Plus Interview

Fotograaf Richard Learoyd: ‘Je kunt de textuur van de huid bijna voelen’

Richard Learoyd fotografeert met een camera obscura, de oervorm van de fotografie, die in de 16de eeuw al door kunstenaars werd gebruikt. In Fotomuseum Den Haag is zijn eerste solotentoonstelling in Nederland.

Beeld Richard Learoyd. Courtesy of the artist and Fraenkel Gallery, San Francisco

Hij heeft een Instagramaccount, geeft Richard Learoyd (53) schoorvoetend toe. “Maar ik ben er nog niet uit wat ik ervan moet vinden, al die platte plaatjes. Het is een teken van de identiteitscrisis waarin de fotografie zich bevindt, niet alleen op sociale media maar ook op beurzen. Alles lijkt op elkaar: glad en gepolijst. Terwijl ik vind dat je de worsteling eraan af moet zien. Fotograferen is keihard werken.”

Zeg dat wel. De Brit hanteert een even oude als bewerkelijke manier van fotograferen: de camera obscura. In zijn studio heeft hij een kamer in een kamer gebouwd, waar hij met een reusachtige 750 mm-lens een beeld creëert op lichtgevoelig papier. Tijdens de lange sluitertijd moeten de modellen doodstil blijven zitten.

Learoyd bouwde zijn eerste ‘donkere kamer’ tijdens zijn opleiding aan de kunstacademie van Glasgow. Voor de commerciële opdrachten die hij daarna kreeg, schafte hij een digitale camera aan. “Maar ik heb er niets mee. Het enige voordeel is dat je veel sneller resultaat hebt, waardoor ik tijd over hield om vrij werk te maken. Het digitale apparaat dat ik heb, gebruik ik enkel voor documentatie. Het is een dom stuk gereedschap en waarschijnlijk de minst gebruikte dure camera ter wereld.”

Learoyds slow photography die nu in Den Haag te zien is, vraagt om een trage blik. Alleen dan raak je doordrongen van de extreem hoge intensiteit, geringe scherptediepte en totale afwezigheid van korrel. “Dat maakt deze vorm van analoge fotografie zeer geschikt voor portretten, je kunt de textuur van de huid bijna voelen,” stelt de kunstenaar. “De lens functioneert als het menselijk oog en overdrijft zelfs een beetje hoe wij zelf zien. Het is echter dan echt. Er wordt vaak over mijn werk gezegd dat het schilderachtig is, dat het lijkt op Oude Meesters, maar het is juist op en top fotografie.”

Grote polaroid

Ook zijn naakt poserende modellen – een extreem dikke vrouw, een in elkaar gezakte stumper, schuchtere meisjes – lijken weinig op de patriciërs van weleer. “Het zijn meestal vage kennissen, liefst mensen die ik niet al te goed ken. Als je iemand portretteert moet je een beetje wreed kunnen zijn, de imperfecties zoeken en die objectief tonen. Als ik bevriend raak met iemand dan lukt dat niet meer.”

“Met een model in de studio probeer ik zo min mogelijk tijd te verliezen aan compositieschetsen. Ik zit niet graag stil en wil iets hebben om naar te kijken. Na achttien minuten staat er een foto op papier, alsof het een heel grote polaroid is. Aan de hand daarvan geef ik aanwijzingen: die hand naar links, kin een halve centimeter omhoog, schouder een beetje draaien. Dan maak ik een volgende foto, soms vier of vijf, totdat het klopt. De meeste portretfotografen werken heel anders. Die schieten in een uur een paar honderd, misschien wel duizend foto’s. Hun werk bestaat uit editing achteraf. Het mijne uit bewust beslissingen maken.”

Twee foto’s per week

Na tien jaar studiofotografie wilde Learoyd iets anders en trok hij eropuit om landschappen vast te leggen – met een mobiele camera obscura: een zelf ontworpen tent die met behulp van twee assistenten wordt opgezet. Hij reed ermee door Engeland, Californië en Oost-Europa. “Nooit doelgericht en altijd twijfelend: is dit wel een goede plek of niet? Ik maak misschien twee foto’s per week. Dat is gezien de kosten misschien maar goed ook. De film, het ontwikkelen en het afdrukken kosten al snel 5000 euro per foto. Maar ik heb er in mijn hele carrière slechts eentje weggegooid omdat ik hem mislukt vond.”

Learoyd fotografeert ook stillevens. Heel klassiek met verwelkte bloemen in een vaas, maar ook inktvissen die met naaigaren zijn samengebonden in de vorm van een hart of een afgehakt paardenhoofd, dat Godfather-associaties oproept. Blikvangers in Den Haag zijn groot opgeblazen beelden van uitgebrande sportwagens.

“Ik wilde een persoonlijke catastrofe uitbeelden, zo’n gebeurtenis die levens verandert. Een auto-ongeluk is het universeelste dat ik kon verzinnen en daarom kocht ik wrakken op een Amerikaanse veilingsite. Het ­beschikbare fotopapier vond ik echter te klein en dus heb ik dat en het vergrotingstoestel, net als de camera, zelf geproduceerd. Dingen moeten nu eenmaal een bepaalde maat hebben. Maar ja, makkelijk is het inderdaad niet.”

Richard Learoyd, Fotomuseum Den Haag, t/m 5/1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden