Erik VoermansBeeld Linda Stulic

Franco Fagioli heeft geen vuurwerkerij nodig om het hart te raken

PlusColumn

Eerste hulp bij klassieke muziek van Erik Voermans, met deze week: countertenor Franco Fagioli.

Händel schreef veel van de belangrijkste rollen in zijn opera's voor de castraat, een stemsoort die niet meer bestaat. Wel kun je je afvragen of in een eeuw waarin sporters zich ter verhoging van hun prestaties allerlei middelen toedienen, het niet eens tijd wordt dat een (liefst groot) mannelijk zangtalent vóór zijn puberteit zijn testikels laat verwijderen en zo een stemgeluid kan ontwikkelen dat in de buurt komt van de legendarische Farinelli.

Het lijkt een garantie voor een grote carrière. Wel moet je knettergek zijn om je zo'n ontmanningsbehandeling te laten ondergaan natuurlijk.

Bij ontstentenis van zo'n gek moeten we het doen met de countertenor, een man die bijna uitsluitend zingt met kopstem, tegenwoordig onlosmakelijk verbonden met de wereld van de oude muziek.

Grote sprongen
De ontwikkeling van de countertenor begint aan het eind van de jaren veertig bij de Brit Alfred Deller, die zich met zijn Deller Consort vooral richtte op muziek van John Dowland en Henry Purcell.

Händel met kopstem was nog onontgonnen gebied, maar daar zou spoedig verandering in komen, door toedoen van zangers van de generaties na Deller, onder wie James Bowman, Paul Esswood, René Jacobs en Michael Chance, om de bekendsten te noemen.

Met de opkomst en de bloei van wat nu de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk heet, maakte de countertenor grote sprongen voorwaarts. Voor veel luisteraars was het even wennen, maar inmiddels is de verbazing over de sekseloze klank die uit de keel van mannelijke zangers kan komen, verleden tijd.

De zangers zijn tegenwoordig zo geweldig goed dat je soms twee keer moet luisteren om met zekerheid te durven zeggen dat je toch echt een man hoort.

De absolute topper onder de countertenoren was jarenlang Bejun Mehta, maar er is inmiddels alweer een nóg betere, en jongere: Franco Fagioli. In Amsterdam weten de operagangers sinds zijn hoofdrol in Eliogabalo bij De Nationale Opera (oktober 2017) hoe uitmuntend hij is. Hij droeg de voorstelling.

Uiterste beproeving
Wie toen de smaak te pakken kreeg, wordt nu op zijn wenken bediend met een cd vol schitterende aria's van Händel, waarin Fagioli kan laten horen wat de countertenor van vandaag vermag. Er zijn momenten waarop de klank van de castraat dichterbij lijkt dan ooit, al blijft dat speculatie.

Maar luister eens naar die twee aria's uit Serse, met Ombra mai fu als een tranentrekkende, zoete meditatie en Crude furie degl'orridi abissi als een ziedende woede-uitbarsting, en wees verbaasd en diep onder indruk van de stemmogelijkheden van Fagioli, die hier tot het uiterste worden beproefd, van de hoogste topnoot, tot de laagste, met borstregister gezongen laagste.

Wie kan dit zo? Nou, alleen Fagioli dus, die bovendien in onder meer Venti, turbini, prestate uit Rinaldo adembenemende coloraturen laat horen, waarmee alleen Cecilia Bartoli zich kan meten. Maar dat hij al die vuurwerkerij helemaal niet nodig heeft om het hart te raken, bewijst hij in het laatste stuk op de cd, de sobere afscheidsaria Ch'io parta? uit Partenope.

Het Italiaanse barokorkest Il Pomo d'Oro onder leiding van zijn concertmeester Zefira Valova bedient hem steeds opnieuw op al zijn wenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden