PlusInterview

Frank Lammers: ‘Het was leuk om weer eens jong te zijn’

Vijftien frikandellen per dag eten? Boksen tot het licht uitgaat? Frank Lammers eist veel van zichzelf en zoekt daarbij graag de grenzen op. Binnenkort is hij te zien als de jonge Ferry Bouman. ‘Ik houd niet van gezapigheid.’

Frank Lammers Beeld Hilde Harshagen
Frank LammersBeeld Hilde Harshagen

Regisseur en acteur Frank Lammers schuwt geen extremen. Voor zijn rol als J. Kessels in de gelijknamige film leefde hij op een dieet van vet en nicotine. Om zo dicht mogelijk bij zijn ongezonde personage te komen hakte hij dagelijks vijftien xxl-frikandellen en zeventig sigaretten weg. Zijn vrouw, auteur Eva Posthuma de Boer, vond dat zo weerzinwekkend dat ze hem maandenlang nauwelijks aanraakte.

Voor de Netflixfilm Ferry, de prequel van hitserie Undercover, moest hij zich juist overgeven aan een fitnessregime. In het drama, dat zich afspeelt in 2006, draait het om de jonge ­jaren van Brabander Ferry – ‘ons Fer’ – Bouman, die uitgroeide tot drugsbaron die zijn xtc-imperium en zijn handlangers met harde hand regeert.

Om in de huid van die strakkere variant te kruipen, moest de levensgenieter die hij is (‘Het eerste wat ik doe na corona? Overal eten! In tig restaurants’) afscheid nemen van zijn natuurlijke houding: veel en vaak. Want hij wil ook na ruim dertig films zijn vak zo goed mogelijk uitoefenen. Alleen met ‘600 procent inzet’ – en niet met lobbyen of netwerken – kan hij het onderste uit de kan halen, is zijn overtuiging.

“Sinds december 2019 trainde ik met een fitnesscoach, later ging ik erbij boksen. Vervolgens ben ik naar Thailand gereisd. Elke dag sparren, ook thaiboksen, en gezond eten en drinken. Ik kwam op 6 maart in shape terug en toen gingen de opnamen niet door vanwege corona. Zuur. Ik heb toen de boel weer op zijn beloop gelaten, maar in augustus ben ik weer begonnen in de sportschool. En in een schoonheidssalon onderging ik huidverjongingskuren. Het was leuk om weer eens jong te zijn.’

U bent toch niet oud? U bent 48.

“Het ligt eraan hoe je het bekijkt. Soms denk ik dat ik nog dezelfde ben als in 2006, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik leid een heel ander leven. De keren dat ik tot vijf uur ’s nachts doorga, zijn op de vingers van één hand te tellen. Mijn dochter was toen twee, nu is ze zestien. Mijn moeder, met wie ik een ontzettend goede band had, is alweer meer dan vijf jaar terug overleden. Als ik mij dat realiseer, schrik ik. Hoe kan dat? Het leven flitst als een wegschietende ballon voorbij. Flltrchtz! Weer een stukje verdwenen. En het gaat maar door. Een rollercoaster. Soms denk ik: had ik maar ietsje bewuster geleefd.”

Had u dan dingen anders gedaan?

“Ik weet het niet, het is wel oké, denk ik. Het is meer dat ik me afvroeg: god, hoe zou het zijn als mijn moeder nog een keer kon terugkomen? Als ze er ineens weer is?”

Frank Lammers is heel expliciet over politiek of het vak. Gaat het over hemzelf, dan blijkt hij minder uitgesproken. Dan bromt hij soms wat. Of verdrijft hij het gespreksonderwerp met een lach. Ook wisselt hij bedachtzaamheid af met schijnbare nonchalance. Gedrag dat hem in het verleden bijna zijn rol van taxichauffeur Dennis in Nachtrit kostte, weet hij, de rol die hem een Gouden Kalf opleverde. De makers dachten bij zijn auditie dat hij er geen zin in had, maar die quasi-achteloze houding is volgens hem cultureel bepaald, een Brabantse eigenschap: niet te dik doen over jezelf. Intussen blijkt hij wel degelijk betrokken en geïnteresseerd. Bijvoorbeeld in het mogelijke Tony Montana-effect van Ferry Bouman. Net als voor deze, door Al Pacino gespeelde, meedogenloze crimineel uit de film Scarface, is er grote bewondering voor ‘ons Fer’. Ondanks zijn moord- en martelpraktijken heeft dit personage, mede door Lammers’ aangeboren moddervette zachte g, een cultstatus. In het precoronatijdperk werden ­tijdens carnaval veel Ferry’s met plakhaar en foute schreeuwerige shirts gesignaleerd. Op sociale media wordt hij zelfs sexy genoemd. Een kwalificatie waardoor hij zich bijna verslikt in zijn zwarte koffie.

Hoe kijkt u ernaar dat Ferry Bouman een publiekslieveling is geworden?

“Een beetje dubbel. Sommige mensen zeggen: criminaliteit wordt verheerlijkt. Ik ben het daar niet mee eens. Het is vermakelijke televisie, maar ik denk dat de serie ook etaleert hoeveel ellende die business aanricht. Hoeveel er kapot wordt gemaakt. Ook in Ferry’s eigen leven. Het is niet zo dat hij intens gelukkig zit te wezen en geniet van het geld dat hij verdient. Zijn vrouw en grote liefde Daniëlle verlaat hem, vrienden bedriegen en bedreigen hem.”

“Ik heb er tegelijkertijd moeite mee dat ik ­succes heb met een serie over drugscriminelen. Daarom doe ik momenteel, meestentijds belangeloos, projecten voor de politie in Brabant en Limburg. Ik heb een avond over cybercrime gepresenteerd en ik heb video’s gemaakt waarmee nieuwe onderzoekers en rechercheurs voor diverse korpsen moeten worden gerekruteerd. Ik vind het mijn plicht iets terug te doen.”

Bent u anders gaan denken over drugs?

“Nee. Ik ben nooit anti geweest. Maar ik weet ook dat het gebruik veel kapotmaakt, dat ­mensen zich er beter niet aan kunnen wagen. Ik vind ook nog steeds dat veel drugs legaal gemaakt zouden moeten worden. Dan behoren excessen met geweld en verslaving zoals je die in Undercover steeds kunt zien, tot de verleden tijd.’

Was u zelf liefhebber?

“Niet echt, maar uit jeugdige onbezonnenheid heb ik wel zo’n beetje alle soorten geprobeerd die er bestaan, op heroïne na dan. Maar ik werd er nooit heel blij van, van die kick. Ik kwam er al vroeg achter dat de rebound van drugs groter is dan de vreugde die ze me op­leveren.”

Brabanders worden gezien als gezellig en zachtmoedig, maar in die provincie zijn er ­relatief veel drugsputten, laboratoria en geweld. Hoe denkt u daarover?

“De Randstad heeft Brabant door de eeuwen heen vele keren opgegeven bij conflicten. Dan overheersten weer Spanjaarden, Fransen of Duitsers die de lokale bewoners hun regels ­wilden opleggen. Tegelijkertijd was er niemand om die regels te handhaven. Dus ontstond er een houding: prima die nieuwe wetten, maar we buigen ze wel om naar eigen behoefte. Dat in combinatie met het katholicisme, de religie die zo’n beetje alles vergeeft, kweekte een rebelse geest die honderden jaren bestaat en ook zal doorleven. Daarnaast zegt een Brabander altijd ja als hem iets wordt gevraagd. Ook al komt het niet uit. Dan is het: ‘Hee, kendegij nie...’ En dan luidt het antwoord altijd: ‘Ja, tuurlijk ken dat!’”

“Ik had het laatst met Guus Meeuwis. Ik was bij hem gaan eten en bij het dessert vroeg hij, na vier flessen wijn: heb je volgende week vrijdag wat te doen? Ik zei: ik geloof het niet. Voor ik het wist had ik een compleet callsheet voor mijn neus voor zijn nieuwe digitale gelegenheidsband The Streamers. Geen idee wat het was, maar ik dacht: ik stel maar geen vragen, ik doe het. Moest ik een foute manager in trainingspak met gouden kettingen spelen.”

U woont al decennia in Amsterdam. Zou u terug willen naar Brabant?

“Af en toe is er sprake van. We hebben zelfs een huis bekeken, omdat ik dat zo graag wilde. Maar als puntje bij paaltje komt, zegt mijn vrouw toch altijd nee. Zij komt uit Amsterdam, is er geboren en getogen. En ik denk dat Brabant als basis qua tijdsverdeling en voor ons huwelijk niet helemaal ideaal zou zijn. Als schrijver werkt zij vaak thuis, terwijl ik er eigenlijk bijna nooit ben. Zo was ik voor Undercover en Ferry acht maanden in België. Dan zou zij daar in haar eentje zitten. Ze schrijft columns voor de Volkskrant en om die te vullen moet ze natuurlijk wel wat meemaken. Bovendien: haar beste vriendin woont onder ons. Dat is het grootste geluk, zij vindt dat helemaal te gek – en tegelijkertijd de grootste fout qua woningkeuze: nu wil ze natuurlijk nooit meer weg.”

Jullie zijn ruim twintig jaar bij elkaar. Is het makkelijk om met Frank Lammers te leven?

“Ik vind van wel. Maar wij zijn allebei vurige mensen, willen veel van het leven en kunnen zo opgaan in wat we doen dat er soms minder ruimte is voor de ander. Dat moeten we dan accepteren van elkaar. Af en toe botst dat. Dat geeft ook niet, zo’n explosie vind ik wel gezond. Het is fijn dat het soms knalt, dat je ergens voor moet vechten, want ik houd niet van gezapigheid. Zolang je ruzies maar oplost en ook ziet wanneer die behoefte aan aandacht er wel is.”

“Ze kan zich verder ergeren aan kleine dingen. Voert hele discussies dat ik geen T-shirt met opdruk meer mag dragen, of een hoody. Dat ik daar te oud voor ben. Ze bekijkt het maar, ik vind dat lekker zitten. Dat is het enige wat me interesseert: is het comfortabel? Ik loop niet in pakken, alleen als er iemand dood is. Ik grijp blind het bovenste van de stapel. Zij koopt bijna alles. Prima. Maar één keer per jaar schaf ik zelf wat aan, als we rond Kerstmis op Terschelling zijn. Die hoody’s en T-shirts met opdruk dus.”

Kon u zich makkelijk aanpassen aan het nieuwe coronanormaal?

“Eigenlijk heb ik gewoon doorgewerkt. Zeker voor Jumbo, leuke actuele verhaaltjes. Ferry werd steeds uitgesteld. Toen iedereen begon te zeuren dat er niks kon, werd ik daar boos van. Dat geklaag zit niet in mijn Brabantse geest.”

“Natuurlijk: door corona is alles er een stuk saaier op geworden. Normaal werden er bij Undercover altijd feestjes georganiseerd, het ene nog gekker en groter dan het andere. Ik zou gesloopt zijn als de pandemie er niet was geweest. Nu ga ik na het draaien meteen naar mijn hotel, waar niks te beleven valt. Dankzij corona ben ik topfit.”

Ferry, vanaf 14 mei op Netflix

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden