kort mogelijk zijn. (Frankusstein?! Voor zo’n woordspeling zou Seth Gaaikema zich dood­geschaamd hebben.) Maar zelfs los daarvan klonk de nieuwe roman van Jeanette Winterson (1963) op voorhand niet per se veelbelovend.

Om te beginnen omdat ze zich erin buigt over genderfluïditeit, artificiële intelligentie en robotica, thema’s die in de media en de Britse literatuur op het moment zo alomtegenwoordig zijn, dat ze al bijna platgetreden paden zijn.

(Zie bijvoorbeeld Ian McEwans Machines zoals ik, zie John Boynes volgende maand te verschijnen youngadultroman Mijn broer heet ­Jessica). En daarbij is het monster van Frankenstein als metafoor voor de gevaren van het scheppen van kunstmatig leven geen erg originele en als, eh, mascotte van de ‘aanpasbaarheid’ van het met de identiteit wringende lijf op z’n zachtst gezegd geen gelukkige.

Het had, kortom, zomaar een recept voor prekerige voorspelbaarheid en het onhandig aaneenrijgen van modeonderwerpen kunnen zijn. Maar, verdomd, (voor de laatste keer die titel) Frankusstein blijkt een inventief en speels feest van een roman. Deels een historische vertelling rond de totstandkoming van Mary Shelleys gothic horrorklassieker uit 1818, deels een meer dan sprankelende moderne bewerking daarvan.

Verregende vakantie

De eerste van die twee elkaar afwisselende verhaallijnen concentreert zich grotendeels op de beroemde vakantie in 1816 die Mary met haar echtgenoot, dichter Percy Bysshe Shelley, haar nogal schaapachtige halfzus Claire Clairmont en dier immer hitsige minnaar Lord Byron doorbracht aan het Meer van Genève. Een verregende vakantie, waarin de literaire reis­genoten elkaar uitdaagden tot het vertellen van een griezelverhaal, met die ene roman als voornaamste resultaat.

Fictie

Jeannette Winterson
Frankusstein
Vertaald door Arthur Wevers , €24,99
347 blz.

Dat Winterson goed met historische fictie uit de voeten kan, bewees ze al in haar napoleon­tische The Passion (1987) en de novelle rond een 17de-eeuws heksenproces, The Daylight Gate (2012). En ook nu levert die op zichzelf bekende ontstaansgeschiedenis sterke, sfeervolle scènes op. Met Byron als een licht pompeuze macho (‘Het mannelijke beginsel is vlugger en actiever dan het vrouwelijke beginsel’), Mary als protofeministe en onder veel meer een gesprek over de gevolgen van de introductie van de weefmachine voor de gewone arbeiders als veelbetekenende knipoog naar de roboticadiscussie.

Charismatische professor

Maar echt vleugels krijgt de roman in Wintersons even kolderieke als ideeënrijke reanimatie-voor-de-21ste-eeuw van Frankenstein zelf. Verteller daarvan is arts Ry Shelley, een als ­Mary geboren ongeopereerde transgender die in de ban raakt van de charismatische professor Victor Stein. Stein is, uiteraard, een expert op het gebied van artificiële intelligentie en een bijna evangelistische voorstander van alles van cryogenica, tot en met de toekomstdroom (of nachtmerrie) de complete inhoud van een menselijk brein te kunnen ‘uploaden’ in bijvoorbeeld een computer.

Onsterfelijkheid zonder dat lastige lichaam, zeg maar.

Frankusstein Beeld Jeanette Winterson

Ondertussen krijgen hij en Ry een wel degelijk dampende lichamelijke relatie. De laatste begint hem clandestien lichaamsdelen te leveren voor, jawel, geheimzinnige experimenten in een nucleaire bunker onder de straten van Manchester. Terwijl we gaandeweg ook kennismaken met Steins wonderlijke zakenpartners: de hilarisch botte handelaar in opvouwbare seksrobots Ron Lord en de Amerikaanse hallelujachristen Claire, die wel wat ziet in een mechanische ‘Christelijke Levensgezellin’ voor missionarissen en andere vrome mannen die worstelen met hun zondige vleselijke verlangens.

Klinkt nogal kluchtig? Voor een deel is het dat ook. Er is een slapstickachtige scène rond een op hol geslagen seksbot in een tas, die in het openbaar de meest vunzige taal begint uit te slaan. En Winterson leeft zich regelmatig uit in opvallend gevatte sitcomdialogen. Maar juist door die komische intermezzo’s kan ze elders allerlei prangende vragen aan de orde stellen, zonder dat je voortdurend het gevoel hebt dat je een in fictie gevatte lezingenreeks leest.

Nerds

Ze schrijft over de complexiteiten van liefde en verlangen, de grenzen van (individuele) vrijheid en de extase van intellectuele stimulatie, zoals ze dat al drie decennia doet. En ze vraagt zich daarbij af of de dappere nieuwe hightechwereld die aanstaande lijkt verwezenlijkt gaat worden door idealistische visionairs, of door een elite van mannelijke nerds, die hun eigen behoeften altijd voorop zullen stellen.

Of stevenen we toch af op een compleet ‘posthumanistische’ toekomst? ‘Kunstmatige intelligentie is niet sentimenteel,’ zegt Victor Stein immers ergens, even redelijk als omineus, ‘ze zoekt naar de best mogelijke oplossingen. Het menselijk ras is niet de best mogelijk oplossing.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden