PlusMuziekrecensie

Frank Zappa was geweldig op dreef in Erie, Pennsylvania

De nieuwe Zappabox (6 cd’s) Zappa/Erie, met daarop drie integrale concerten uit 1974 en 1976, is een absolute topper in de catalogus met postume uitgaven.

Erik Voermans
Frank Zappa in 1974 in New York. Beeld Getty Images
Frank Zappa in 1974 in New York.Beeld Getty Images

De Vijfde symfonie van Beethoven is de Vijfde symfonie van Beethoven. Elke dirigent doet er weliswaar iets eigens mee, maar de muziek is af, de noten staan vast, de bewegingsruimte is gering. Toch verschijnen er elk jaar nieuwe opnamen van het stuk, in wisselende graden van urgentie. Maar zou het niet razend interessant zijn als er versies zouden verschijnen waarin je Beethoven met het materiaal hoort spelen, de noten hoort amenderen, de tempi, de dynamiek hoort heroverwegen, noem maar op. Kortom, dat je Beethoven actief aan de gang kunt horen in het compositorisch proces?

Inderdaad, dat kan niet, want Beethoven is allang dood. Maar bij Frank Zappa kan het wel. De nieuwste release van de Zappa Trust, een doos met zes cd’s getiteld Zappa/Erie, bevat hoofdzakelijk livemateriaal van drie shows in Edinboro en Erie, Pennsylvania, in mei en november 1974 en november 1976, waarop het compositorische proces in geuren en kleuren valt te bewonderen. Zappa’s grootste hitalbums Over-Nite Sensation en Apostrophe (’) waren net verschenen, Roxy & Elsewhere en One Size Fits All moesten nog komen, maar de bands hadden alle nummers wel al in de vingers en konden Zappa op zijn wenken bedienen.

‘One hell of a show’

Even voor de goede orde. De Zappabands uit die periode gelden onder de meeste fans als de keurcorpsen der keurcorpsen. In Edinboro, Pennsylvania bestond de groep uit negen man (plus Zappa): Bruce Fowler (trombone), Walt Fowler (trompet), Tom Fowler (bas), Napoleon Murphy Brock (sax, fluit, stem), Don Preston (synthesizer), Ralph Humphrey en Chester Thompson op drums, Jeff Simmons (gitaar, mondharmonica) en de geweldige George Duke op toetsen.

We’ll play you one hell of a show, ladies and gentlemen,” zegt Zappa aan het begin van het eerste concert, waarna hij de band voorstelt in bovengenoemde volgorde. Fans hebben dan al opgemerkt dat de charismatische malletspeelster Ruth Underwood ontbreekt en Zappa vertelt in zijn introductie waarom: “Ze zit in Los Angeles, want ze heeft een nieuw vriendje dat aandacht nodig heeft.”

De eerste show biedt veel nieuwe stukken voor de aanwezigen, maar op cd 2 bewijst Zappa dat hij de fans ook graag een plezier deed. En dus ‘spuugt hij als een jukebox alleen old stuff uit’, in de vorm van nummers van Freak Out!, We’re Only In It For The Money en Weasels Ripped My Flesh. Maar die old stuff’ is relatief, want alle versies zijn anders dan op de originelen, met een belangrijke rol voor de Fowler-blazers. Brock zingt bijzonder soulvol in How Could I Be Such A Fool, maar is niet de ideale zanger voor Let’s Make The Water Turn Black.

Ontroerend moment

Voor de gitaarfreaks is het een ontroerend moment als in Son of Orange County opeens passages opduiken die Zappa op Roxy & Elsewhere heeft gebruikt. Hetzelfde geldt voor More Trouble Every Day, inclusief de beroemde dubbele drumbreak waarmee later Phil Collins aan de haal ging in Afterglow van Genesis.

Puur genot is ook het überfunky spel van Duke op zijn clavinet in Get Down, een opname uit South Bend, Indiana, of zijn Rhodessolo in RDNZL. Dan zitten we inmiddels bij de show in Erie, zes maanden na Edinboro. Ruth Underwood is weer van de partij, maar de Fowlers, Simmons en Preston zijn uit de gelederen verdwenen. Zappa is snotverkouden (hij heeft griep), maar de show must go on. Het geeft zijn rap in Stinkfoot een nog nasalere kwaliteit dan normaal.

En wat betreft het compositorische proces: Village of the Sun klinkt hier opeens in een uptempoversie.

Negentien minuten

En dan moeten Chester Thompsons drumsolo in Don’t You Ever Wash That Thing? en een fantastische versie van T’Mershi Duween nog komen, en nog veel, veel meer, waaronder een aanstekelijk Yellow Snow Saga met daarin een opmerkelijk langzame versie van St. Alfonzo’s Pancake Breakfast.

Twee jaar later, in 1976, de plaat Zoot Allures was net verschenen, speelde Zappa weer in Erie, nu met een geheel herziene band, met Terry Bozzio (drums), Patrick O’Hearn (bas), Eddie Jobson (toetsen en viool), Ray White (gitaar en zang) en met Bianca Thornton (toetsen en stem), die het maar kort bij de band uithield, maar tekent voor fraaie vocale bijdragen, compleet met tonen in het ultrahoge register, aan twee zeer laidbackversies van Black Napkins, waarvan de laatste zich uitstrekt over bijna negentien minuten.

Een absolute topuitgave dit. Een must-have voor de fans en iedereen die nog moet uitvinden wat Frank Zappa vermocht.

Zappa/Erie Beeld
Zappa/Erie
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden