PlusAchtergrond

Fotograaf Samuel Fosso laat met zijn typetjes zien wat ontbreekt in de internationale beeldcultuur

Het bekendste werk van fotograaf Samuel Fosso  is ongetwijfeld zelfportret ‘Le Chef (qui a vendu l’Afrique aux colons)’ uit 1997. In alles is hij het kenbeeld van de Afrikaanse potentaat die zijn eigen volk verkoopt om er zelf beter van te worden. Beeld Samuel Fosso courtesy Jean-Marc Patras/Paris
Het bekendste werk van fotograaf Samuel Fosso is ongetwijfeld zelfportret ‘Le Chef (qui a vendu l’Afrique aux colons)’ uit 1997. In alles is hij het kenbeeld van de Afrikaanse potentaat die zijn eigen volk verkoopt om er zelf beter van te worden.Beeld Samuel Fosso courtesy Jean-Marc Patras/Paris

Samuel Fosso fotografeert zichzelf als paus, glamourgirl en golfende kakker. Huis Marseille wijdt een retrospectief aan deze kameleon, die zwarte alternatieven voor witte archetypen voorstelbaar maakt door ze uit te beelden.

Edo Dijksterhuis

Dertien jaar oud was Samuel Fosso toen hij zijn carrière als fotograaf begon. Dat is onder alle omstandigheden behoorlijk voorlijk, maar Fosso’s biografie maakt die jeugdige start nog bijzonderder. Toen hij in 1962 werd geboren in Kameroen was hij verlamd aan armen en benen. Zijn Nigeriaanse ouders brachten hem naar hun geboortedorp, waar een traditioneel genezer hem beter maakte, maar door de Biafraoorlog moest het gezin al snel weer vluchten. Fosso kwam terecht in Bangui, hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek, waar hij bij een oom in de leer ging als schoenmaker. Iedere cent die hij verdiende legde hij opzij om een camera te kopen.

Toen Studio Photo National in 1975 opende, was Fosso een van drie fotografen in de stad. Op een zelfportret uit die tijd staat hij, gekleed in modieuze wijde pijpen, voor een laag gebouwtje met golfplaten dak en een Agfa-uithangbord aan de gevel. Inwoners van het straatarme Bangui, waar kleptocraat Bokassa zichzelf net had uitgeroepen tot keizer voor het leven, liepen in de weekends de onverharde wegen af om zich hier te laten vereeuwigen. Om de resterende foto’s op de rolletjes op te maken nam Fosso na sluitingstijd zelf plaats voor de camera. Dat resulteerde in de eerste ‘autoportraits’, die nu deel uitmaken van het retrospectief in Huis Marseille.

Brommers en horloges

De jaren 1970 waren in West-Afrika de hoogtijdagen van de studiofotografie, met de Malinezen Seydou Keïta en Malick Sidibé als absolute grootheden. Zij legden het optimisme van de eerste onafhankelijkheidsjaren vast. Verlost van de kolonisator, economisch gesterkt door hoge grondstofprijzen en voortgedreven door afrobeat en highlife lieten Afrikanen zich fotograferen als geslaagd in het leven. Attributen als brommers, transistorradio’s en horloges moesten dat onderstrepen.

Ook Fosso had in zijn studio achterdoeken met stralende landschappen en een uitpuilende verkleedkist, maar in zijn experimentele avonduurtjes ging hij verder dan het maken van statusportretten. Hij durfde ook in beeld te komen in spierwit ondergoed of met een zielig bosje verwelkte bloemen. Ook probeerde hij houdingen uit. In de tien seconden die de zelfontspanner hem gunde sprong hij in een danshouding of bedachtzame pose, maar acteerde hij ook een vluchtpoging.

Lendendoek met luipaardprint

“Ik leen identiteiten,” zegt Fosso over de kameleonachtige performancekunst die hij steeds verder perfectioneerde. Zijn bekendste werk is ongetwijfeld Le Chef qui a vendu l’Afrique aux colons (1997). Gehuld in een lendendoek met luipaardprint zit hij op een stoel. In zijn hand een grote bos zonnebloemen, om zijn nek een hoop blingbling en op zijn neus een coole zonnebril: in alles het kenbeeld van de Afrikaanse potentaat die zijn eigen volk verkoopt om er zelf beter van te worden.

Dezelfde serie bevat onder meer een zakenman met mobiele telefoon, een rocker, een kakkineuze golfer met broek op hoog water en een glamourgirl in zwarte avondjurk. De foto’s doen denken aan Cindy Shermans Untitled Film Stills, waarin zij stereotiepe vrouwelijk filmrollen uitbeeldt. Het verschil met de Britse kunstenares is echter dat Sherman door uitvergroting en overdrijving de aandacht vestigt op seksistische beelden, terwijl Fosso met zijn typetjes wil laten zien wat ontbreekt in de internationale beeldcultuur en daarmee in de verbeelding van zowel zwart als wit, namelijk een zwarte zakenman, een zwarte golfer, et cetera.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Zoals gebruikelijk heeft de kunstenaar ook in de serie Black Pope zijn imitatie tot in detail geperfectioneerd, van de gebaartjes en zalvende glimlach tot aan de witte soutane, die gemaakt is door de pauselijke kleermaker Gammarelli. Beeld Samuel Fosso courtesy Jean-Marc Patras/Paris
Zoals gebruikelijk heeft de kunstenaar ook in de serie Black Pope zijn imitatie tot in detail geperfectioneerd, van de gebaartjes en zalvende glimlach tot aan de witte soutane, die gemaakt is door de pauselijke kleermaker Gammarelli.Beeld Samuel Fosso courtesy Jean-Marc Patras/Paris

Zwarte pontifex

Dat komt heel sterk tot uiting in Fosso’s serie Black Pope (2017). Zoals gebruikelijk heeft de kunstenaar zijn imitatie tot in detail geperfectioneerd, van de gebaartjes en zalvende glimlach tot aan de witte soutane, die gemaakt is door de pauselijke kleermaker Gammarelli. Door hem te belichamen maakt Fosso een zwarte pontifex voorstelbaar en daarmee mogelijk.

In African Spirits (2008) ruilt Fosso voor het eerst zijn anonieme archetypen in voor imitaties van echte mensen, in dit geval dertien zwarte beroemdheden. Hij zet een zeer overtuigende Angela Davis neer met hoepeloorbellen en afro. Ook zijn Muhammad Ali, zoals de bokser ooit als Sint-Sebastiaan met pijlen doorboord op de cover van Esquire stond, is direct herkenbaar. De portretten zijn een eerbetoon aan rolmodellen maar ook aan de fotografie die hen tot icoon verheft.

Tekst gaat verder onder afbeelding

In African Spirits (2008) ruilt Fosso voor het eerst zijn anonieme archetypen in voor imitaties van echte mensen, in dit geval dertien zwarte beroemdheden. Hij zet een zeer overtuigende Angela Davis neer met hoepeloorbellen en afro. Beeld Samuel Fosso courtesy Jean-Marc Patras/Paris
In African Spirits (2008) ruilt Fosso voor het eerst zijn anonieme archetypen in voor imitaties van echte mensen, in dit geval dertien zwarte beroemdheden. Hij zet een zeer overtuigende Angela Davis neer met hoepeloorbellen en afro.Beeld Samuel Fosso courtesy Jean-Marc Patras/Paris

Poedelnaakt en angstig

Politiek en maatschappijkritiek spelen altijd mee in Fosso’s werk maar soms wordt hij heel persoonlijk. Het meest aangrijpende is Mémoire d’un ami (2000), dat hij maakte nadat zijn beste vriend was vermoord door gewapende milities. Poedelnaakt en met angstige blik beeldt Fosso uit hoe zijn laatste uren moeten zijn geweest.

Maar zelfs als hij zich letterlijk en figuurlijk blootgeeft, houdt Fosso iets ongenaakbaars. Zijn ogen zijn gericht op de lens maar maken geen contact. Het is alsof ze door de beschouwer heen kijken. Het is een uitnodiging om ook voorbij het personage te kijken dat hij neerzet, naar de beelden en percepties die erachter liggen en die groter zijn dan één persoon.

Samuel Fosso: t/m 12 maart in Huis Marseille

Zelfportret uit de serie ‘La Femme américaine libérée des années 70’. (1997) Beeld Samuel Fosso courtesy Jean-Marc Patras/Paris
Zelfportret uit de serie ‘La Femme américaine libérée des années 70’. (1997)Beeld Samuel Fosso courtesy Jean-Marc Patras/Paris

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden